Opinie

Europa kan maar beter de kant van de VS kiezen

Geopolitiek China en Rusland voeren een koude oorlog, tegen de VS, maar ook tegen Europa. De EU is niet gebaat bij meer autonomie en neutraliteit is geen optie, schrijven en .
Mount Recyclemore van beeldhouwer Joe Rush in Cornwall, gemaakt van elektronisch afval. Van links naar rechts G7-leiders Boris Johnson, Yoshihide Suga, Emmanuel Macron, Mario Draghi, Justin Trudeau, Angela Merkel en Joe Biden.
Mount Recyclemore van beeldhouwer Joe Rush in Cornwall, gemaakt van elektronisch afval. Van links naar rechts G7-leiders Boris Johnson, Yoshihide Suga, Emmanuel Macron, Mario Draghi, Justin Trudeau, Angela Merkel en Joe Biden. Foto Jon Super / AP

Dat Europa het reisdoel is deze week van de eerste buitenlandse reis van Joe Biden als president van de Verenigde Staten is geen toeval. Het onderstreept dat herstel van het Atlantisch bondgenootschap zijn hoogste prioriteit heeft om een front te kunnen vormen tegen de groeiende macht van de antidemocratische rivalen op het wereldtoneel, Rusland en vooral China.

De grote vraag is hoe de EU het Amerikaanse charmeoffensief gaat beantwoorden. Zal het Biden en zijn minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken lukken om het vertrouwen dat de VS onder Trump verspeelde te herwinnen? Daaraan gaan twee vragen vooraf. Hoe serieus nemen de EU-leiders de autocratische uitdaging van China en Rusland? En wat denkt Europa daar zelf tegenover te kunnen stellen?

Laten we het eerst over China en Amerika hebben. President Biden zal het regime in Beijing misschien wel wat diplomatieker tegemoet treden dan zijn onbehouwen voorganger, maar niet of nauwelijks met minder wantrouwen en competitiedrang. Eind vorige week werd bekend dat Washington het verbod op Amerikaanse investeringen in Chinese bedrijven die banden hebben met het Volksleger verder uitbreidt.

De opkomst van een almaar autoritairder opererend China is de voornaamste uitdaging voor de VS. Het China van Xi Jinping treedt de liberaal-democratische orde tegemoet met nauwelijks verholen minachting en streeft ernaar om die te vervangen door een mondiale constellatie van Chinese makelij. Het deinst niet terug voor grove machtspolitiek (Taiwan, Zuid-Chinese Zee), brute repressie (Oeigoeren, Hongkong) en economische infiltratie (Belt and Road Initiative, Huawei).

De dagen waarin China in de eerste plaats een begerenswaardige afzetmarkt was, zijn definitief voorbij. Het land ontwikkelt zich tot een antagonistische supermacht, die de democratie en het internationale recht als richtinggevende waarden in het mondiale verkeer wil elimineren.

Lees ook dit opiniestuk: Machtsvertoon China mag niet onbeantwoord blijven

Sovjet-leerstuk

De regering-Biden gaat die uitdaging duidelijk niet uit de weg. Europa weifelt opzichtig. Het heeft lang de ogen gesloten voor de Chinese metamorfose. Het land werd en wordt ten dele nog steeds gezien als een economische reus, die met het nodige begrip wel kan worden geapaiseerd. En voor zover er een geopolitieke uitdaging wordt gesignaleerd, menen veel Europeanen dat aan hun de nobele taak toevalt om als internationale mediator te fungeren.

Ook in het geval van Rusland heeft men zich lange tijd vastgeklampt aan valse hoop. Maar oude vormen en gedachten zijn taai. Met intimidatie, destabilisatie en bedekte interventie houdt het Kremlin de naaste buurlanden in het gareel. De steun voor Loekasjenko in Wit-Rusland laat zien dat zo dicht bij Rusland vrijheid en democratie geen wortel mogen schieten.

Ook een ander Sovjet-leerstuk blijft volop van kracht: probeer Europa en Amerika zoveel mogelijk uit elkaar te spelen. Hoe meer het westerse zelfvertrouwen kan worden verzwakt, des te beter voor het Kremlin.

Wordt de EU een grote geopolitieke speler of gaat het richting Museum Europa?

We bevinden ons in een geopolitieke wervelwind. De liberale democratieën in de wereld worden meer dan ooit uitgedaagd door autoritair geleide landen – naast China en Rusland ook het Turkije van Erdogan. Europa staat op een make-or-break moment: zal het een geopolitieke speler van enig formaat worden of gaan we richting Museum Europa?

In het Europese vergadercircuit wordt veel geschermd met het begrip ‘strategische autonomie’. De drang daartoe komt vooral voort uit de kater die het tijdperk-Trump de Europeanen heeft bezorgd. Het wildwest-presidentschap van Donald Trump, en met name ook de apocalyptische beëindiging ervan met de bestorming van het Capitool, heeft diepe sporen getrokken in de Atlantische relatie.

Het is zeer wenselijk dat Europa meer geopolitieke slagkracht ontwikkelt. In elk geval in de eigen regio, die zich uitstrekt van Noord-Afrika tot de nabuurlanden langs de oostgrens. Ook in de VS lijkt de geest rijp voor een grotere Europese rol op defensiegebied. De aan de regering-Biden gelieerde denktank Center for American Progress pleit er in een recent rapport voor om een krachtdadiger EU-defensie niet langer te zien als een bedreiging van de Atlantische alliantie, maar als een welkome aanvulling.

Welbegrepen eigenbelang

Maar dat is van een andere orde dan een Europa dat zichzelf een volstrekte strategische autonomie aanmeet en/of meent een min of meer neutrale positie tussen de VS en China te moeten innemen. Laten we realistisch blijven. Europa mist ten ene male de politieke cohesie en het militaire potentieel om op het wereldtoneel een zelfstandige hoofdrol te spelen. En nu de westerse democratie in het defensief wordt gedrongen door assertieve autocraten van diverse pluimage, is het buitengewoon onverstandig om de belangen- en waardengemeenschap die Europa en Amerika vormen, de rug toe te keren.

Zeker, het Amerikaanse politieke systeem vertoont zorgwekkende scheuren. Trump is (voorlopig) verslagen, maar het trumpisme is alive and kicking. De regering-Biden kan zich daaraan niet onttrekken, zoals blijkt uit een aantal protectionistische maatregelen. Maar tegelijk onderscheidt de president zich met een rooseveltiaans hervormingsprogramma en een kennedyaanse ambitie om de wereld vooruit te helpen. Alleen al uit welbegrepen eigenbelang zouden de Europese leiders er verstandig aan doen om Biden hierin te steunen.

In Europa is men snel geneigd om te verzekeren dat we beslist niet uit zijn op een nieuwe Koude Oorlog. Hadden we maar de luxe om louter de kaart van de minzame diplomatie te hoeven spelen. De harde realiteit is dat er al een nieuwe Koude Oorlog gaande is – en deze komt uit de koker van Beijing en Moskou. Europa kan dat maar beter onder ogen zien. De vriendelijke postmoderne wereld waarvan Europa droomde, laat nog even op zich wachten.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.