Opinie

Dubbele vrijheid

Sheila Kamerman

Als u deze column leest, zijn twee van mijn kinderen geslaagd. Hoop ik. Maar je weet het nooit. Misschien maar één of allebei niet. Wat ik wél weet, is dat dit een heel bizar examenjaar was. En niet alleen voor mijn kinderen, voor al die duizenden eindexamenleerlingen in Rotterdam en voor tienduizenden in heel Nederland.

We kijken terug op eindeloze onlinelessen. Opstaan, aankleden, ontbijten was niet meer nodig. Aanwezig waren de eindexamenkandidaten ook vanuit bed.

Voor ouders was het ook een interessante exercitie. Normaliter is de middelbare school voor ons een black box. Door corona keek je nu opeens recht de online klas in. Niet dat ik dat vaak deed, maar het kón. En opgewonden vertelsels meteen na die online les vond ik ook veel geloofwaardiger dan de opgeklopte, al drie keer rondgedraaide verhalen die ik vroeger pas tijdens het avondeten hoorde. Docenten blijken net mensen. Er zitten vreemde exemplaren tussen. Ook heel goeie, dat wil ik maar meteen gezegd hebben. Maar dus ook best rare.

Zo is er een leraar Duits met moodswings, leerde ik. Een leraar natuurkunde die zélf de enige is die zijn uitleg snapt. Een docent Nederlands die zegt dat een goed onderzoeksverslag „saai” opgeschreven moet worden. Zo goed? Nee, nóg saaier. Er is een leraar wiskunde die er opeens niet meer is. Wekenlang niet. Geen Covid. Er is uitval, veel uitval.

„Zit je nou alweer op de bank?”

„Uitval.”

Online valt dat opeens veel meer op. Vroeger gingen ze gezellig ergens een croissant halen, denk ik.

De goeie docenten kregen Teams-lesgeven snel onder de knie. Die geven halve shows, tillen af en toe even een baby of kat voor de camera voor het aangenaam verpozen en laten leerlingen in aparte „rooms” rustig samen werken aan een opdracht. De mindere goden sluiten zichzelf buiten de videoconference (echt gebeurd) of ze verschijnen vijf minuten voor de camera en zeggen dan dat de leerlingen „voor zichzelf” aan de opdrachten kunnen werken.

„Zit je nou alweer op de bank?”

„We moeten voor onszelf werken.”

Oké. De eindexamenleerlingen mochten eerder terug naar school. Met mondkapje en op afstand, maar toch.

Lees de reportage Examen doen in coronatijd: ‘Jongens, help! Wat is glasnost?’

In dit examenjaar was alles kleiner en minder. De motivatie is minder, de vreugde werd vlakker – hooguit de gelatenheid is groter geworden. Autorijlessen gaan niet door, sportschool zit dicht. Vrienden zien kan wel, zowat iedereen heeft al corona gehad. Maar alleen in kleine groepjes bij iemand thuis.

En nu?

Nog nooit was in een eindexamenjaar het einde zo ontzettend nabij. Want ongeveer tegelijk met de laatste examens schiet het opeens heel erg op met het vaccineren in Nederland. Zelfs in Rotterdam, op een paar enclaves na. De besmettingscijfers dalen rap – restaurants, terrassen, bioscopen, zwembaden, sportscholen, winkels, alles gaat weer open.

We zullen zien of de door oma gemaakte vlaggen zullen wapperen in mijn straat – op het moment dat u deze column leest. Als het zo is, zal er een last van hen afvallen. Dat gevoel van enorme vrijheid dat de essentie van een vers schooldiploma is, eindelijk weg uit de kluisters van de minderjarigheid.

Nog nooit lag, na al die lockdowns en thuiszitterij, die wereld zó open als nu. Als mijn kinderen slagen, beleven ze een unieke dubbele bevrijding: van school én van Covid.