‘Doodswens van 75-plussers ook zeldzaam en veranderlijk’

‘Voltooid leven’ Onderzoekster Els van Wijngaarden keek specifiek naar de groep 75-plussers die D66 met een voltooidlevenwet wil helpen. Ze is kritisch: „Het gaat om een kwetsbare groep mensen.”

Wijngaard: „Ik hoop dat de politiek zich afvraagt of zo’n wet voor deze groep wel wenselijk is.”
Wijngaard: „Ik hoop dat de politiek zich afvraagt of zo’n wet voor deze groep wel wenselijk is.” Foto Patricia Rehe / ANP / Hollandse Hoogte

De groep 75’ers die niet ernstig ziek is, maar wel een serieuze wens tot levensbeëindiging heeft, is heel erg klein. Daarnaast is de doodswens van deze ouderen even „veranderlijk” als die van jongere senioren, zijn ze vaak lageropgeleid en gaat achter hun doodwens veelal een „ingewikkelde problematiek” schuil. Dat zijn de belangrijkste conclusies van nieuw onderzoek dat universitair hoofddocent Els van Wijngaarden (Universiteit voor Humanistiek) samen met collega’s deze vrijdag publiceert in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde.

Van Wijngaarden geldt als autoriteit op het gebied van wat ‘voltooid leven’ is komen te heten. In de Tweede Kamer wacht op behandeling een wetsvoorstel van D66 dat ouderen die levensmoe zijn het recht moet geven om voor levensbeëindiging te kiezen, ook als ze niet uitzichtloos lijden. Een speciale ‘stervensbegeleider’ zou hierover meerdere gesprekken moeten voeren en ook de familie en de huisarts moeten betrekken. Van Wijngaarden publiceerde vorig jaar, op verzoek van het kabinet, een uitgebreid onderzoek over de voltooidlevenproblematiek onder 55-plussers. Ze noemde de term toen „te rooskleurig” en „verdoezelend” voor de veelheid aan problemen waar deze mensen mee kampen.

‘Voltooid leven’ kan opnieuw voor politieke spanning gaan zorgen als D66 en de ChristenUnie, een felle tegenstander van het idee, weer zouden gaan onderhandelen in de kabinetsformatie. In reactie op Van Wijngaardens eerdere onderzoek zei voormalig D66-Kamerlid Pia Dijkstra in Nieuwsuur dat het onderzoek onder 55-plussers haar te breed was. „Het gaat mij om een andere groep”, zei Dijkstra, die in haar wetsvoorstel een leeftijdsgrens van 75 opnam. Voor Van Wijngaarden was haar reactie aanleiding om nader te bekijken „of de doodswens toeneemt naarmate mensen ouder worden”. Ze maakte voor haar nieuwste studie een specifieke analyse van de groep 75-plussers.

Lees ook dit artikel: ‘Práát met mensen over hun wens om te sterven’

15.000 met actieve doodswens

Uit die analyse blijkt dat van de ongeveer 1,4 miljoen 75-plussers in Nederland naar schatting zo’n 2 procent langer dan een jaar een doodswens heeft zonder ernstig ziek te zijn: zo’n 29.000 mensen. Ongeveer 15.000 van hen hebben een „actieve doodswens”, wat betekent dat ze weleens over euthanasie praten of over een behandelverbod nadenken. Slechts 0,2 procent van de 75-plussers geeft aan daadwerkelijk een „wens tot levensbeëindiging” te hebben. De onderzoekers geven in het artikel geen precieze schatting, maar het zou dan gaan om maximaal een paar duizend mensen. Van Wijngaarden beschouwt dat als „een hele kleine groep”.

Van Wijngaarden ziet cijfermatig geen grote verschillen met de percentages 55-plussers met een doodswens uit haar eerdere onderzoek. D66 schreef in de memorie van toelichting van het wetsvoorstel dat onder 75-plussers „een significante stijging” van een doodswens kan worden waargenomen. Van Wijngaarden bestrijdt dat: het percentage 75-plussers met een langdurige doodswens is met 2 procent iets hoger dan onder 55-plussers (1,3 procent), maar volgens de onderzoekster is dat verschil heel klein. „Bij significant denk je wellicht aan een forse stijging, terwijl de stijging minimaal is.”

Het karakter van de doodswens is ook onder 75-plussers vaak „veranderlijk” en „ambivalent”, zegt Van Wijngaarden, die veel ouderen uit lagere sociale klassen tegenkwam die worstelen met zaken als eenzaamheid en lichamelijke aftakeling. „Het dominante beeld bij ‘voltooid leven’ was lang dat van zelfbewuste, autonome ouderen die zelf hun levenseinde willen kiezen. Daar kan een streep door, die groep lijkt als zodanig niet te bestaan. Het gaat eerder om een overwegend kwetsbare groep mensen die niet opgewassen lijkt tegen het leven en in een penibele situatie zit. Het probleem is veelkleuriger en daarmee complexer.”

Mocht het onderwerp in de formatie of later in de Tweede Kamer weer aan bod komen, dan hoopt Van Wijngaarden dat de politiek tot „herbezinning” rond ‘voltooid leven’ komt en de afweging maakt of een wet wel het juiste antwoord is. Het is vooralsnog onzeker of een meerderheid het D66-voorstel steunt. „Ik hoop dat de politiek de inzichten uit onze onderzoeken echt meeneemt en zich afvraagt of zo’n wet voor deze groep wel wenselijk is.”

Lees ook dit artikel: Christen-Unie hield voltooidlevenwet tegen Lees ook dit interview met Pia Dijkstra: ‘Ik wil geen welles-nietes-discussie over voltooid leven’