De wie-met-wie-wil-regeren-vraag is eindelijk gesteld

Kabinetsformatie Op dag 85 van de formatie nodigde informateur Hamer rivalen uit voor gesprekken. Een mogelijke coalitie is nog altijd niet in beeld.

Premier Rutte (VVD) donderdag op het Binnenhof na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer.
Premier Rutte (VVD) donderdag op het Binnenhof na afloop van een gesprek met informateur Mariëtte Hamer. Foto Robin Utrecht/ANP

De gespreksagenda van informateur Mariëtte Hamer donderdag las als de uitkomst van een spannende loting voor een belangrijk sporttoernooi: alle grote rivalen tegenover elkaar. Op sociale media waren de voetbalmetaforen gemakkelijk gemaakt. „Hoekstra uit, altijd lastig”, „pittige speelronde”, „poule des doods”.

Achtereenvolgens traden aan: Jesse Klaver (GroenLinks) en Wopke Hoekstra (CDA), Sigrid Kaag (D66) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en tot slot Mark Rutte (VVD) en Lilianne Ploumen (PvdA).

In de moeizame zoektocht naar partijen die bereid zijn om, twaalf weken na de verkiezingen, inhoudelijke formatiebesprekingen te gaan voeren, had Hamer precies die politieke leiders bij elkaar gezet die juist niet willen samenwerken.

Ze lijkt het spel te spelen dat zij als voorzitter van de SER zo goed beheerst: zet tegenpolen bij elkaar, laat ze hun hart luchten, hun positie nog eens toelichten. En probeer tegelijkertijd inhoudelijke overeenkomsten te vinden als basis voor een gewenst compromis.

‘Constructieve gesprekken’

CDA-leider Hoekstra, die later die dag met het uitgelekte memo van partijgenoot Pieter Omtzigt een nieuw explosief probleem op z’n bordje kreeg, zette begin deze maand als eerste de hakken in het zand. Hij wil niet onderhandelen met twéé linkse partijen. Even later volgde VVD-leider Rutte dit standpunt. Terwijl de twee linkse partijen in kwestie, GroenLinks en PvdA, niet zónder elkaar willen meepraten. Tussen de huidige coalitiepartners D66 en ChristenUnie botert het inhoudelijk ook al niet, vooral niet als het om de medisch-ethische onderwerpen gaat.

Als het inderdaad Hamers opzet was om tegenover elkaar staande duo’s dichter bij elkaar te brengen, dan lijkt dat niet erg gelukt. Weliswaar spraken de zes na afloop van elk onderonsje diplomatiek over „goede persoonlijke verhoudingen”, „constructieve gesprekken” en „goede samenwerking in het verleden”, hun onderlinge weerzin is verre van verdwenen.

Wopke Hoekstra hield na zijn gesprek met Jesse Klaver eraan vast dat een formatiegesprek met GroenLinks én PvdA er voor hem niet in zit. Klaver en Ploumen herhaalden hun samen-of-niet-voorwaarde. Rutte bleef zeggen dat één partij voldoende is om het trio VVD-D66-CDA aan een meerderheid te helpen. Hij noemde naast PvdA of GroenLinks ook ChristenUnie, JA21 of Volt.

Lees ook: Hoekstra grijpt z’n kans, dat smaakt bij het CDA naar meer

Enige vooruitgang

En Kaag verklaarde dat Segers’ blijvende weerstand tegen voor D66 zo belangrijke thema’s als de embryowet en het meerouderschap zich niet laat verenigen met haar „progressieve belofte” aan de kiezer. D66 wil dat soort kwesties niet nog eens vier jaar parkeren zoals onder Rutte III.

Zo bezien lijkt de formatie nog altijd op slot te zitten. Toch was er donderdag enige vooruitgang te noteren. Allereerst is de voor de volgende fase onontbeerlijke ‘wie-met-wie-vraag’ überhaupt aan de orde gekomen, zo bevestigden de partijleiders. Tot nu toe was het alleen nog maar over ‘de inhoud’ gegaan, niet over wie met wie wil gaan onderhandelen.

En ook is er beweging gekomen in de richting van een politieke overeenkomst, nog niet voor een nieuw regeerakkoord als wel voor het zogenoemde herstelbeleid waar al op korte termijn geld voor moet worden gevonden. De begroting voor 2022 moet vóór Prinsjesdag worden afgerond. Volgens Rutte heeft de informateur daar inmiddels brede steun voor genoteerd, bij meer partijen dan de zes die in beeld zijn voor de vorming van een nieuw kabinet. „Het is nog niet tot op de laatste euro ingevuld.” Maar: „Er worden grote stappen gezet.”