De hennakunstenares redt overspelige mannen

Zes nieuwe boeken Redacteur Margot Poll signaleert welke boeken er ook zijn verschenen en kiest er steeds zes om kort te bespreken. Deze week over dorpse en grootstedelijke roddeltantes in India tot verzetshelden in de Biesbosch.

1. Alka Joshi: De hennakunstenares

De debuutroman De hennakunstenares van de Indiaas-Amerikaanse schrijfster Alka Joshi speelt zich af in de jaren vijftig van de vorige eeuw in het noordwesten van India. Het land is net bevrijd van de Britse overheersing. Joshi schreef een fictief verhaal over haar eigen moeder die, zelf op haar twintigste uitgehuwelijkt, haar eigen kinderen een vrijere, westerse opvoeding wilde geven. In De hennakunstenares is de jonge vrouw Lakshmi Shastri haar man Hari – aan wie ze uitgehuwelijkt is – en de roddelende vrouwen uit hun dorp ontvlucht. Honderden kilometers verderop bouwt ze een eigen bestaan op als hennakunstenares. De societydame Parvati Sinh introduceert haar zelfs ten paleize. Maar wanneer een jonger zusje (13) van wie zij het bestaan niet kende, plotseling met Hari voor de deur staat, verandert haar wereld en blijken ook in Jaipur de keurigste dames net zulke roddeltantes te zijn als die uit haar geboortedorp. Een mooie dorpsroman waarin Lakshmi van hennakunstenares een kruidendokter wordt die zowel overspelige mannen helpt om hun bastaardkinderen niet geboren te laten worden als anderen om kruidenmengsels in plaats van medicijnen te gebruiken. Tevens integreert de schrijver zowel het Hindi als taal als de omgangsvormen in het verhaal. We kennen in Nederland de namasté die floreert in Covid-tijd: de begroeting waarbij de handpalmen vlak onder de hals tegen elkaar worden gedrukt. Wanneer we weer iets dichter bij elkaar kunnen komen, zou een korte aanraking van andermans pols, als blijk van dankbaarheid, hier ook niet misstaan.

Alka Joshi: De hennakunstenares. (The Henna Artist) Vert. Caecile de Hoog en Noor Koch. Cargo, 376 blz. € 20,99

2. Stine Jensen: Faalmoed en andere filosofische overdenkingen

Schrijver en filosoof Stine Jensen bundelde in Faalmoed en andere filosofische overdenkingen ruim zestig eerder gepubliceerde (filosofische) stukken waarmee ze ‘de falende, de kwetsbare en verlangende mens die eeuwig tekortschiet in het zonnetje zet’. Een mooi voorbeeld is Jensens wandeling door de bergen in IJsland waarbij ze zich ‘kapot ergerde’ aan de achterblijvers, totdat ze zelf geblesseerd raakte en zich moest voegen bij de groep op wie iedereen aan het wachten was. En wat bleek? Het was de leukste groep: schaamte, geluk, liefde en dankbaarheid overvielen haar. Een levensles die ze zich voornam nooit te vergeten. Die kwam weer van pas toen ze Jort Kelder bij de tweede lockdown in de Vooravond op de tv hoorde zeggen: ‘We zijn een kleine, zeer kwetsbare groep nu aan het beschermen, ten koste van al het andere.’ (Waarbij de presentatoren hem overigens met een ‘ja’ bijvielen.) Zeker, dacht Jensen, wachten op elkaar, luisteren naar elkaar. Je bekommeren om elkaar – dat is precies de ‘kern van beschaving’. In het boek veel stukken over corona maar ook over hoe filosofen verdriet ervaren. Kierkegaard, bijvoorbeeld, introduceerde ‘reflexief verdriet’. Jensen herkent dat en oppert dat ‘al het denken überhaupt verdrietig is’. Het is overigens niet dat dit ‘verdrietdenken’ al het falen in de inspirerende bundel illustreert – Jensen volgt ook de psychoanalyticus Adam Phillips die zegt: ‘Wat we hopelijk zullen leren van onze fouten, is dat we fouten zullen blijven maken’.

Stine Jensen: Faalmoed en andere filosofische overdenkingen. Pepperbooks, 208 blz. € 18,99

3. Elli H. Radinger: Het geschenk van de wildernis

Dat de Duitse oud-advocaat en natuuronderzoeker Elli H. Radinger (1951) zich focuste op wolven – en die menselijke eigenschappen toekent – is wellicht bekend, maar dat ze zo overdrachtelijk over de natuur als leermeester kan schrijven, blijkt uit haar nieuwe boek Het geschenk van de wildernis. Wandelen in de Grand Canyon bijvoorbeeld vergelijkt zij met de levensloop; ‘om aan de andere kant te komen, moet je de diepte in en erdoorheen. Daarna gaat het pas weer bergop, en dat is dan nog eens verschrikkelijk veel zwaarder. Maar je leert door te zetten. Als je het gehaald hebt ben je euforisch. En dan begint alles weer opnieuw.’ Al zijn de ervaringen soms wat zweverig (‘De wildernis in onszelf vraagt ons terug te gaan naar onze eigen natuur’), de verhalen over de mooie natuur en de dieren die Radinger op haar reizen tegenkwam, zijn de moeite waard. Ze begint het reisboek overigens met de wolven en eindigt ermee, want ‘alles wat ik over de natuur, de samenhang daarin en mijn eigen plaats in de wereld moest weten, heb ik van de wolven geleerd.’ Dat levert ook de mooie roodkapje-achtige zin op: ‘Zeg tegen de wolven dat ik weer thuis ben.’

Elli H. Radinger: Het geschenk van de wildernis. Vrijheid, stilte, moed, dankbaarheid – zo geeft de natuur ons wat we nodig hebben. (Das Geschenk der Wildnis) Vert. Michel Bolwerk. Lev, 256 blz. € 20,99

4. Ernest Claes: De Witte

Ruim honderd jaar geleden verscheen de op en top schelmenroman De Witte van de Vlaamse schrijver Ernest Claes (1885-1968). Reden voor de uitgever om de 128ste druk uit te brengen over de boerenzoon Lewie Verheyden die door zijn ‘sprietel-witte verkenshaar’ de bijnaam de Witte kreeg. Ouderwets grappige verhalen over wat verveling en de hang naar verandering met een kwajongen kan doen. Of hij nu langs alle vaders van zijn klasgenoten gaat met de mededeling dat de meester hen wil spreken over hun zoon of sadistisch met een naald een arme poes in de billen prikt zodat ze wegspringt over de tafel ten koste van de koffiekopjes, het zijn passages van toen waar je nu nog om kunt lachen. Dat de met humor en dialect doorspekte roman ook een dubbele bodem heeft, en ‘losjes’ is gebaseerd op het leven van Claes zelf, blijkt uit de sociale achterstand die Witte in zijn leven ondervindt – nauwelijks geld om een pet te kopen, boeken komen het huis niet in en het ‘statie’, het station, heeft zo’n grote aantrekkingskracht op hem omdat het staat voor de grote, andere wereld buiten het boerengehucht Zichem. Om zich staande te houden in die ongelijke wereld, haalt hij overal kattenkwaad uit en wat hem daarbij ‘helpt’ is dat het altijd en overal mooi weer is. Of het nu de koperen ploert boven de korenvelden is of steeds die zwoele namiddagzon, op bijna elke pagina laat Claes het zonnig zijn. In zijn zeer enthousiaste inleiding bij deze jubileumuitgave prijst de Vlaamse dichter en schrijver Peter Theunynck de roman de hemel in. In het Algemeen Handelsblad van 29 december 1920 is men echter wat zuinigjes: ‘Bij een dergelijk onderwerp is het rustieke dialect uit het landbouwersmilieu een factor van beteekenis misschien wel van een wat te gemakkelijk verkregen suggestieve, werking. Wat niet verhindert, dat het boekje de aantrekkelijkheid van het ware, zelf-geziene bezit.’

Ernest Claes: De Witte. Voorwoord Peter Theunynck. Wereldbibliotheek, 216 blz. € 19,95

5. Jelle Simons: Liniecrossers

Iedereen die er tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog in slaagde door de Duitse frontlinie in de Biesbosch te glippen, behoorde tot de zogenaamde ‘liniecrossers’; verzetsstrijders die het nog bezette deel van Nederland een ‘onzichtbare brug naar de vrijheid’ boden. In het indrukwekkende Liniecrossers deed historicus en journalist Jelle Simons uitgebreid onderzoek naar wie deze mannen en vrouwen waren die hun leven waagden om verbindingswegen door rietvelden, grienden en kreken te onderhouden. Zoals binnenschipper Cornelis Leendert Bolijn (‘Zwarte Kees’) uit Sliedrecht die personen, medicijnen, uniformen en berichten door de linie wist te vervoeren. Maar toen hij een keer werd beschoten met machinegeweren en mortieren, keerde hij om en gooide berichten en bagage overboord: ‘Wij zijn toen aan wal gesprongen en door tuinen en over schuttingen aan het rennen gegaan terwijl de Duitsers ondertussen lustig op ons vuurden.’

Jelle Simons: Liniecrossers. Frontkoeriers van het verzet. Omniboek, 304 blz. € 27,50

6. Gerard Groeneveld: Neergestort

Ook in de lucht werd de oorlog in alle hevigheid gevoerd. In het indrukwekkende fotoboek Neergestort van Gerard Groeneveld worden vijftien verhalen verteld achter de crashes van in Nederland neergestorte geallieerde bommenwerpers in de Tweede Wereldoorlog. Groeneveld, die in 2018 ook al een indrukwekkend fotoalbum maakte van foto’s van de Duitse inval in Nederland, kocht enkele jaren geleden de fotografische nalatenschap van de Duitse soldaat Heinz Boeke. Deze jonge oorlogsfotograaf van de Luftwaffe was belast met het op locatie fotograferen van wrakstukken en slachtoffers. In het zogenaamde ‘verliesregister’ staan meer dan zesduizend militaire vliegtuigverliezen op Nederlands grondgebied geregistreerd en in combinatie met de foto’s van Boeke reconstrueerde Groeneveld enkele ijzingwekkende verhalen; vliegers die op 10 mei nog wisten te ontkomen aan Duitse jagers bij Schiphol, moesten op 12 mei tevergeefs de Afsluitdijk beschermen en op 13 mei alweer de Moerdijkbrug bombarderen. De geallieerde bombardementen troffen niet alleen Duitse doelen, maar maakten ook veel slachtoffers in zowel de Nederlandse als de Duitse steden. Om de luchtoorlog en zijn slachtoffers nog meer tot de verbeelding te laten spreken, is elke grote zwart-wit foto waarmee een hoofdstuk begint, met historische precisie ingekleurd door colourist Jakob Lagerweij. Geschiedvervalsing? Dat hangt er maar van af hoe zorgvuldig er historisch onderzoek aan vooraf is gegaan – een verkeerde kleur van een uniform bijvoorbeeld zou in deze foto’s funest zijn. Lagerweij lijkt zeer secuur te werk te zijn gegaan en brengt met de kleurenfoto’s de rauwe werkelijkheid inderdaad nog dichterbij. Het verleden wordt zo een permanent heden, maar de geschiedvervalsing moet je voor lief nemen’, schreef deze krant vorig jaar naar aanleiding van een nieuw boek van de Braziliaanse digitale kunstenaar Marina Amaral, die een voorloper is in de inkleurkunst.

Gerard Groeneveld: Neergestort. Vijftien vliegtuigverliezen in Nederland 1940-1945. Wbooks, 160 blz. € 34,95