Opinie

Belgische toestanden

Petra de Koning

Als je de dagen telt van de kabinetsformatie, zoals ze in België graag doen bij hún formaties: het zijn er nu 84. En het wordt vast niet moeilijk om het Nederlandse record, de 225 dagen van Rutte III, te breken. Er is nog niet eens één gesprek geweest tussen partijen die heel misschien met elkaar willen regeren.

Daar kun je je als land zorgen over maken, het is crisis. Je kunt het ook niet doen. „In België”, zegt oud-senator voor de Vlaamse christen-democraten Rik Torfs, „zitten we na tweeënhalve maand nog aan de borrel van de verkiezingsavond.”

Na de verkiezingen van 2010 deed België 541 dagen over de formatie – een wereldrecord. In 2020 was er na 494 dagen een regering. Maar dan heb je het over een steeds dieper verdeeld land, waar de Franstaligen vooral links stemmen en de Vlamingen rechts. In peilingen is het radicaal-rechtse Vlaams Belang, dat Vlaanderen onafhankelijk wil maken, nu al een tijdje de grootste partij.

Wat zie je als je vanuit de Brusselse Wetstraat, het Binnenhof van België, naar de Nederlandse politiek kijkt? „Wel een beetje Belgische toestanden”, zegt Björn Rzoska, fractievoorzitter van Groen in het Vlaams parlement. Kamerlid Peter De Roover van de Vlaams-nationalistische N-VA heeft het over een „verbelgisering die je beter kunt vermijden”. En hij wil best „de betweterige Hollander” uithangen, zegt hij, en Nederland adviseren om een kiesdrempel in te voeren.

België heeft veel partijen omdat Wallonië en Vlaanderen hun eigen partijen hebben, Nederland omdat je al met 70.000 stemmen een Tweede Kamerzetel haalt. De Roover heeft zitten rekenen: „Met een kiesdrempel van 5 procent zoals bij ons, zouden VVD, CDA en D66 samen een meerderheid hebben.”

Vlaamse politici, hoor ik in een paar dagen rondbellen, zien Nederland graag als voorbeeld. Daar had je, anders dan in hun eigen ‘rommelige’ België, ‘degelijke besluitvorming’. En dus vonden ze de toeslagenaffaire verbijsterend. Maar óók het debat in de Tweede Kamer over ‘openheid’ na de gefotografeerde notitie uit de formatie, toen alle gespreksverslagen met de verkenners openbaar werden gemaakt. „Wij geloven in de magie van gesprekken in restaurants met neergelaten luiken”, zegt Rik Torfs.

Servais Verherstraeten, fractievoorzitter van de christendemocratische CD&V, schreef al in april een opiniestuk in Knack met als titel ‘Nederland Gidsland?’. Wat België volgens hem nooit moest doen: formeren zonder de koning. Door de telefoon zegt hij: „Als wij onszelf vast rijden door boude uitspraken of fouten, zeggen wij: ‘over naar de koning’. Hij vormt het gordijn waarachter de wonden kunnen helen.”

Dus ja: een voorbeeld. Maar niet meer positief.

Björn Rzoska van Groen vindt dat de politieke leiders in Nederland „over hun schaduw heen moeten stappen” en samen aan tafel gaan zitten. „Toen wij vorig jaar een regering kregen, hadden al veel partijen dat geprobeerd.” In Den Haag tot nu toe: niemand. „Wij zeggen: wie niet waagt, blijft maagd.”

Petra de Koning (p.dekoning@nrc.nl; @pdekoning) schrijft elke donderdag op deze plek een column.