Reportage

‘Amsterdammers hebben vaak geen benul van wat ze in de supermarkt kopen’

Melkventer Een ventende melkboer rijdt wekelijks een rondje door Amsterdam met verse zuivel en eieren, om Amsterdammers meer te betrekken bij het boerenleven, de weidevogels en het landschap. „Wie mist de grutto als hij die nog nooit heeft gezien?”

Foto Olivier Middendorp

„Heb je nog een halve kilo geitenkaas?”, vraagt de man. „Nee, de melk gaat nu naar de lammetjes”, antwoordt Floris Wouters (28) vanachter de houten kraam. Naast hem schenkt Loïs Vaars (26) verse melk in een fles. „Ah, daar hebben ze recht op”, lacht de man. Hij komt geregeld hier zijn zuivel halen. „Ik vind de smaak van de melk en de yoghurt hélemaal anders dan in de supermarkt. Het doet me denken aan mijn moederland Irak. Het is een beetje duur, maar lekkere dingen zíjn duur!”

Het is een zonnige vrijdagochtend in maart en al vroeg druk bij de kraam op de brug tussen de Rijnstraat en Van Woustraat. Klanten staan in de rij voor melk, hangop, karnemelk, boter, kaas of eieren– die rijden Loïs en Floris wekelijks in een klassiek Renaultje 4 rond. Veel vaste klanten ook, een jongen die wekelijks twaalf liter melk drinkt, een man die geregeld zes liter karnemelk haalt voor zijn couscous-avond, en de verslaggever.

Verkoop van zuivel in de Maasstraat in Amsterdam-Zuid. Foto Olivier Middendorp

Zolang de voorraad strekt. Soms is het op. Of gaan de lammetjes voor, zegt Loïs, in zwarte tuinbroek en met een brede lach. „Dan raken mensen wel eens geïrriteerd. Iedereen is zo gewend dat alles altijd maar beschikbaar is.” Er wordt wat afgekletst bij de kraam. „We trekken allerlei mensen aan, ook voor een praatje.” Er is ook altijd wat te vertellen, zegt Floris. „Een stier die naar de slacht gaat, lammetjes die de geitenmelk krijgen.”

Marten Verdenius van MOMA. Foto Olivier Middendorp

Ze zijn die ochtend vanuit de biologische boerderij De Groene Griffioen in Weesp gekomen. Daar had Marten Verdenius (31) de zuivel voorbereid en verpakt. Hij is het brein achter More than Milk Amsterdam (MOMA), de ventende melkboer, en in juni drie jaar bezig. Begonnen met zestig liter melk voor de Scandinavian Embassy bij het Sarphatipark, gaat er nu wekelijks vierduizend liter voor zo’n veertig horecazaken doorheen. Dat bezorgen ze de hele week. Een klein deel wordt op straat vanuit de Renault verkocht. Vrijdag in Zuid, zaterdag in Oost en sinds april ook in Noord. West staat op de planning.

Foto Olivier Middendorp

Nog geen half procent naar A’dam

De voedselketen „van grond tot mond” tastbaar maken, dat is wat Verdenius met de oprichting van MOMA beoogde. Want, zo rekende hij uit, nog geen half procent van de 1.500.000 liter melk die de ruim tweehonderd boeren rondom Amsterdam produceren, vindt zijn weg direct naar de stad. „Ik trek de melk nog net niet zelf uit de koe, maar sta er wel vijf meter naast”, vertelt hij. MOMA koopt de zuivel van nu vijf boeren uit de streek en verwerkt die in een gehuurde ruimte op de boerderij in Weesp. Verdenius doet veel zelf, maar inmiddels werken zo’n twaalf mensen mee.

Verdenius maakte zich tijdens zijn studie Milieukunde in Wageningen en bijbaan als melkveehouder heel erg druk over de „dramatische melkprijs, de onderwaardering voor het boerenvak”. Maar vooral over de stand van de natuur en de afstand tussen boer en consument. „Ik woonde in Amsterdam en werkte toen bij een boer in Ouderkerk. Twee totaal verschillende werelden. Amsterdammers hebben vaak geen benul van wat ze in de supermarkt kopen.”

Neem de melkprijs, zegt Verdenius, terwijl hij vanuit een grote ketel handmatig liters yoghurt in plastic flessen schenkt. „We vinden zestig cent voor een liter melk goedkoop. Maar hoe bepalen we die prijs? Telt de sterfte van de weidevogels daarin mee? Dat zijn ook kosten. Zestig cent is niet goedkoop, als onze kinderen straks een dood landschap erven.”

Wie mist de grutto als hij die nog nooit heeft gezien?

Marten Verdenius oprichter MOMA (More than Milk Amsterdam)

De voedselketen werkt niet, vindt hij. „We slagen er niet in mens, dier, natuur en landschap te laten floreren. Voor de boer is het sappelen, de consument krijgt eten dat nergens meer naar smaakt.” Daarom wil Marten de Amsterdammer kennis laten maken met het boerenleven, de weidevogels, het landschap. „Zodat de consument weet wat een gezond landschap is. Maar ook kan voelen als het misgaat.”

Lees ook: Om weidevogels te beschermen is er nu een zuivelwijzer

Marten noemt het landschapspijn. „Kijk, ik vind het verlies van een soort echt verschrikkelijk. Maar wie mist de grutto als hij die nog nooit heeft gezien? Eigenlijk zou de consument zelf de nek moeten omdraaien van die vogel voordat hij zijn melk drinkt. Dan voel je die landschapspijn, en dan gaan we zorgdragen”, denkt hij.

Foto Olivier Middendorp

Vooralsnog gaat MOMA al ventend het gesprek aan. Door het verhaal te vertellen achter de zuivel die het verkoopt. Ook is MOMA samen met boeren en financiers als Wij.land bezig met het opzetten van een landschapsherstelfonds, waarin de consument bij aankoop van een liter melk mag stemmen voor bijvoorbeeld het aanleggen van houtwallen, bijenlinten of natuurlijke slootkanten.

Het is keihard werken. „Wat wij in een dag doen, poept Friesland Campina er in een minuut uit. Je hebt ontzettend veel doorzettingsvermogen nodig.” Na het eerste vallen en opstaan groeit MOMA nu hard. „Tijdens corona zijn we als horecaleverancier 20 procent gegroeid. Zonder corona had ik waarschijnlijk een burn-out gehad en een klantenstop.”

Maar zelfs met € 1,50 voor een liter melk kan het nog steeds niet uit, vertelt Verdenius ook. Hij betaalt zijn werknemers, maar haalt zelf zijn brood uit een loondienstcontract op een zorgboerderij. „De kosten gaan voor de baten uit en we doen het op eigen kracht, zonder een cent vreemd vermogen.” In september gaat MOMA verhuizen naar een grotere locatie. Dan kan het bedrijf opschalen.

Biologische melkproducten. Foto Olivier Middendorp

Geen drijfmest, koeien gehoornd

Als de yoghurt in de flessen zit en Floris buiten de Renault vollaadt met zuivel en eieren, lopen we nog een rondje op de boerderij. In de open potstal in het weiland liggen zo’n 55 Montbéliarde-koeien in het hooi. Geen drijfmest, nauwelijks krachtvoer en de koeien zijn gehoornd, zegt Marten. „En zo moet het. Friesland Campina-melk is het verhaal van de industrie, terwijl hier een prachtig product ligt, gemaakt door een boerenfamilie met een geschiedenis.”

De wekelijkse MOMA-route staat op de website: www.moma.amsterdam. Verder zijn de producten te koop in de boerderijwinkels en bij Eriks Delicatessen op het Beukenplein. Drie van de vijf boeren die leveren aan MOMA zijn biologische boeren. Een van hen, Wes Korrel uit Ouderkerk, won de Gouden Grutto 2019, een wisseltrofee van de Vogelbescherming voor boeren die zich inzetten voor de weidevogels.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.