Waarom we Alice in Wonderland nodig hebben

Ode aan de verbeelding In het Londense Victoria & Albert Museum onderstreept een tentoonstelling hoe Alice in Wonderland literatuur, film, politiek en wetenschappers inspireerde.

Alice Curiouser and Curiouser, installatie in het Victoria and Albert Museum, Londen
Alice Curiouser and Curiouser, installatie in het Victoria and Albert Museum, Londen Foto Peter Kelleher © Victoria and Albert Museum

Het begint, hoe kan het ook anders, met een trap naar beneden. Een expositie over een verhaal waarin een meisje al op de eerste pagina’s in een konijnenhol tuimelt kun je moeilijk op zolder situeren.

Nadat je een tijdje hebt rondgedwaald door het souterrain van het Victoria & Albert Museum in Londen, geassisteerd door een Wit Konijn, dringt tot je door dat de kelder net zo goed de zolder had kunnen zijn. Want dat is de onweerstaanbare essentie van de tentoonstelling Alice – curiouser and curiouser die in het V&A wordt gevierd: niets is zoals het lijkt en logica is ook maar een begrip.

Ik ontmoet al snel een enorme rups die wil weten hoe ik heet. Ik wandel door een feeëriek verlichte kamer waar de muren lijken te bewegen. Ik kniel voor een luikje en zie een tuin. Iemand vraagt me wie ik zou uitnodigen op de thee en wat ik dan zou serveren.

In een hoekje krijg ik een wegwerpgezichtsmaskertje en een heftig gedesinfecteerde bril voor virtual reality. Ik spring naar beneden en merk dat mijn maag trager is dan mijn brein. Ik drink uit een blauw flesje, krimp tot kabouterformaat en struikel bijna over een vouw in het tapijt. Opeens sta ik in de tuin van de Hartenkoningin. Voor me staat een mandje met bewegende egels die ik door een poortje moet gooien. Het lijkt op croquet, maar ook weer niet. Opeens moet ik denken aan een echte koning die op de verjaardag van zijn moeder eens met een oranje wc-pot moest gooien en zich daarvoor schaamde. Ik eet van een paddestoel en schiet weer omhoog.

Zenaida Yanowsky in Christopher Wheeldons ballet Alice’s Adventures in Wonderland. Foto Johan Persson ©The Royal Ballet

Wat is nonsens toch verrukkelijk. Na maanden pandemie met een door regeltjes geketend leven en noodgedwongen verafgoding van wetenschap en reproductiegetal is het absurdisme van Alice in Wonderland een verademing. Laat de gekte over ons komen! „Why, sometimes, I’ve believed as many as six impossible things before breakfast”, citeert de catalogus de Witte Koningin.

Konijnenhol

In de tweede helft van de negentiende eeuw gaf de wiskundige Charles Lutwidge Dodgson les aan Christ Church College in Oxford en raakte bevriend met de jonge dochter van de decaan, Alice Liddell. Tijdens een tochtje op de Thames naar Godstow amuseerde Dodgson Alice en haar zussen met wonderbaarlijke vertellingen. De smalle trap aan de achterkant van de eetzaal van Christ Church is de inspiratie voor het konijnenhol. Op aandringen van Alice schreef Dodgson de avonturen onder het pseudoniem Lewis Carroll op in Alice’s Adventures in Wonderland (1866) en in Through the Looking-Glass, and What Alice Found There. (1871).

Alice was niet meteen een daverend succes. De verkochte oplage viel in eerste instantie tegen, maar de recensies waren positief en tegen de tijd dat het vervolg op de markt kwam waren van Wonderland 28.000 exemplaren verkocht. Het zou de volgende honderdvijftig jaar altijd verkrijgbaar blijven en is inmiddels vertaald in 170 talen. Er kwam al snel een versie voor peuters en een toneelversie. In 1892 was Alice beroemd genoeg voor een eigen koektrommel.

Alice is, zeker voor de Britse bezoekers die zijn groot geworden met verhalen over hoedenmaker Mad Hatter, de Cheshire Cat en de White Rabbit, op de eerste plaats jeugdsentiment. Oudere bezoekers laten zich in het V&A kirrend fotograferen bij de paddenstoel en de rups. Wie Alice niet kent van voorleesuurtjes, kent wel een van de filmversies. De Disney-versie van Alice als een blauw-witte engel met goudblond haar uit de jaren vijftig, of de film van Tim Burton uit 2010 met Helena Bonham Carter als een vervaarlijke koningin en Johnny Depp als Mad Hatter.

Zelf was ik de details van het verhaal ergens onderweg van jeugd naar volwassenheid kwijtgeraakt, maar toen ik de originele illustraties zag, ging er een luikje open. De hoedenmaker moet destijds grote indruk hebben gemaakt – ik herkende hem onmiddellijk als een oude vriend. De combinatie van Carrolls karakterbeschrijvingen met de tekeningen van John Tenniel verklaart voor een groot deel de bekoring en de herkenbaarheid van Alice.

Humor

Alice is fascinerend, maar het is geen kinderboek, klaagde een deel van de recensenten in de negentiende eeuw. Dat was niet goed gezien: de brille van Alice zit er nu juist in dat zowel kinderen als volwassenen vallen voor de volstrekt nonsensicale humor.

Anna Gaskell: Override#25 Foto Solomon R. Guggenheim Museum (c) courtesy Galerie Gisela Capitain, Keulen

Alice wordt steeds weer herontdekt, heruitgevonden en herverteld. Het V&A neemt je op sleeptouw door al die interpretaties van Alice die soms net zo wonderlijk zijn als het origineel. Er zijn talloze bewerkingen voor film en toneel, en het sterk op dialogen leunende verhaal is zelfs gevangen in een choreografie. In de voorstelling Wonder.land van het Royal National Theater (2015) loopt Alice op plateauzolen en praat met het Witte Konijn op een met graffiti besmeurde wc. In de voorstelling van het Royal Opera House (2011) komt Zenaida Yanowsky als Hartenkoningin op in een jurk als een kleerkast, net zo overdonderend glimmend rood als de carrosserie van een Ferrari.

Wat is nonsens toch verrukkelijk. Laat de gekte over ons komen!

„Het experimentele en de onderzoekende karakter van de Alice-boeken maken ze tot handboeken voor zelfontdekking, experimenteren en creativiteit”, schrijft curator Kate Bailey in de catalogus. De surrealisten zijn de eersten die in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw verwantschap met Alice vertalen in eigen werk. In Surrealist Composition van Edward Burra staat een vrouwelijk personage centraal in een verwarrende en beslist onlogische wereld met vreemde doorkijkjes en deuren naar onbekende bestemming. Max Ernst schildert Alice in 1941 als een volwassen vrouw die vastzit in een rots. Salvador Dalí krijgt van Random House eind jaren zestig het verzoek een nieuwe editie te illustreren. In Dalí’s fantasiewereld zweeft de theevisite boven een smeltende wijzerplaat.

Salvador Dalí: Mad Tea Party, illustratie voor Alice in Wonderland, 1969

In de geestverruimende jaren zestig wisten ze wel raad met het experiment van Alice. In een zaal met duizelingwekkend gestreept behang neemt een immense kat, waarvan bij nader inzien alleen de grijns resteert, de bezoeker mentaal aan de hand. Het verbaast niet dat een sprookje waarin het eten van paddestoelen tot een radicaal ander perspectief leidt, de rups een waterpijp rookt en de Witte Ridder achterstevoren spreekt, grondstof werd voor psychedelische rock. In de video White Rabbit van Jefferson Airplane zweeft zangeres Grace Slick als Alice door een veelkleurig pulserende ruimte boven de rest van de band. John Lennon was als kind al gek op Alice en ontleende er inspiratie aan voor Lucy in the Sky with Daimonds en I am the Walrus.

Naakte mannen

Voor de tegencultuur van de jaren zestig was Alice een heldin. In 1968 organiseerde Yayoi Kusama een happening rond het standbeeld van Alice in Central Park in New York. Naakte mannen, beschilderd met ronde vlekken dansten rond Alice, het konijn en de Hoedenmaker. Alice was de grootmoeder van alle hippies, verklaarde Kusama die met de happening tegen de oorlog in Vietnam demonstreerde. De op de mannenlijven geschilderde schijven waren een vortex naar een andere wereld.

Lees ook: De eeuwige echo van Alice

De absurde, dystopische ondergrondse wereld van Alice, waar je zomaar veroordeeld kunt worden voor een vergrijp dat je niet hebt gepleegd, is uitermate geschikt als ankerpunt voor politieke satire. Alice was niet alleen de held van de tegencultuur van de jaren zestig, maar werd ook door suffragettes en milieu-activisten ingezet voor hun politieke doel. De Engelse vakbonden wierven leden na de Tweede Wereldoorlog met het toneelstuk Malice in Plunderland, waarin Alice in een gaarkeuken belandt. In recente cartoons werd Donald Trump Humpty Trumpty en Boris Johnson een dikke Tweedledum.

John Tenniel: Alice at the Mad Hatter’s Tea Party, illustratie uit 1865 Foto Victoria and Albert Museum, London

Ook wetenschappers die proberen verder te denken dan de zekerheden van gisteren en vandaag hebben de hulp van Alice ingeroepen. Toen Ivan Sutherland in 1965 voor het eerst een blauwdruk schreef voor virtual reality, zag hij een ruimte voor zich die „letterlijk het Wonderland kan zijn waar Alice naar binnen ging”. Alice is ook ingezet als gids in een boek waarin quantum mechanica wordt uitgelegd, Alice in Quantumland. En in onderzoekscentrum CERN in Geneve onderzoeken 1.500 wetenschappers in het Alice-project deeltjes die vrij kwamen bij de Big Bang – A Large Ion Collider Experiment.

Modeontwerpers hebben een zwak voor haar. Vivienne Westwood, Viktor&Rolf, John Galliano, vroeg of laat komt er een Alice-collectie. Bij Westwood is politiek niet ver weg: ‘Wie zijn de leiders’, staat op een van haar Wonderland-creaties uit 2015. In 2017 maakte fotograaf Tim Walker een daverende Pirelli-kalender met Wonderland-thema. Hij vertelt het verhaal met zwarte modellen, waarmee Alice uit 1866 opeens midden in het racismedebat van de jaren twintig van de eenentwintigste eeuw staat.

Het is een tentoonstelling die je niet anders dan met een glimlach onder je mondkapje kunt verlaten. En je weet ook zeker: nonsens prikkelt de verbeelding. We gaan Alice nog hard nodig hebben.

Alice: Curiouser and Curiouser, t/m 31 dec, Victoria and Albert Museum, Londen.