Vrij zijn is… middeleeuws zwaardvechten

Vrij Hoe breekt Nederland uit de sleur? Deze week: middeleeuws zwaardvechten.

Foto Folkert Koelewijn

In een Tilburgse gymzaal voltrekt zich een middeleeuws gevecht. Vermomde strijders maken snelle passen, steekbewegingen en maaien met zwaarden. „Ik vind het er heerlijk uitzien”, zegt Cynthia Kop (36, universitair docent informatica). Bezweet komt ze uit de zondagse vrije training van De Zwaardkring: „Een sessie van twee uur waarin ik met veel partners kan vechten.”

Na jaren judo leerde Kop tijdens een postdoc in Denemarken het langzwaard hanteren. Kop: „Een anderhalve meter lang, tweehandig zwaard. Dat vind ik prettig vechten.”

Terug in Nederland trainde ze hard en werd ze in 2019 tweede bij het eerste NK Dames Langzwaard.

Wat er van buiten uitziet als flink erop los hakken, is gebaseerd op een eeuwenoud systeem. „Eind twintigste eeuw is door heel Europa de historische krijgskunst herontdekt. Middeleeuwse boeken over zwaardvechten stonden opnieuw in de belangstelling”, vertelt Kop. Zelf kijkt ze soms in The Art of Combat, een vertaling van Joachim Meyers Gründtliche Beschreibung der Kunst des Fechtens (1568), „maar ik zoek het liever in de praktijk uit”.

Bij De Zwaardkring wordt vooral gevochten met het langzwaard, messer (kort mes-achtig zwaard) en beukelaar (klein schild).

Wat is het doel? „De ander doodmaken”, zegt Kop fijntjes, maar dan wel in een beschermend pak, met botte of nepwapens. „Op het raken van plekken, bijvoorbeeld op hoofd of torso, staan punten”, legt ze uit. „Je kunt slaan, steken of snijden. Het gaat erom dat het dodelijk had kunnen zijn.” Andere pluspunten? Kop: „Het is supergezellig.”

Guido van der Maesen (20, technische dienst Coolblue) traint drie keer in de week bij De Zwaardkring. Hij vecht tijdens wedstrijden maar past zijn kennis ook toe bij zijn hobby ‘levende geschiedenis’: „Samen met anderen speel ik slagen uit het verleden na op bijvoorbeeld Kasteel Doornenburg of bij Viking-evenementen.” Hij vecht met broadsword (korter slagzwaard) en rondschild.

Velen kennen zwaardvechten van tv-drama’s als Game of Thrones of Vikings. Van der Maesen: „Klopt enigszins en is cineastisch mooi, maar niet waar wij voor gaan.” Doel van De Zwaardkring is: „Verspreiden van kennis en kunde met betrekking tot de middeleeuwse krijgskunst.” De trainers baseren zich mede op de in verzen geschreven, veertiende-eeuwse Zettel van Johannes Liechtenauer, een verzameling instructies in de krijgskunst. Ze verzorgen lessen in Breda, Den Bosch, Eindhoven en Tilburg. Op zondag komen de fanatiekelingen: mannen en vrouwen, van middelbare scholieren tot vijftigplussers. Kop: „Hard slaan helpt, maar het gaat meer om tactiek, snelheid en techniek.” Een rigoureuze houding helpt vermoedelijk ook. Kop: „Ik ben in het gevecht redelijk agressief.” Van der Maesen: „Ik sta bekend als iemand die niet terugdeinst.”

Ze vechten ook met elkaar. Van der Maesen: „Al ben ik een kop groter, Cynthia stapt er vol in en gaat de worsteling aan.” Kop: „Ik probeer het, maar hij wint meestal.” Ze kunnen niet wachten tot er na de coronastop weer toernooien zijn. Kop is voorzichtiger geworden, dat wil ze afleren. Zoals ze in een oud manuscript las: „Laat je angst varen en ga op in het gevecht.”