Recensie

Recensie Beeldende kunst

Unheimische interieurs, gruwelkamers en spiegelpaleizen

Beeldende kunst Uit de vele tentoonstellingen die in galeries te zien zijn, maakt NRC wekelijks een selectie. De meeste exposities zijn zonder afspraak te bezichtigen.

Laëtitia Badaut Haussmann, installatie met verschillende werken, waaronder Stage Marble Circle, 2020.
Laëtitia Badaut Haussmann, installatie met verschillende werken, waaronder Stage Marble Circle, 2020. Foto Jeroen de Smalen / Galerie Allen

Veilig ben je nergens

Zelden zijn dingen wat ze lijken. Een chique appartement in Parijs herbergt een verdieping lager een martelkelder waar de eigenaresse klanten onderwerpt aan gruwelseks. Een zoektocht naar bescherming leidt slechts tot obsessieve angst. En alle objecten om ons heen waarmee we zogenaamd onze hoogst individuele ik tot uitdrukking brengen zijn feitelijk spullen die onze politieke status quo en binaire genderposities perfect in stand houden. Ontsnappen is geen optie.

Dat is waar de zaalvullende installatie ‘As if a house…’ van spreekt. De installatie – die uit 16 individuele werken bestaat – is de eerste solo van de Franse kunstenaar Laëtitia Badaut Haussmann (1980) bij Ellen de Bruijne in Amsterdam. Met uiterste precisie heeft de kunstenaar, die in haar werk samplet uit feminisme, politiek, architectuur en film, een ‘kamer’ in elkaar gezet waar de sfeer dreigend is.

Vertrekpunt van Badaut Haussmann zijn twee films. Todd Haynes’ vreemde meesterwerk Safe (1995), waarin actrice Julianne Moore een Californische huisvrouw speelt die tot in de grootste vorm van gekte zichzelf tegen allergieën en fobieën probeert te beschermen. En de oudere film Maîtresse (1976) van Barbet Schroeder, die over een januskoppige dominatrix in Parijs gaat.

De sfeer uit die films komt geabstraheerd tot uitdrukking in de tentoonstelling: niet als illustratie, maar zelfstandig met spiegelgladde beelden en (nauwelijks verstaanbare) geluidswerken die refereren aan seks, agressie, onderdrukking en verlangende bevrijding. De sadomasochistische gruwelkelder uit Maîtresse is veranderd in een spiegelend zwart beest van een meubelstuk, dat – uitgetrokken – zijn ingewanden bijna prijsgeeft. Aan de muren hangen twee Love Sculptures (2021) van wit zacht leer, die verleiden als schrifttekens uit een verloren gegane taal. En er staat een kuipvormige bol van kunststof en aluminium. Het is net als in Safe: je kunt je hoofd er wel in leggen en heel hard hopen. Maar je weet: veilig ben je nergens.

Vertrekpunten voor ongeschreven verhalen

Lara de Moor. Tangram, 2018, olieverf op doek, 185 x 125 cm. Foto Galerie Roger Katwijk

Wat zie je nou eigenlijk? Midden in de kamer staat een met schuimend water gevulde blauwe teil, die is met gekruist tape aan de vloer is vastgeplakt. Uit de muur steken vier driehoeken van verschillende formaten, het gordijn voor het raam is te lang en valt over de vensterbank, maar bedekt niet de bovenste vensters. Er is iets vreemds aan de hand in de interieurs die Lara de Moor schildert, zoals hier op Tangram (2018), alleen kun je er niet goed de vinger op liggen wat er precies aan de hand is.

De Moor (1969, Den Haag) is geïnteresseerd in hoe een ruimte emoties en gedachten kan beïnvloeden. Bij galerie Roger Katwijk in Amsterdam exposeert ze een prachtige reeks unheimische, realistisch geschilderde kamers.

In die naar werkelijkheid geschilderde ruimtes heeft de kunstenaar steeds een paar ingrepen gedaan: er hangen als een mobile glasscherven aan het plafond (Parallels, 2021), er is een zwarte wolk over de deur en muur geschilderd (Spiller, 2020), of er loopt een diagonaal geel vlak over de houten vloer (Song, 2020).

Die artistieke interventies intrigeren mateloos, het zijn een soort arte-povera-kunstwerken die het denken alle kanten opjagen.

De vreemde objecten (zijn kunstwerken niet altijd vreemde objecten in een min of meer vertrouwde ruimte?) zijn vertrekpunten voor ongeschreven verhalen: wat is hier gebeurd? Wat staat hier te gebeuren?

Parallels, het titelschilderij van de expositie, is wat dat betreft het meest extreem: hier lopen twee kamers in elkaar over, de ramen overlappen elkaar, kleurvlakken hangen onnatuurlijk in de ruimte, twee latten die op de grond liggen houden zomaar op. Dit kan niet waar zijn.

De Moor schildert realistisch, en dat doet ze meesterlijk, ze bouwt de installaties in het echt op (zoals te zien is in een mooie video op haar website) in de ruimtes in haar eigen huis, bij vrienden, of tijdens bezichtigingen van leegstaande huizen via een Belgische makelaar.

En hoewel ze voor haar kamers dus stad en land afreist, zouden het allemaal ruimtes in hetzelfde huis kunnen zijn. Zo scherp controleert de schilder het gemoed en de spanning die haar kamers uitdragen.

De ellende van optische illusies in een spiegel

De tetoonstelling ‘Mirrors / Mirages’.Galerie Ron Mandos

Als het glas oplost in een glanzende, zilveren nevel en Alice door een spiegel met een soepele sprong in de Spiegelkamer terecht komt, belandt ze in een wereld waar je in onmogelijke dingen leert geloven. Met Alice’s avonturen in Through the Looking Glass in het achterhoofd, loop je de tentoonstelling ‘Mirrors / Mirages’ binnen in Galerie Ron Mandos in Amsterdam.

Negen kunstenaars gaan hier in op het idee van „het vermogen van licht om de werkelijkheid te spiegelen”.

Het is Ann Veronica Janssens die je de poort door laat gaan in Magic Mirrors waarin glaslagen de buitenwereld reflecteren, maar waar maar één kleur wordt toegelaten zodat die wereld wat onwennig overkomt. Het is effectief, net als de werken van Troika en Sarah van Sonsbeeck – maar het blijft toch ook op afstand. Je wordt niet meegezogen zoals Alice, maar blijft op een afstandje kijken. Met een spiegel in een kunstwerk kan je mikken op de observatie, maar ook op reflectie.

Om met licht en spiegels de werkelijkheid te vervormen is een goed idee. Er zijn immers weinig dingen zo ingewikkeld als het moment dat je een spiegel krijgt voorgehouden en je gedwongen wordt tot reflectie. Tegelijkertijd is een spiegel er ook om in te kijken of je iets wat mooier kan maken voordat het aan de buitenwereld wordt gepresenteerd.

In alle gevallen blijft het ongemak bestaan.

Het is de Chileense beeldhouwer Iván Navarro die je dat ongemak weet in te trekken met zijn verlichte zwarte gat. De spiegel mag er niet letterlijk zijn, de weerspiegeling door het licht is er wel.

Net als bij Lieven Hendriks. Waar ook bij hem het effect van optische illusies soms wat te belangrijk lijkt, zijn de landschappen geslaagder omdat het lichtpunt hier het landschap tot een dreigend iets maakt.

Het aansprekelijkst is Howdy Doody (Magnatron), als een Alice word je door James Turrell meegenomen in een gat dat een gekleurde wereld neerzet alsof de wereld nog een bol tv-scherm is.