Opinie

Schepen vergaan

In 010

Vervuld van bespottelijk hoge verwachtingen ging ik op de eerste dag dat het weer mocht naar het Maritiem Museum. De aldaar ingerichte expositie Maritieme Meesterwerken beloofde nogal wat: een kunstzinnig overzicht van vijf eeuwen maritieme geschiedenis. Werd die belofte waargemaakt?

Een van de eerste schilderijen waarop mijn oog viel was Hout halen in Scandinavië, toegeschreven aan Cornelis Claesz van Wieringen. Wat opvalt aan het doek van begin zeventiende eeuw zijn niet zozeer de schepen op zee, als wel de rots aan de kust. Daarmee wilde de schilder zeggen: let op, dit tafereel speelt zich niet af in Nederland. De verbeelding moest rijk zijn, maar ook simpel. Geen Nederlander, zeelui uitgezonderd, had ooit iets van de wereld gezien. Maar de toeschouwer wist: een rots, dat moet wel ‘elders’ zijn.

Gaandeweg de expositie ging de kwestie me steeds meer biologeren: hoe verbeeld je een maritieme werkelijkheid die je vreemd is? Als we De Ark van Noach ook even tot de maritieme werkelijkheid mogen rekenen, dan heeft Jeroen Bosch rond 1514 een wel erg klein bootje geschilderd. „Er past nog niet één olifant op”, constateert het Maritiem Museum terecht.

Een eeuw later draaide het in de maritieme schilderkunst veel minder om verhalen uit de Bijbel. Men koos voor dagelijkse gebeurtenissen, zoals de thuiskomst van schepen overzee of het binnenhalen van vis. Die verandering van paradigma viel samen met de opkomst van Nederland als zeevarende wereldmacht, onder de vlag van VOC en WIC.

Bewapend koopvaardijschip en andere vaartuigen voor Dordrecht, circa 1600-1625. Door Cornelis Claesz van Wieringen Beeld Maritiem Museum

Maritieme schilders als Willem van de Velde de Jonge en Jan van de Cappelle vestigden hun roem. Ik stel me hen voor als halve journalisten die met gretigheid de verhalen van zeevarenden optekenden. Om daarna vol trots de handelsvloot van de jonge republiek te schilderen. Zo is van de laatste een mooie parade van zeilschepen te zien, een gedetailleerd tafereel dat een beetje doet denken aan Sail Amsterdam. Veel is er veranderd in de maritieme wereld, maar veel ook niet.

Zeker zo minutieus is De walvisvangst (circa 1670) van Abraham Storck. We zien hoe een walvis door twee harpoeniers wordt aangevallen en inmiddels bloed spuwt. De schilder bevoer zelf nooit de Poolzee, maar ondervroeg de walvisvaarders zodra ze in Nederland waren teruggekeerd.

Er hangen op de expositie ook eigentijdse werken - de belofte van een volledig historisch overzicht wordt geheel waargemaakt - vermeld wordt wel dat het schip goeddeels uit de schilderkunst is verdwenen, en hooguit nog opduikt als metafoor.

Toch gek, dacht ik: toen we ‘niets’ wisten waren de schilderijen gedetailleerd, nu we ‘alles‘ weten - door hetzij film, foto boeken of reizen - zijn de schepen vergaan.

Lees meer In 010-columns van Willem Pekelder