Restauraties Wong Kar-wai zijn eigenlijk nieuwe films

Film Wong Kar-wai brak in de jaren negentig door met films die het eenzame leven in Aziatische metropolen lieten zien. Ze zijn nu gerestaureerd.

Beeld uit de film In the Mood for Love (2000).
Beeld uit de film In the Mood for Love (2000).

Voor regisseur Wong Kar-wai is een film nooit af. Ook als hij af is. Ingeblikt zoals dat vroeger heette toen hij zijn eerste films nog op film draaide en ze in een filmblik werden verscheept naar de festivals en bioscopen waar ze in première gingen. Beroemd, of berucht, is het voorbeeld van zijn vroege kostuumfilm Ashes of Time (1994) die in 2008 een ‘redux’-versie kreeg inclusief nieuwe scènes, een geheel nieuw kleurenpalet en soundtrack. Is het dan nog wel dezelfde film?

Beeld uit de gangsterfilm Fallen Angels (1995).

Nu er een retrospectief vertoond wordt van zijn werk in het Eye Filmmuseum in Amsterdam met digitale restauraties van zijn werk, is die vraag niet alleen academische spielerei, maar ook fundamenteel voor een publiek dat óf voor de eerste keer kennis maakt met de Hongkongse grootmeester, of dat het graag onder verbeterde omstandigheden wil terugzien. Hij gaat over hoe we film beleven. En herinneren. Die vraag past goed bij het werk van Wong dat de ene keer vermomd als sensuele liefdesgeschiedenis, de andere keer als gangsterfilm (Fallen Angels, 1995), de volgende keer in de vorm van een weemoedig sciencefictionverhaal (2046, 2004) of martial-artsfilm (The Grandmaster, 2013) altijd gaat over ervaring en geheugen.

Beeld uit de sciencefictionfilm 2046 (2004).

Over de innerlijke wereld van personages die met gevoelens worstelen die alleen maar zichtbaar worden omdat de wereld om hen heen kolkt van kleur, en experimentele camerabewegingen en slowmotionshots waarin de tijd zowel stil kan staan als voorbijschieten als een komeet. Film is illusie. Maar waarneming is dat ook. Als iemand zichtbaar kan maken hoe je het onnoembare kan voelen is hij het wel.

Lees ook: Als de gedachte de vader van de wens is

Dilemma

Wong was er, toen de restauraties eind vorig jaar in New York voor het eerst te zien waren, duidelijk over. Het is een dilemma, zei hij. Restaureer je de films op de manier waarop het publiek ze herinnert (bijvoorbeeld door alleen de kleuren op te poetsen, en het geluid aan de nieuwste standaarden aan te passen)? Of op de manier waarop de maker ze voor zich heeft gezien? Het werd het laatste. Dat betekent bijvoorbeeld dat behalve de kleuren ook het kaderformaat van sommige films werd aangepast.

Beeld uit de romantische film Chungking Express (1994).

Het überromantische Chungking Express (1994) en In the Mood for Love (2000) bijvoorbeeld zijn nu te zien in het format waarop ze oorspronkelijk werden gedraaid. Fallen Angels wordt in Cinemascope vertoond, omdat dat was hoe Wong de film oorspronkelijk heeft bedoeld. Het Amerikaanse filmnieuwsplatform IndieWire vergeleek al deze aanpassingen met de „arthousevarianten van de speciale edities van de Star Wars-films” die er voortdurend uitkomen. Het grote verschil is natuurlijk dat Wong minder door commerciële en voornamelijk door artistieke motieven wordt gedreven.

Maakt het uit voor de films die geliefd worden om hun emotionerende, subjectieve verhaallijnen, waarin de onmogelijkheid van de liefde altijd een grote rol speelt? Die getoonzet zijn in verzadigde kleuren, vol neon en nacht. Die de moderne metropolen die in de jaren negentig een geliefd filmdecor werden, lieten zien in al hun vervreemding en buitenaardse grandeur. Die kritisch keken naar de sociale en politieke status aparte van Hongkong, als een klein litteken, maar nooit helemaal geheeld. Waar de camera ondertussen vrijmoedig met de wereld danst. Maakt het uit dat het niet meer precies dezelfde films zijn? Puristen hebben het nakijken. Wong is namelijk ook een regisseur die zonder strak uitgelijnd scenario werkt, in de montage het verhaal herschrijft. Dit is precies wie hij is als filmmaker. Zijn films stromen.

Beeld uit de film Happy Together (1997).

En voor ons, als toeschouwers? Net zoals in Wongs werk personages weer op kunnen duiken in andere films (dus die Star Wars-vergelijking van IndieWire was nog niet zo gek), of we spiegelversies van hen tegenkomen, zo ontdekken wij al kijkend ook dubbelgangers, vroegere versies van onszelf. Het is net alsof je een geliefd muziekstuk hoort in een nieuwe live-uitvoering. In je hoofd hoor je zowel het akkoord dat gespeeld wordt, als de noot die erop gaat volgen, terwijl ook de echo van de melodie nog naklinkt. Film is nergens zo levend als bij Wong Kar-wai. Stel je voor dat je dat allemaal voor het eerst kunt bekijken.