Opinie

Lessen uit Saksen-Anhalt voor het Europese midden

Luuk van Middelaar

In de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt vond zondag de laatste electorale test voor de Bondsdagverkiezingen van september plaats. Peilers zagen een nek-aan-nek-race tussen de radicaal-rechtse AfD en de christendemocratische CDU. Maar de kiezers spraken andere taal: zittend premier Reiner Haseloff (CDU) haalde 37 procent, de AfD eindigde op afstand als tweede, met 21 procent. Ver erna volgden Die Linke, de SPD, de liberale FDP en de Groenen.

In Berlijn kon CDU-kanselierskandidaat Armin Laschet eindelijk ontspannen glimlachen. Na een harde strijd dit voorjaar met zijn populaire Beierse rivaal Markus Söder (CSU) zijn de christen-democratische gelederen gesloten. De solide Laschet imponeert niet, maar heeft voor het eerst de wind in de rug, terwijl zijn concurrente Annalena Baerbock van de Groenen met tegenslag kampt. Tot september kan nog veel gebeuren, maar voor Laschet ligt het pad nu open naar het machtigste ambt in Duitsland – en dat is tevens het machtigste ambt in Europa.

Zeker, het ging zondag in Saksen-Anhalt slechts om een kleine deelstaat, 2 miljoen inwoners. Ook spelen lokale factoren mee. Toch past de uitslag in bredere Duitse en Europese patronen.

Ten eerste: ervaring telt. Saksen-Anhalt gaf een ‘premierbonus’ aan de zittende man Haseloff. Ook in Baden-Würtenberg won eerder dit jaar de premier, Winfried Kretschmann van de Groenen, met de slogan: „U kent mij”. Nu de Bondsrepubliek de pandemische schok doorstaat, hebben kiezers geen behoefte aan een breuk. Leiders die het goed doen, krijgen steun.

Continuïteit was ook lang de troef van Angela Merkel. Niet toevallig was haar eerste overwinning, in 2005 tegen de zittende SPD-kanselier, het nipst: toen moest zij verandering belichamen. Dit jaar zijn alle kanselierskandidaten nieuw. Toch biedt CDU-man Armin Laschet de meeste continuïteit met Merkel. Bovendien heeft hij als minister-president van Noord-Rijn-Westfalen (18 miljoen inwoners) meer bestuurservaring dan Baerbock, die Bondsdaglid is.

Ten tweede: de Groenen hebben huiswerk. Tot veler bewondering organiseerde de partij een vlekkeloze lijsttrekkersbenoeming, waarin Baerbocks co-voorzitter Robert Habeck zich fideel terugtrok. Er volgde een bliksemstart, de pers viel voor een nieuwe, jonge vrouw met een positieve klimaatagenda, en hup, in peilingen ging Baerbock Laschet al voorbij. Maar enkele stommiteiten bevestigden het cliché van een „Verbotspartei”, van wie je straks geen biefstuk meer mag eten. Voormalig Oost-Duitsland blijft voor de Groenen een lastige uitwedstrijd, maar de 5,9 procent van zondag viel zwaar tegen.

Ook andere Europese progressieve partijen kampen ermee: hoe klimaaturgentie te rijmen met sociaaleconomische gelijkheid? Jongeren willen planeet aarde redden, welvarenden en hoogopgeleiden betalen er met liefde voor, maar wie verkoopt duurdere benzine of hogere gasrekeningen aan de mensen die bij de Aldi boodschappen doen? Willen de Duitse Groenen de grootste worden, dan kunnen ze niet om dit verdelingsvraagstuk heen.

Ten derde: schrik voor radicaal-rechts speelt centrum-rechts in de kaart. Achteraf klaagden de drie linkse partijen SPD, Die Linke en de Groenen – samen een kwart van de stemmen – dat het duel AfD versus CDU hen had weggedrukt. Lokale voorman Haseloff behoort tot de CDU-rechtervleugel maar sloot samenwerking met radicaal-rechts uit. Zo kon ook de verliezende SPD na afloop zeggen dat „de democratie” in Saksen-Anhalt had gewonnen. Laschet noemde zijn partij „bolwerk tegen extremisme”. Vergelijk hoe VVD-leider Mark Rutte in 2017 het mechanisme van de tweestrijd met Wilders benutte om de grootste te blijven.

Allengs ontstaat zo een West-Europees politiek driestromenlandschap. De economische tweedeling links-rechts voldoet allang niet meer. Een culturele tweedeling open-gesloten kwam erbij, voor thema’s als migratie of Europa. In de praktijk leidt het tot een driedeling: radicaal-rechts, midden en links. Wat voorheen rechts was, is nu het midden (althans de rechterhoofdmoot ervan). In Duitsland heeft Merkels CDU zich er stap voor stap gemanoeuvreerd. In Parijs deed Macron het in één klap, in 2017. In Nederland zitten daar VVD, CDA en D66. De Duitse Groenen, met hun hoogopgeleide, stedelijke en pro-Europese kiezers, combineren ons D66 en GroenLinks. Rechts van dit midden: AfD, Le Pen, Wilders/Baudet. Links ervan: slinkende sociaal-democraten en uiterst links.

De strijd om de macht is de strijd om het centrum. Het Berlijnse duel Laschet tegen Baerbock weerspiegelt het Haagse voorjaarsduel Rutte (VVD) tegen Kaag (D66), centrum-rechts versus centrum-links. Waarschijnlijk eindigen – daar en hier – beide partijen in de volgende regering. Met in Berlijn Laschet in de bondskanselarij.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, historicus en hoogleraar EU-recht (Leiden).