Komt Joe Biden naar Europa als vriend of als diplomaat?

Europa-reis Na Trump haalt Biden de trans-Atlantische banden weer aan. Maar de nieuwe president van de VS moet bruggen slaan en zijn voorganger doen vergeten. Intussen is hij met zijn gedachten vooral bij China.

Jill Biden en president Joe Biden arriveerden woensdag op de Britse vliegbasis Mildenhall voor een bezoek van een week aan Europa.
Jill Biden en president Joe Biden arriveerden woensdag op de Britse vliegbasis Mildenhall voor een bezoek van een week aan Europa. Foto Brendan Smialowski/AFP

Op 21 december stuurde Jake Sullivan, op dat moment de beoogd nationaal veiligheidsadviseur van president Biden, een tweet met een geopolitieke lading. Persbureau Reuters had bericht over een aanstaande investeringsovereenkomst tussen China en de EU. De tweet luidde: „De regering-Biden/Harris zou vroegtijdige beraadslagingen met onze Europese partners over onze gezamenlijke zorgen over China’s manier van zakendoen, op prijs stellen.”

De echo van die beleefd-geïrriteerde tweet – en het impliciete Europese antwoord: stug doorgaan met nastreven van de overeenkomst – zal doorklinken tijdens de besprekingen die Biden voert als hij de komende week voor het eerst in zijn presidentschap Europa bezoekt. Voor Biden is China het voornaamste thema in een zware reeks topontmoetingen met de G7, de NAVO en de Europese Unie.

Lees ook: NAVO zoekt hulp bij techstart-ups om cyberaanvallen af te slaan

„In mijn ogen loopt de Amerikaanse regering het risico van óverconcentratie op China”, zegt Max Bergmann, specialist buitenlandse politiek bij de progressieve denktank Center for American Progress. „Is er wel voldoende aandacht voor de agressie van Rusland? Vooral vanuit Oost-Europa klinken geluiden: ‘Euh, we hebben hier een nogal nijpend probleem.’”

In februari sprak Biden de virtuele internationale veiligheidstop in München toe. Hij sprak er kort over Rusland en diens pogingen de stabiliteit van westerse democratieën te ondermijnen. Hij wees op de noodzaak van samenwerking bij de „lange strategische competitie met China”. Zijn kernboodschap was: „Amerika is terug”, een even veelbelovende als nietszeggende mededeling.

Na afloop waren de Europese reacties dan ook gemengd. De Franse president Macron onderstreepte dat Europa na de tamelijk onverschillige Obama en de bijtende Trump niet langer durfde te vertrouwen op een stabiel bondgenootschap met de VS. De Duitse kanselier Merkel verklaarde dat de VS en de EU uiteenlopende opvattingen over China hebben.

Daar ligt een kloof die Biden nu zal moeten overbruggen. Maar waarnemers vragen zich af of hij daar wel voldoende belangstelling voor heeft. Ze wijzen erop dat de Amerikaanse president in zijn nationale veiligheidsraad wel twee in diplomatie doorknede coördinatoren heeft aangesteld voor Zuidoost-Azië en voor het Midden-Oosten, maar er zijn geen vergelijkbare posities voor Europa. Ook heeft hij nog altijd geen ambassadeurs benoemd bij de NAVO of bij de EU. Is Biden wel de ouderwetse Atlanticus zoals hij bij zijn aantreden werd afgeschilderd?

Achterstand

Toen Biden de presidentsverkiezing won in november, slaakten Europese leiders een zucht van opluchting. Na Trump, die de EU karakteriseerde als een organisatie die was opgericht om de VS te bestelen en die hij „erger dan China” noemde, zou Biden een voor Amerikaanse presidenten meer gebruikelijke Europa-vriendelijke blik hebben. Onderzoeksbureau Pew Research peilde in mei de opvatting over de VS in zestien economisch sterk ontwikkelde landen, waaronder Nederland. De resultaten werden donderdag bekendgemaakt. Niet verrassend: het enthousiasme over Amerika is gestegen na het dieptepunt in de Trump-jaren. Maar de rapportcijfers zijn lager dan daarvoor. In Nederland had bijvoorbeeld 65 procent van de ondervraagden een gunstig oordeel over Obama tegenover 57 procent over Biden.

Biden heeft dus nog een achterstand in te halen. „Ik denk dat Biden in potentie de meest trans-Atlantische president is die ik heb meegemaakt”, zegt Bergmann. „Hij koestert in elk geval de traditionele bondgenootschappen.” Een zinnetje dat voorafgaand aan Bidens Europa-reis steeds terugkeerde: „Wij schrijven de verkeersregels voor de wereld.” Het doet denken aan George H.W. Bush die na de val van het communistisch blok in 1989 een „nieuwe wereldorde” wilde helpen inrichten.

Maar volgens Bergmann koerst het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken al 25 jaar op routine waar het Europa betreft. De buitenlandse politiek is de laatste decennia bepaald door de oorlogen die de verschillende presidenten voerden en probeerden te beëindigen. „In die omstandigheden is de verhouding met de Europese bondgenoten te vaak voor lief genomen. Ze leverden troepen aan om de Amerikaanse militaire inspanningen te ondersteunen, ze waren een naaste handelspartner. Maar ze waren geen strategische partner”, zegt Bergmann.

Hij wijst op de afzijdigheid van de Amerikanen toen Europese lidstaten dit jaar een verwoed gevecht voerden over de begroting. Daarbij liet onder meer Nederland zich van zijn zuinigste kant zien. De onderhandelingen liepen uit op bezuinigingen op de post veiligheid.

Amerikaanse arrogantie

Biden zal zich de komende weken opnieuw moeten bewijzen als diplomaat. Als Obama’s vicepresident reisde hij al de wereld over. „De president stuurt me naar plekken waar hij zelf niet heen wil”, zei Biden destijds – terwijl hij vorige week zijn eigen vicepresident Kamala Harris onder hetzelfde motto naar Mexico en Midden-Amerika stuurde.

In zijn biografie uit 2020 schrijft Evan Osnos dat Biden soms ongeduldig was over de traditionele diplomatieke plichtplegingen. Hij citeert een Britse diplomaat die gefrustreerd was over Biden, die „niet genoeg zuurstof in de kamer laat om jouw eigen punten naar voren te brengen”. Politico vatte het verschil tussen de vorige en de huidige president bondig samen: „De vijandige en boosaardige Amerikaanse arrogantie van Donald Trump is verdwenen en vervangen door de meer beleefde en vriendelijke Amerikaanse arrogantie die de Europeanen zich nog – zij het niet altijd met plezier – herinneren van hun betrekkingen met vorige presidenten.”

Vorige maand hief de Amerikaanse regering de sancties op tegen een bedrijf dat betrokken is bij de Russische pijpleiding Nord Stream 2, die gas naar Duitsland brengt. Het project is omstreden. President Trump hekelde Duitsland keer op keer voor de dubbelhartigheid ten aanzien van het regime-Poetin. Bidens minister van Buitenlandse Zaken Tony Blinken zei dat de aanleg ervan „een fait accompli” is en dat de VS „actief samenwerken met Duitsland”.

Woensdag zetten de VS en de EU een streep onder de handelsoorlog die Trump had geïnitieerd. In een uitgelekte ontwerpverklaring staat dat de handelspartners de tarieven en de boetes over en weer voor vliegtuigbouwers Boeing en Airbus van tafel halen. Het lijken geschenken om de betrekkingen op kamertemperatuur te krijgen. Trumps handelstarieven tegen China heeft Biden overeind gelaten.

Bidens doel is zijn bondgenoten in stelling te brengen tegen China – volgens een enquête eerder dit jaar door een meerderheid van de Europese bevolking beschouwd als de nieuwe economische wereldmacht binnen een decennium.

De Amerikanen zijn daar zelf ook bang voor. Biden wist voor zijn vertrek de binnenlands-politieke gelederen tegenover China te sluiten op een manier die de Amerikaanse media bijna verblufte, na jaren van diepe politieke verdeeldheid. Dinsdag nam een ruime meerderheid van de Senaat een investeringswet aan die leest als een aanvalsplan tegen de Chinese economische machtsgreep.

Willen de VS optimaal gebruikmaken van de kracht van de EU en de NAVO in de rivaliteit met China, dan zullen ze de Europeanen niet langer moeten beschouwen als troepenleveranciers en handelspartners, maar hen moeten aanspreken als strategische partners, concludeert Bergmann. „En dan is de volgende vraag of Europa daarin ook wil meegaan.”

De resultaten uit het Pew-rapport van donderdag laten zien dat dit niet vanzelfsprekend is. Op de vraag of ze het idee hadden dat de VS hún belangen lieten meewegen bij beslissingen over buitenlandse politiek, antwoordde twee derde van de ondervraagde Europeanen ‘niet’ of ‘nauwelijks’.

Correctie (10 juni 2021): In eerdere versie was de naam van analist Max Bergmann verkeerd gespeld. Hierboven is dat aangepast.