‘Je merkt het wel als ik ben neergestoken’

In Ally Wat voorafging: Vince en een vriend hadden met met een luchtdrukpistool geschoten op jongens door wie ze werden afgeperst. Vince vroeg of Jasper de schuld op zich wilde nemen.

Het gebeurde tijdens de nacht voordat Jasper terugging naar Amsterdam om te zeggen: ‘Ik heb het gedaan, die schietpartij van mijn zoon.’ In Almere schrok hij wakker en pakte zijn telefoon.

03.17 uur.

Jasper keek naast zich en vroeg of Monique wakker was.

Het duurde een paar seconden voor ze antwoord gaf. „Mijn ogen zijn dicht, ziet het eruit alsof ik wakker ben?”

„We hadden toch afgesproken dat we vanaf nu alles met elkaar zouden delen?”

Eén oog ging open. „Ik had niets beloofd over het tijdstip.”

„Ik weet niet wat ik moet doen.”

Monique zei dat ze zou luisteren. „Maar mijn ogen blijven dicht.”

„Hij wil dus dat ik tegen die jongens zeg dat ik heb geschoten.”

„En je weet niet eens of hij het zelf heeft gedaan?” Monique zuchtte. „Of was het die vriend van hem? Waar kwam dat pistool vandaan?”

„Hij heeft me nodig. Zo vaak komt hij niet naar me toe. Jij weet niet hoe het is om niet bij je kind te zijn. Als je een gescheiden vader bent.”

„En hoe kwamen ze ook weer bij Vince?”, vroeg Monique. „Waarom denken ze dat hij heeft geschoten?”

Jasper vertelde dat die jongens eerst niet wisten wie het had gedaan. Tot ze de naambordjes bekeken onder het raam van waaruit was geschoten. Daar zagen ze de achternaam van Vince.

„Ik zou hier nooit aan meedoen.” Monique gaapte. „Maar ik voel me ook niet zo schuldig als jij, ik hoef niets goed te maken. Ik ben gewoon bij mijn kinderen. Mag ik nu verder slapen?”

De volgende dag. In Amsterdam, bij Jasper thuis. Vince zat op de bank, op zijn telefoon.

„Hoe werkt dit eigenlijk?”, vroeg Jasper. „Waar moet ik beginnen?”

„Check je foon.” Vince keek niet op van zijn eigen telefoon. „Ik heb je een nummer gestuurd. App daar een bericht heen dat je mijn vader bent en dat jij het hebt gedaan. Uit wraak of zo. Of om mij te beschermen. En dat je wilt dat ze mij met rust laten.”

„Kun je me aankijken terwijl je tegen me praat?”, vroeg Jasper. „Besef je wel wat je van me vraagt? Ik weet niet eens of jij dit hebt gedaan. Alleen dat het uit mijn raam is gebeurd. En waar kwam dat pistool vandaan?”

Nu keek Vince op van zijn telefoon. „Heb je weer met die vrouw van je gepraat of zo? Ik vraag dit gewoon aan je. Klaar.”

Jasper vroeg of Vince dit zelf een normale reactie vond.

„Weet je, ik ga.” Vince stond op. „Je merkt het wel als ik ben neergestoken. Ze gaven twee mogelijkheden. Geld of anders komen ze me pakken.”

Een dag later. Aan de telefoon. Eerst vroeg Jasper: „Ben Aissa? Zijn dat twee woorden? Of ben jij Aissa?”

Na een korte stilte: „Ga je grappig doen? Benaissa is mijn naam. Eén woord. En ik ben in mijn been geschoten. Door jouw zoon. Hoe gaan we dit oplossen?”

Jasper begon aan een verhaal over dat Vince niets had gedaan en met rust moest worden gelaten. Hij werd onderbroken.

„Denk je dat ik die shit geloof? Of dat het me uitmaakt? Uit jouw raam is geschoten. Op mij. Hoe gaan we dit oplossen?”

Jasper had een toespraak voorbereid over hoe vervelend dit was, dat hij alle schuld op zich nam, maar dat afpersing hem niet de oplossing leek en dat zijn zoon met rust... Weer werd hij onderbroken.

„Wat wil je doen?”, vroeg Benaissa. „De politie bellen?”

Jasper had geen antwoord.

„Ik dacht aan vijfduizend euro. Cash. En toen bedacht ik: die achternaam van jullie, dat is Joods toch?”

Jasper gaf geen antwoord.

„Zevenduizend euro, twee extra. Morgenavond, cash, in een plastic zak. Ik kom wel naar je huis om het te halen.”