Zo geraffineerd was de grootste fraudezaak ooit binnen de Nederlandse advocatuur niet. Toch is tien miljoen euro nog zoek

Landsadvocaat Notaris Frank Oranje van kantoor Pels Rijcken drukte 10 miljoen euro achterover. Honderd dagen nadat dit bekend werd, lijkt er weinig urgentie om de zaak op te lossen. Het geld is nog steeds zoek.

Illustratie Sharon Coone

„Geschokt” maakte landsadvocaat Pels Rijcken begin maart de megafraude van bestuursvoorzitter Frank Oranje bekend. Vanachter de gevel van de Haagse kantoorkolos New Babylon sluisde notaris Oranje jarenlang „op geraffineerde wijze” in totaal zo’n 10 miljoen euro weg. Geld dat Pels Rijcken beheerde voor gedupeerde beleggers in internetbedrijf World Online, verzekeraar Converium en voor gemeenten en provincies die afvalverwerker Attero hadden verkocht.

Oranje, die in november zelfmoord pleegde, was een van de voornaamste notarissen van het land. Hij hielp zelfs ministers om hun zakelijke belangen voor hun aantreden ‘op afstand’ te plaatsen. Zijn diefstal leidde tot landelijke verontwaardiging, en staat te boek als de grootste fraudezaak ooit binnen de Nederlandse advocatuur en het notariaat.

Honderd dagen na de bekendmaking is het geld nog steeds zoek. Bij politiek, Pels Rijcken, toezichthouder BFT en Openbaar Ministerie (OM) is weinig urgentie te bespeuren om het fraudemysterie op te lossen en er lessen uit te trekken.

Zelf onderzoeken

De huidige onderzoeksstrategie van het OM is achteroverleunen. Nadat het de fraude op het spoor was gekomen en Pels Rijcken er afgelopen september over had ingelicht, staat het onderzoek on hold. Van justitie mag Pels Rijcken de fraude namelijk zélf laten onderzoeken. Dat gebeurt door Deloitte, een commercieel accountants- en advieskantoor. Het OM zegt dat het „na beoordeling van de onderzoeksrapporten van Deloitte zal bekijken of aanvullend onderzoek noodzakelijk is”.

Die opstelling past in de trend dat het OM bedrijven vaker zelf fraudeonderzoek wil laten doen. Het is daarbij wel de vraag of de grote accountants- en advocatenkantoren die zich in deze ‘onafhankelijke onderzoeken’ bekwamen, de volledige waarheid boven water krijgen. Omstreden fraude-onderzoeken bij onder meer olieplatformbouwer SBM Offshore en belastingadviseur Baker Tilly tonen juist dat het belang van het onderzochte bedrijf overheerst – bijvoorbeeld door de fraudezaak ‘klein’ te houden en de schuld bij een enkeling te leggen.

Dat Deloitte de hamvraag – waar is de 10 miljoen van Oranje? – beantwoordt, is niet waarschijnlijk. Anders dan justitie beschikt het niet over de bevoegdheid geldstromen te traceren en bankrekeningen te bekijken.

In maart stelde het OM dat het Pels Rijcken als „slachtoffer” ziet. Interesse om de rechtspersoon Pels Rijcken te vervolgen lijkt er daarmee niet. Toch zou dat kunnen, als Oranjes fraude aan het kantoor kan worden toegerekend, bijvoorbeeld omdat de interne organisatie niet op orde was.

Lees ook: hoe kon de voorzitter van kantoor Pels Rijcken ongezien 10 miljoen euro stelen?

Hard oordeel

Daar zijn wel de nodige aanwijzingen voor. „Pels Rijcken draagt medeverantwoordelijkheid voor de fraude”, stellen curator Jeroen Princen en fraude-expert Marcel Pheijffer, hoogleraar aan Nyenrode en de Universiteit Leiden. De twee publiceerden onlangs een onderzoeksartikel in het Nederlands Juristenblad waarin zij de fraude ontleden. Door honderden pagina’s aan openbare aktes en documenten – bijvoorbeeld van de bestolen claimstichting die gedupeerde beleggers in Converium moest compenseren – naast de relevante wet- en regelgeving te leggen, komen zij tot een hard oordeel. Zo geraffineerd was de fraude van Oranje helemaal niet. Volgens hen stond de deur „bij Pels Rijcken zodanig open, dat de fraude heeft kunnen gebeuren”.

Zo paste een collega-notaris tot twee keer toe de naam aan van de stichting waarmee Oranje fraudeerde en waarvan hij enig bestuurder was. Dat is hoogst ongebruikelijk, maar bij Pels Rijcken gingen geen alarmbellen af. Ook kon Oranje onopgemerkt grote bedragen wegsluizen van Pels Rijcken-rekeningen, zonder dat iemand onraad rook.

Volgens Pheijffer en Princen laat de fraude zien dat de politiek in actie moet komen en dat de wet op een aantal punten aanscherping verdient.

Toezichtsregime

Maar de fraude staat niet op de politieke agenda. Alleen SP-Kamerleden Michiel van Nispen en Renske Leijten hebben minister Ferdinand Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) om opheldering gevraagd. Het gaat immers om een van de grootste advocatenkantoren van het land (290 medewerkers), die als landsadvocaat jaarlijks in honderden – soms zeer vertrouwelijke – zaken voor de rijksoverheid optreedt.

De beperkte politieke aandacht staat in schril contrast met andere affaires bij zakelijke dienstverleners, zoals bij ING dat witwascontroles verzaakte en accountantskantoren die laks boeken controleerden. Fraudezaken werden in die gevallen politiek aangegrepen om wet- en regelgeving en het toezichtsregime tegen het licht te houden.

Bekend is dat de capaciteit voor toezicht op het notariaat bij toezichthouder het BFT niet overhoudt. De Rekenkamer signaleerde dat al in 2008 en sindsdien is weinig veranderd. Het BFT-jaarverslag over 2019 leert dat zes medewerkers het financiële toezicht uitvoeren op ’s lands 770 notariskantoren en 3.300 (kandidaat)notarissen.

Lees ook: Bestolen stichting: ‘Pels Rijcken moet alle kosten dragen

Het BFT doet nu al maanden onderzoek bij Pels Rijcken en meldt desgevraagd dat het onderzoek „naar verwachting” dit jaar wordt afgerond. Dat is ook politiek relevant: minister Grapperhaus wil namelijk pas na het BFT-onderzoek nader op de kwestie ingaan, zo reageerde hij in maart op Kamervragen van de SP. Die keuze is bijzonder. Het BFT laat namelijk desgevraagd weten dat het onderzoek vanwege zijn wettelijke geheimhoudingsplicht niet openbaar gemaakt wordt en evenmin aan de minister mag worden verstrekt.

Ook Pels Rijcken wil niet nader op de zaak ingaan, hangende het BFT-onderzoek. Wel heeft de landsadvocaat de voorbije honderd dagen aan enige introspectie gedaan. In een recent persbericht noemt Pels Rijcken zich niet meer „slachtoffer”, zoals in maart, maar „verantwoordelijk voor het feit dat deze fraude heeft kunnen plaatsvinden”.

Praten over zelfdoding kan bij de landelijke hulplijn 113 Zelfmoordpreventie. Telefoon 0800-0113 of www.113.nl.