College Rotterdam wil fonds voor aanpak winkelstraten

Voorjaarsnota Het gemeentebestuur wil investeren om uit de coronacrisis te komen. Een van de plannen is een fonds voor leegstand in winkelgebieden.

Leegstaande winkel in Rotterdam-centrum.
Leegstaande winkel in Rotterdam-centrum. Foto Hans van Rhoon/ANP / Hollandse Hoogte

Om de verschraling van winkelstraten aan te pakken, wil het college van burgemeester en wethouders een ‘leegstandsfonds’ oprichten. Dit nieuwe instrument verschaft de gemeente middelen om de wijkeconomie te versterken en in te grijpen als in winkelgebieden de leefbaarheid afneemt en de criminaliteit toeneemt. Dat staat in de Voorjaarsnota 2021 die het college woensdag presenteerde.

Dit leegstandfonds zou gevormd moeten worden met geld uit de opbrengsten van de verkoop van energiebedrijf Eneco. Het college heeft inmiddels een aanvraag gedaan bij de commissie die adviseert over uitgaven van de Eneco-opbrengsten, zegt wethouder Roos Vermeij (economie, wijken, kleine kernen, PvdA): „Die zijn er positief over maar hebben wel gevraagd om een nadere uitwerking. Die verwacht ik in de tweede helft van dit jaar.”

Lees het artikel Rotterdamse winkelstraat moet straks een ‘beleving’ worden

De leegstand is winkelstraten is de laatste jaren toegenomen door online verkoop en door de coronacrisis. In winkelgebieden met veel leegstand moeten horeca, culturele en maatschappelijke activiteiten, sport en spel, dienstverlening en ambachtelijke bedrijven met ondersteuning uit het fonds een kans krijgen.

Behalve de gemeente Rotterdam moeten andere partijen geld in het fonds stoppen. Vermeij: „We zijn in gesprek met Den Haag over wat het Rijk voor ons zou kunnen betekenen. Ook marktpartijen kunnen meedoen. In gebieden waar de samenwerking met dat soort partijen al goed gaat, kunnen we kijken welke ingrepen en transformaties nodig zijn.”

Over de omvang van het fonds kan Vermeij desgevraagd nog niet veel kwijt. „Je moet aan miljoenen denken, en ook nog wel iets meer dan tien miljoen.”

Investeren in banen

Het leegstandfonds is onderdeel van een pakket aan investeringen om de coronacrisis tegen te gaan. Hoewel de economie van Rotterdam hard wordt geraakt, zijn de financiële gevolgen voor de gemeente vooralsnog beperkt. Het college kiest er in de Voorjaarsnota daarom voor extra geld uit te trekken om ‘mensen aan het werk houden en de economie te stimuleren’.

De effecten van de coronacrisis voor de gemeente vallen tot nu toe mee, omdat het Rijk de extra uitgaven, voornamelijk aan gezondheidszorg, grotendeels compenseert. Bezuinigen op de uitgaven en lastenverhogingen voor burgers kunnen daarom worden vermeden.

De investeringen worden betaald door tijdelijk de schuldenlast te laten oplopen en in te teren op het vermogen dat beschikbaar is om risico’s op te vangen. „We hebben weerstand opgebouwd voor het geval dat het zwaar weer zou worden. Dat is het nu. Maar we hebben ook afgesproken dat we later weer terugveren. We blijven financieel solide”, verzekert loco-burgemeester Bert Wijbenga (VVD).

Lees de reportage ‘Een derde lockdown kan de Rotterdamse winkelstraat Boulevard Zuid niet aan’

Aanpak schulden en innovatie

De extra uitgaven vallen in drie blokken uiteen. Uit de Eneco-pot wordt 110 miljoen euro gehaald, waarvan het leeuwendeel (100 miljoen) voor een kapitaalstorting bij netwerkbedrijf Stedin. De rest gaat naar de aanpak van schulden en naar steun voor innovatieve bedrijven. Volgens afspraak vloeien de opbrengsten op termijn weer naar de Eneco-gelden terug.

Ook wordt 200 miljoen euro uitgetrokken voor (vervroegde) vervanging van gemeentelijke bezittingen, waarvan het grootste deel naar stadsbeheer gaat.

Het derde blok is een extra investering van 114 miljoen euro, waarvan het grootste bedrag (38,9 miljoen) is bedoeld voor een versnelling in de uitvoering van de zeven groene stadsprojecten, onder meer de vergroening van de Maashaven en Rijnhaven. Het inschakelen van Rotterdamse bedrijven moet daarbij bijdragen aan het herstel van de economie. Ook gaan er bedragen naar woningbouw op Zuid en in het Merwevierhavengebied, onderwijs en infrastructuur (de Roseknoop).

Los van de investeringen wil het college tot 2023 in totaal 60 miljoen euro extra uittrekken voor de lopende begroting.

Het college is bij de het opstellen van de begroting uitgegaan van een lichte economische groei dit en volgend jaar, in lijn met de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB) voor de Nederlandse economie. Met het negatieve scenario van het CPB – een recessie door een nieuwe uitbraak van corona – is boekhoudkundig rekening gehouden als verhoogd risico voor het vermogen van de gemeente.