Reportage

Fiuu, fiuu, fiuu, klinkt het snerpend door de bergen

Fluiten Op het Canarische eiland La Gomera leren kinderen nog steeds een ‘fluittaal’. Vroeger was het dé manier om over lange afstanden en tussen diepe ravijnen met elkaar te ‘praten’.

Foto Javier Fergo

‘Fiuuuuuuu! Fiuu! Fiuu!” Eugenio Darias wijst al fluitend, op een helling even buiten het hoofdstadje San Sebastián, met zijn vinger naar de top van een berg kilometers verderop. „Kijk, zie je dat huisje daarboven? Daar hield mijn opa vroeger schapen. Iedere morgen om vijf uur verzamelden we zakken vol met gras en die brachten we dan daarnaar toe”, vertelt de 70-jarige inwoner van La Gomera. „Voordat we op weg gingen lieten we fluitend weten dat we eraan kwamen.”

Darias zet zijn vinger tussen zijn tanden en laat een lange, scherpe toon horen. Het geluid wordt kilometers verder langs de kammen en kloven gedragen. De goede verstaander weet precies wat er wordt bedoeld.

Want Darias doet niet zomaar wat. Dit is El Silbo Gomero, de beste bewaarde fluittaal ter wereld, verplicht in het vakkenpakket van de leerlingen op het Canarische eiland La Gomera, naast Tenerife. „Deze taal is onderdeel van onze identiteit”, zegt de gepensioneerde ‘meesterfluiter’ Darias. „Dat mag nooit verloren gaan.”

Fabián Cordobes.

Foto Javier Fergo

Foto Javier Fergo
Foto’s Javier Fergo

Traditioneel gezin

De geschiedenis van de bijzondere fluittaal gaat terug naar de tijd voordat de Spanjaarden het eiland van dertig kilometer doorsnede in 1489 pacificeerden. De wijze waarop de oorspronkelijke bewoners, de Gomeros, met elkaar communiceerden, bleek er sterker dan de bevolking zelf. De Spaanse kolonisten namen dit belangrijke onderdeel van hun cultuur over, terwijl zij zelf uiteindelijk opgingen in de Spaanse bevolking. De basis van de fluittaal, waarbij de klanken van de woorden worden gefloten, werd gebaseerd op het Spaans. Vooral uit noodzaak, omdat op het vulkanische eiland met haar zwarte stranden en vele onbegaanbare diepe ravijnen, de fluittaal dé manier was om over lange afstanden – tot wel vijf kilometer ver – met elkaar te kunnen ‘praten’.

Francisco Correa ontvangt ons in het onderwijscentrum van San Sebastían. De 51-jarige leraar is als coördinator verantwoordelijk voor het onderwijs van El Silbo Gomero. „Iedereen op La Gomera zou in staat moeten zijn om de taal te begrijpen, maar het is niet iedereen gegeven om de juiste klanken te kunnen produceren”, legt Correa in een leeg klaslokaal uit. „Dat is eigenlijk altijd al zo geweest. Mijn oudste zoon Javier van zestien kan het niet, maar mijn drie jaar jongere zoon Roberto wel. Je hebt er een bepaald talent voor nodig, dat bovendien moet worden ontwikkeld.”

Correa vertelt over zijn jeugd in het plaatsje Agulo, waar zijn voorouders leefden van de landbouw en de veeteelt. „Er was hier gewoonweg niets anders. Ik kom uit een traditioneel gezin met negen kinderen. Vrijwel iedereen beheerste de fluittaal. Als we thuis moesten komen, werd dat fluitend verteld. Aan de toon kon je horen wie het was”, zegt Correa. „Maar wij behoorden toen eigenlijk al tot de uitzonderingen. Anderen gebruikten de taal niet meer dagelijks.”

Tijdens de Spaanse dictatuur van Francisco Franco (1939-1975) dreigde El Silbo Gomero een stille dood te sterven. Niet alleen omdat het regime alle andere talen dan het Spaans probeerde te onderdrukken, maar met name omdat in diezelfde periode het bestaan op La Gomera met de komst van het toerisme een andere dimensie kreeg. Er kwamen andere bronnen van inkomsten. Correa: „Ouderen gunden hun kinderen vooral een beter leven dan ze zelf hadden gehad. En El Silbo Gomero stond symbool voor het harde leven op het land.”

‘Meesterfluiter’ Eugenio Darias
Foto Javier Fergo
Francisco Correa, verantwoordelijk voor het onderwijs van de fluittaal
Foto Javier Fergo

Foto Javier Fergo
Foto’s Javier Fergo

Toeristische attractie

Toch was het datzelfde toerisme waardoor de taal in de jaren tachtig weer tot leven kwam. Het personeel in restaurant Las Rosas zorgde in het plaatsje Agulo met hun gefluit voor een attractie. Langzaam maar zeker leerden de 22.000 bewoners van La Gomera hun eigen erfgoed zo herwaarderen. Muzikant Isidro Ortiz begon in zijn geboortedorp Chipude les in fluittaal te geven aan de jeugd, en dat leidde ertoe dat de taal in 1999 verplicht werd op scholen. Ook kinderen zonder groot fluittalent wordt nu geleerd de taal te verstaan.

Fabián Cordobes Ventura zet een vinger tussen zijn tanden en fluit. „Geleerd op school”, zegt de 33-jarige inwoner van het kuststadje Agulo. „Het is niet makkelijk hoor. Je hebt er jaren voor nodig om het goed te leren. Het is leuk om aan toeristen te kunnen laten horen. Zeg maar een zin in het Nederlands, dan fluit ik die.” En dan klinkt ‘Ik hou van Nederland’ snerpend door de bergen: „fiu fiuu fiuu fiuuuu!”

El Silbo Gomero staat inmiddels op de werelderfgoedlijst van Unesco. Behalve de toeristen hebben verschillende filmmakers de bijzondere taal inmiddels ontdekt. Zo bracht de Roemeense regisseur Corneliu Porumboiu in 2019 de op La Gomera gemaakte misdaadfilm The Whistlers uit. Leraar Correa leerde de acteurs ervoor ‘fluiten’ in het Roemeens. „Dat was het bewijs dat onze taal ook buiten La Gomera begrepen kan worden”, zegt hij met gepaste trots.

Het verplichte onderwijs in de fluittaal heeft volgens Correa op La Gomera veel te lijden gehad door de coronacrisis. „Normaal gesproken kun je als leraar de jongeren helpen om hun vingers op juiste wijze tussen hun tanden te zetten, maar dat kun je nu alleen maar vertellen.” Al heeft corona ook een voordeel opgeleverd. Door de lockdown werden de leraren gedwongen online les in Silbo Gomero te gaan geven. In versneld tempo is er heel veel gedigitaliseerd. Correa: „Zo kan de hele wereld nu onze fluittaal leren.”