Recensie

Recensie Film

Filmregisseurs maken video-installaties voor jubilerend Eye

Videowerken Vijf filmregisseurs maakten een installatie voor expositie Vive le Cinéma! in Eye Filmmuseum in Amsterdam. Het resultaat is aansprekend en soms zeer indringend.

Carlos Reygadas, The Eye Machine, 2021
Carlos Reygadas, The Eye Machine, 2021 Foto Studio Hans Wilschut

Een kruising tussen een spookhuis en een aanklacht tegen het kolonialisme, zo voelt de installatie The Passage van de 54-jarige Argentijnse regisseur Lucrecia Martel (Zama) die nu te zien is in het Amsterdamse Eye Filmmuseum. Nadat je een duistere museumzaal bent binnengeschuifeld, merk je dat infraroodcamera’s beelden van je lichaam op drie spiegels projecteren. Als je dichterbij komt, word je op de warmtebeelden plots schimmen gewaar die ook door de ruimte dwalen. Figuren die je met eigen ogen niet ziet, maar naast of achter je lijken te staan en via speakers in je oren inheemse, prekoloniale talen fluisteren uit het noordwesten van Argentinië zoals Quechua of Aymara. Talen van oorspronkelijke bevolkingsgroepen die, zoals de zaaltekst uitlegt, in hun bestaan worden bedreigd en onder valse voorwendselen van hun land werden gelokt.

Naar aanleiding van het 50-jarige bestaan van International Film Festival Rotterdam (IFFR) en de 75ste verjaardag van Eye werden vijf gelauwerde filmregisseurs van vijf verschillende continenten gevraagd een installatie te maken voor expositie Vive le Cinéma!. Het leverde aansprekende en soms zeer indringende werken op, zoals dat van Martel.

De regisseurs mochten volgens curator Marente Bloemheuvel hun opdracht vrij invullen, maar werden gedurende het proces begeleid: voor enkelen was het de eerste keer dat ze een werk bedachten dat niet is gemaakt om te worden vertoond op een bioscoopdoek, maar op een plek waar bezoekers kunnen rondlopen én weglopen. Bloemheuvel: „Zo bespraken we met Martel hoe lang het mag duren voordat de schermen aanschieten. Als toeschouwers te lang in een volledig verduisterde ruimte staan, vertrekken ze.”

De vijf regisseurs kiezen er in hun installaties, nog meer dan in hun films, voor om te werken via sfeer

Surveillance

Het eerste werk op de expositie is Close-Up van Jia Zhang-ke (1970), de Chinese regisseur die onder meer in 2006 de Gouden Leeuw won op het filmfestival van Venetië. Jia’s films leggen op hun eigen manier Chinese geschiedenis vast, zo speelde zijn Still Life (2006) in een klein stadje dat langzaam verdwijnt door de bouw van de Drieklovendam. Zijn werk in Eye vertrekt van de observatie dat tegenwoordig overal surveillancecamera’s hangen. Jia liet in Eye vijf enorme schermen neerzetten die van bovenaf éénzelfde verkeerskruispunt vastleggen. Scooters, bussen en auto’s zoeven voorbij, maar op één scherm zoomt de camera in op een man die stil staat. Jia’s werk toont onder meer het verschil tussen „emotie- en contextloze” beelden opgenomen door surveillancecamera’s en cinema, legde de regisseur afgelopen vrijdag via een videoverbinding uit aan de pers . Zodra je de stilstaande man hebt opgemerkt op de inzoomende beelden, ga je hem zoeken op de andere schermen en je hopelijk afvragen wat er met hem aan de hand is. Dat is immers de kracht van cinema volgens Jia: „Iemand die deel uitmaakt van de massa wordt een individu.”

De vijf filmregisseurs kiezen er in hun installaties, nog meer dan in hun films, voor om te werken via sfeer, niet via woorden of personages. De vijf lijken zich er enorm van bewust dat je beelden totaal anders ervaart in een bioscoopzaal dan in een museumzaal, waar je vaak middenin een werk belandt en meteen gegrepen dient te worden, ook zonder dat je veel weet over personages of situaties. Iets wat sommige videokunstenaars wel eens lijken te vergeten.

Maar niet de Nederlandse regisseur Nanouk Leopold (1968), bekend van films als Boven is het stil (2013) en Cobain (2018), die een werk maakte samen met beeldend kunstenaar Daan Emmen (1968). In hun vanaf het eerste moment fascinerende installatie loopt de toeschouwer rond in een ruimte met witte projectieschermen en muren, waar lichten en een soundtrack continu de sfeer veranderen.

Het ene moment heb je er het bevreemdende gevoel te dwalen in een tot leven gekomen colorfield painting van Barnett Newman, als de witte muren rood en roze kleuren. Het volgende moment drijft de soundtrack de spanning op of geeft een streep wit licht die over de muren glijdt, het gevoel dat er achter je een deur opent. Kunstenaarsduo Leopold Emmen onderzoekt met de installatie onder meer of ‘filmische’ elementen als ruimte, licht en kleur voldoende zijn voor toeschouwers om een verhaal in hun hoofd te vormen en of film ook bestaat zonder camera’s en acteurs.

Leopold Emmen, Filmwork for Eye: 5 Scenes at a Walking Pace, 2021

Foto Studio Hans Wilschut

Carrousel

In een nabijgelegen ruimte laat Carlos Reygadas (1971) bezoekers niet dwalen, maar zet hen juist neer om verplicht contact te maken met elkaar. De Mexicaanse regisseur van films waarin menselijke relaties centraal staan, zoals de in Cannes bekroonde films Stellet licht (2007) en het ongrijpbarePost Tenebras Lux (2012), werkte een aantal jaar als jurist in Brussel. Hij verbaasde zich erover dat in Europa het eerder een sociale conventie is om weg te kijken als je met iemand in de lift staat, dan om een praatje te maken. Hij liet in Amsterdam dus The Eye Machine bouwen: een carrousel waarin tien museumbezoekers per keer plaatsnemen en telkens een andere mede-bezoeker voor de neus krijgen waarmee ze kunnen praten, zwijgen of op een andere manier (niet) communiceren.

Met bordjes stuur je gesprekspartners door of houd je hen wat langer voor je neus. Het lijkt de minst cinematografische installatie op de expositie, al worden de ongemakkelijke of geïnteresseerd luisterende gezichten van alle deelnemers geprojecteerd boven de carroussel, wat geestige beelden oplevert. Iets waarover je het in de carroussel kunt hebben om pijnlijke stiltes te doorbreken.

De tentoonstelling sluit af met het monumentale werk over de representatie van zwarte, vrouwelijke lichamen Bodies of Negroes. I Will Sculpture God, Grim and Benevolent van Lemohang Jeremiah Mosese (1980). De jongste deelnemer aan de expositie woont in Berlijn, maar is geboren in Lesotho en heeft tot nu toe één speelfilm gemaakt, This Is Not a Burial, It’s a Resurrection (2019). Zijn filminstallatie is vrij traditioneel vergeleken met het werk van de anderen, maar overweldigt niet minder. Zeven gigantische schermen met door Mosese gemaakte nieuwe en bestaande opnames geven het gevoel dat je een kathedraal binnenstapt, zeker in combinatie met de sacraal aandoende muziek. Op twee schermen worden de lichamen van zwarte vrouwen gewassen, van wie je door de zaaltekst weet dat ze stervende zijn. De kleuren en composities doen soms denken aan bekende religieuze schilderijen uit de westerse kunstgeschiedenis, daar tegenover plaatst Mosese ook beelden van een eenzaam dansende zwarte man of spelende kinderen.

Bij de expositie hoort een randprogramma met filmvertoningen en een online platform (vivelecinema.online), waarop onder meer video-essays en informatie over de kunstenaars, hun ideeën en werk staat, maar ook korte films.

Vive le cinéma! Tot 5/9, Eye Filmmuseum, Amsterdam. Inl: eyefilm.nl.

●●●●