FC Den Bosch moet Georgische oligarch bijna kwart miljoen euro terugbetalen

Voetbal FC Den Bosch moet Kakhi Jordania ruim 240.000 euro aan geleend geld terugbetalen. De zakenman wilde de club in 2018 overnemen, maar de KNVB ging niet akkoord.
FC Den Bosch moet de Georgische zakenman Kakhi Jordania ruim 240.000 euro terugbetalen.
FC Den Bosch moet de Georgische zakenman Kakhi Jordania ruim 240.000 euro terugbetalen. Foto John van Hamond/ANP

FC Den Bosch moet de Georgische oligarch Kakhi Jordania ruim 240.000 euro aan geleend geld terugbetalen. Tegelijkertijd moet de zakenman op zijn beurt een schadevergoeding aan FC Den Bosch betalen wegens geleden schade - de hoogte van het bedrag moet nog worden vastgesteld. Dat heeft de rechtbank in Den Haag woensdag bepaald in een slepend conflict tussen de club en Jordania.

De oligarch wilde FC Den Bosch medio 2018 overnemen en had daar een miljoeneninvestering voor over. De nationale voetbalbond KNVB gaf echter geen fiat voor de overname wegens onduidelijkheid over waar het geld van de investeerder vandaan kwam.

Het bedrag dat de club moet terugbetalen, is een stuk lager dan Jordania had geëist. Hij vindt dat hij, naast het kwart miljoen, ook recht heeft op een restitutie van ruim 1,8 miljoen euro aan gedane investeringen. De rechtbank ging daar niet in mee. FC Den Bosch heeft een groot deel van Jordania’s investering met zijn akkoord uitgegeven. Daarom hoeft de club dit bedrag niet terug te betalen.

Spelerskosten

Ook FC Den Bosch had in deze zaak geld geëist. De club vindt dat de oligarch een schadevergoeding moet betalen omdat hij zich niet aan de afspraken zou hebben gehouden, onder meer wat betreft het vooraf betalen van de spelerskosten. De rechtbank gaf de club daarin gelijk. Jordania was op grond van de gemaakte afspraken verplicht om de spelerskosten te betalen, maar deed dit niet. De schade die de club hierdoor heeft geleden, moet hij vergoeden, aldus de rechter. De hoogte van het bedrag wordt op een later moment vastgesteld.

In een verklaring laat FC Den Bosch woensdag weten opgelucht te zijn over de uitspraak van de rechter. „We zijn grotendeels in het gelijk gesteld. De schade die nog moet worden vastgesteld zal het bedrag dat we moeten betalen naar verwachting ruimschoots overstijgen.” Beide partijen kunnen nog in hoger beroep.