Een park dat uitnodigt tot dwalen en denken, over ruimte en tijd

Parkzicht In het Friese Tytsjerk bezoekt een park dat er al eeuwenlang ligt. Al wandelend voelt hij zich onderdeel van een groter geheel.

Foto Sake Elzinga

Wanneer lag u voor het laatst languit in het hoge gras, omhoog kijkend naar de witte wolkenformaties? Vroeg of laat overkomt het iedereen, wanneer de natuur zich plotseling alomvattend manifesteert. Wanneer je na een beklimming, aangekomen op de top, niet hoger kunt en een weids landschap zich tot de horizon ontvouwt en de wereld aan je voeten ligt. Zulke spaarzame momenten van zintuigelijke natuurbeleving doen een intens beroep op ons bewustzijn. Het lijkt dan dat we ons heel even ‘één voelen met de natuur’.

Die tijdelijke bewustwording zouden we meer moeten koesteren, want dat het slecht gesteld is met de natuur wordt iedere dag duidelijker. In het meest indrukwekkende boek dat ik recent las, A Life on Our Planet, doet de 95-jarige David Attenborough verslag van hoe gedurende een mensenleven onze aarde wordt geëxploiteerd, misbruikt en mishandeld. Wij zijn dagelijks getuige van een ramp in slow motion. Maar we zien het niet.

Wij delen de planeet met alle andere levende wezens, planten en dieren en zijn net als zij, niets meer dan passanten, tijdelijk te gast bij moeder aarde. Maar onze band met de natuur is verstoord. De moderne mens lijkt losgezongen van zijn leefomgeving en daarom zouden we het landschap om ons heen beter moeten leren kennen – en dus wat vaker de natuur in gaan. Landschap is nota bene van oorsprong een Nederlands woord, het Engelse landscape is ervan afgeleid. Het landschap zit diep in onze genen. Landschapsontwerpers laten ons de natuur op een geregisseerde manier beleven. Ze helpen ons een handje door met aangelegde paden, doorkijkjes en bedachte uitzichtpunten onze zintuigen te sturen en zo ons gevoelsleven mede te bepalen. Dat is al honderden jaren zo, ook in hedendaagse landschapsontwerpen.

In het Friese Tytsjerk, aan de oude Rijksstraatweg van Leeuwarden naar Groningen, ligt al eeuwenlang Park Vijversburg. Hier vinden we dertig hectare parkaanleg uit verschillende perioden, een staalkaart van landschappen. Al in 1525 ontstond op deze plek een buitenverblijf dat telkens van vorm veranderde, maar in functie grotendeels gelijk bleef.

Een deel van het park is van tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard, die in de eerste helft van de negentiende eeuw in de noordelijke provincies borg, state en havezate van een landschappelijke parkaanleg voorzag. Roodbaards consequente handschrift met vloeiende vijverpartijen en zichtlijnen naar kunstmatig aangebrachte verhogingen, bij voorkeur bekroond met een decoratief gebouwtje, zijn gecreëerde illusies die nog steeds werken.

Exotische verenpracht

Vijversburg beschikt over een heerlijke verzameling tuinsieraden, follies en vermaaksarchitectuur, waaronder een uit 1750 stammende theekoepel, een geheimzinnige grot en een driesprongbrug, die drie oevers tegelijk verbindt. Allemaal ter verhoging van het parkgenot. De klassieke villa uit 1844 met de prachtig ronde volière waarin verschillende soorten Friese hoenders van de Fryske Hinne Klub ieder hun eigen territorium bevolken, ademt de rijkdom van weleer. In het witte grind paraderen onverstoorbaar een aantal loslopende pauwen. Hun exotische verenpracht doet mij even vergeten dat ik in Friesland ben.

Na deze romantische natuurbeleving loop ik door naar de grote weide met ooievaarsnest en de vervreemdende aanleg door kunstenaar Tobias Rehberger, die zijn ontwerp het raadselachtige motto ‘get lost on the way home, finding ways in the nothingness’ meegaf. Een ander nieuw gedeelte van Vijversburg heet Frijlân. Een groen eilandenrijk en waterlabyrint waar kinderen (met zwemdiploma) met vlotjes doorheen kunnen. De natuur daagt uit en laat ons, geholpen door landschapsontwerpers uit verschillende tijden, spelend genieten.

Dat geldt ook voor het gedeelte dat Dwaalster heet, ontworpen door het Rotterdamse architectenbureau LOLA in samenwerking met Piet Oudolf. Een tentoonstelling over hun werk opende deze maand in Museum Schunck in Heerlen. Dwaalster is een eigentijdse combinatie van twee historische vormen van natuuraanleg, een doolhof en een sterrenbos. Eigenlijk ben ik iets te vroeg en moet ik nog een paar jaar wachten tot de hagen volgroeid zijn, maar het effect is ook nu al zichtbaar.

Hier ervaar ik een landschap als ruimte om doorheen te bewegen en voel ik mijn aanwezigheid als onderdeel van een groter geheel. Dwaalster nodigt uit tot dwalen en denken, over ruimte en tijd, over mezelf en mijn aardse verblijf.