Een miserabel hoopje mens

Iedereen leest Op deze plek schrijft NRC over de populairste boeken van dit moment. Deze week: Susan Smit over de perversie van het heksenproces.

Susan Smit, schrijfster van veelgelezen historische romans, trof in een archief het volledige verslag van het laatste Nederlandse heksenproces van de katholieke kerk, in 1674. Ze baseerde er haar nieuwe boek op: De heks van Limbricht. En ze verzoet noch romantiseert, het sprookje maait ze van tafel.

Veroorzaakten roddel, ruzie, sociale controle, jaloezie en/of wraakzucht een aangifte van hekserij, dan gold die bijna altijd een vrouw, en zij was subiet kansloos. Bekennen was even fataal als ontkennen, ze ging er sowieso aan in een schijnproces, waar Susan Smit een oorlogshandeling van de katholieke kerk tegen vrouwen in herkent. Daarnaast bespeurt ze bij de kerk vrees voor concurrentie van de natuur. Ze ziet ook een strijd van mannen tegen vrouwen. En ook van vrouwen tegen vrouwen – bevreesd om zelf aan de beurt te komen voor marteltuig en brandstapel nemen ze elkaar de maat en geven elkaar aan.

Susan Smits onderwerp is de perversie van het heksenproces en ze vond een ideaal vehikel in de zaak van Entgen Luijten. Deze weduwe op leeftijd, gevreesd om haar scherpe tong en bekend met de helende kracht van kruiden, was een wandelend risico in de repressief-katholieke zeventiende-eeuwse dorpsgemeenschap die functioneerde als een politiestaat. Smit verdiepte Luijtens verhaal met een politieke component. Er was opstand tegen de landheer, Entgen speelde daar, als enige vrouw, een rol in, wat het motief zou kunnen zijn om haar als heks te grazen te nemen. Het heksenproces als politieke moord, dus.

Intussen kneedt Smit haar tot een non-conformistische vrouw met breed uitwaaierende overpeinzingen. Denkt iemand zonder enige opleiding zo? Hoe dacht een zeventiende-eeuwse boerenvrouw überhaupt? Smit claimt het recht om literair te vertalen wat er om had kunnen gaan in Entgen. En waarom ook niet? Echt begrijpen zullen we haar nooit, maar Smits kracht ligt in haar inlevingsvermogen en ze lijkt een heel eind te komen.

Deze roman doet beseffen: het heksenproces bestaat nog altijd

Haar stijl is barok. Ze onderzocht alles, weet alles, beschrijft alles. Wat voor kleren Entgen droeg, welk gerei ze gebruikte in stal, moestuin en keuken. Welke helende planten en middelen ze toepaste. Hoe het toeging in een kerker en wat voor voedsel er werd geserveerd aan een uit te hongeren persoon. Die vracht details bewolkt soms mijn zicht op het verhaal. En ik vrees voor de martelscènes. Gaat dat ook zo gedetailleerd? Maar daar etaleert Smit ineens een talent om met weinig woorden pure angst op te roepen, en pijn te suggereren zonder toevlucht tot pornografische beschrijving. Wat marteling doet, maakt ze de lezer duidelijk vanuit het miserabele hoopje mens dat ligt te rillen in de kerker. Heksentortuur mocht niet dodelijk zijn – is dat nou een troost of juist niet?

Met deze roman in de hand is duidelijk dat de vervolging, marteling en executie van ‘heksen’ niet voorbij is, die voltrekt zich nu online. Overdrijf ik? Ik dacht het niet. Kijk maar wat uitgesproken, sterke, intellectuele vrouwen als Femke Halsema, Sigrid Kaag, Stella Bergsma of de Britse classica Mary Beard over zich heen krijgen. Ze moeten nog altijd dood – monddood, om te beginnen.

Reacties: boeken@nrc.nl