Bieten in ons buurttuintje

Janneke kookt Een vriendin en ik waren ingeloot voor een minimoestuin. Elke centimeter zouden we optimaal gaan benutten.

Foto Janneke Vreugdenhil

Het gaat om welgeteld vijftien lullige vierkante meters. Maar het zijn wel ónze lullige vijftien vierkante meters. Vriendin M en ik delen dit jaar een buurttuintje. Sinds medio maart en tot half november hebben wij een piepklein stukje Haagse bodem onder onze hoede waarin we alles mogen zaaien en opkweken wat we maar willen. Nou ja, alles. Ik geloof niet dat de teelt van wietplanten wordt aangemoedigd, maar in het tuinreglement staan onder het kopje ‘Ongewenste gewassen’ slechts aardappelen en aardperen.

M en ik voelden ons de koning te rijk toen we hoorden dat we waren ingeloot voor dit sympathieke gemeentelijke project. (De minimoestuintjes worden per jaar verhuurd voor 35 euro en zijn daarmee, hopelijk, voor alle inwoners van Den Haag bereikbaar.) Middagenlang zaten we aan de keukentafel met tussen ons in een stapel tuinboeken en een groot vel papier waarop we die vijftien vierkante meter nauwgezet in zestig vakjes hadden verdeeld. We zouden elke centimeter van ons landje optimaal gaan benutten.

Dan doen we hier een rij bietjes. We willen veel bietjes, toch? Jazeker, veel bietjes. Er bestaat niks lekkerders dan een bietje dat je net uit de grond hebt getrokken. En waar zetten we de rabarber dan? Oké, die kan hier. En de venkel hier. Maar we moeten wel genoeg ruimte overhouden voor de tuinbonen en doperwten, hè. Oh absoluut. Laten we minstens twee vierkante meter reserveren voor tuinbonen en dan ook nog eentje voor doperwten, wat jij?

M en ik hebben geen van beiden veel ervaring met moestuinieren, al moet ik zeggen dat zij in haar achtertuin elke zomer een jaloersmakend weelderige collectie kruidenplanten tot leven weet te wekken en dat ikzelf in de tijd dat ik nog een achtertuin had weleens wat bonen en tomaten heb geprobeerd te verbouwen. Maar ten diepste zijn wij amateurs. Wannabe-bieten- en bonenkwekers.

Toen we eenmaal tevreden waren over ons tuinplan, vertelde de kalender ons dat het voorjaar was, maar brak buiten de tweede winter aan. Tijd genoeg, zeiden we tegen elkaar en droomden alvast van de doperwtenscheuten en Oost-Indische-kersbloemen die we straks dagelijks door onze zelfgezaaide sla zouden husselen. Begin april besloten we op een ijskoude zaterdagochtend dan toch maar alvast ons kweekgoed in de grond te gaan stoppen. Potverdorie, zei ik tegen M, we zijn de laatsten.

In alle tuintjes om ons heen waren inmiddels paadjes en bedden aangelegd, bamboestokken geplaatst, netten gespannen en provisorische kasjes van latjes en plastic gebouwd. Ter onderstreping van ons amateurschap bleken wij uitgerekend de meest professionele buurttuinbuur van het hele buurttuintjescomplex te hebben. Grenzend aan ons landje troffen we een van wilgentenen gevlochten wigwam die niet zou misstaan in een glossy tuinmagazine. Laten we afspreken dat we alle Instagramfoto’s van onze tuin de ándere kant op nemen, zei M.

Flauwigheid natuurlijk. We zijn inmiddels een paar maanden verder, die tweede winter is eindelijk voorbij. Ons tuintje steekt nog steeds magertjes af bij die van de buuf, en bij die van veel anderen trouwens ook, maar we hebben er ongelofelijk veel lol in en, eerlijk is eerlijk, kijken de kunst nu ook gewoon een beetje af van de meer doorgewinterde moestuinders om ons heen.

En we dromen nu alvast van volgende zomer. Dan gaan we vroeger beginnen, die vijftien vierkante meter nog handiger indelen en wie weet, misschien vlechten we wel een wigwam van wilgentenen voor onze tuin- en snij- en sla- en stok- en pronkbonen. Moeten we wel weer worden ingeloot natuurlijk.

Rabarbergalette met boekweit en hazelnoten

Voor een taart voor 8 personen:

100 g boter;
150 g bloem;
50 g boekweitmeel;
130 g + 1 el rietsuiker;
1/8 tl bakpoeder;
100 g roomkaas;
2 tl appelazijn;
60 g (witte) hazelnoten ;
400 g rabarber;
1 el maïzena;
1 el geraspte gember;
rasp van 1 sinaasappel;
1 ei; desgewenst: eetbare bloemetjes (op de foto ziet u bloeiende tijm, waarvan de smaak heel goed past bij de galette);
crème fraîche

Snijd de boter in dobbelstenen en leg die, op een bordje, een uur in de vriezer. Zeef de bloem en het boekweitmeel samen boven de mengkom van de keukenmachine. Voeg 30 gram rietsuiker, ¼ tl zout en het bakpoeder toe en meng. Doe nu de boter in de kom en pulse tot er een kruimeldeeg ontstaat.

Voeg de roomkaas en appelazijn toe en pulse tot alles gemengd is, maar er nog geen echte deegbal is gevormd.

Kieper de mengkom leeg boven een grote kom, of boven een schoon werkvlak, en kneed met een koele hand fluks tot een samenhangend deeg. Voeg zo nodig 1 eetlepel koud water toe. Rol het deeg in plasticfolie en leg het minimaal 2 uur te rusten in de koelkast.

Doe de hazelnoten samen met 20 gram rietsuiker in de mengkom van de keukenmachine – tussendoor afwassen is niet nodig – en pulse tot een behoorlijk grof mengsel. Bewaar.

Maak de rabarber schoon, halveer de stengels in de lengte en snijd ze vervolgens in stukjes van zo’n 5 cm. Doe ze in een kom en voeg 80 gram rietsuiker, de maïzena, geraspte gember, sinaasappelrasp en 1/8 tl zout toe. Schep om.

Verwarm de oven voor tot 220 graden. Rol het deeg tussen twee vellen bakpapier uit tot een ronde lap van ongeveer 34 cm. Het deeg zal in eerste instantie nogal hard zijn, maar geeft al snel mee. Als het hier en daar barst of breekt, of als de lap iets te ovaal wordt, kun je gemakkelijk ergens een stukje weghalen om het elders te plakken. Dit mag een beetje een slordige taart worden. (Echt, don’t worry, dat is juist z’n charme.)

Leg de uitgerolde deegbodem op een bakplaat. Trek het bovenste vel bakpapier eraf en strooi het hazelnootmengsel uit over het deeg. Houd daarbij een rand van zo’n 6 cm vrij. Verdeel ook de rabarber, inclusief het ontstane vocht, over de bodem. Vouw nu de vrijgehouden deegrand naar binnen, over de rabarbervulling.

Klop het ei los met 1 eetlepel water en bestrijk de deegrand hiermee. Bestrooi met 1 eetlepel rietsuiker. Schuif de galette in het midden van de oven en draai onmiddellijk de temperatuur terug naar 180 graden. Bak de taart in ongeveer 45 minuten gaar. Til hem met bakpapier en al op een rooster om af te koelen.

Versier de galette desgewenst met bloemetjes en geef er een gulle schep – liefst Franse, want die is wat zuriger en dunner – crème fraîche bij.