‘Een digitaal gedraaid shot kan de kijker niet meetrekken in de doodsangst’

De Slag om de Schelde Met een budget van 14 miljoen euro is oorlogsepos ‘De Slag om de Schelde’ de duurste Nederlandse film na ‘Zwartboek’. „De lat ligt dankzij films als ‘Saving Private Ryan’ en ‘Dunkirk’ heel erg hoog.”

De scène met een neerstortend vliegtuig in ‘De Slag om de Schelde’ kostte in totaal 1,3 miljoen euro.
De scène met een neerstortend vliegtuig in ‘De Slag om de Schelde’ kostte in totaal 1,3 miljoen euro. Foto Lennert Hillege

Ambitie hebben ze, regisseur Matthijs van Heijningen en producent Alain de Levita. Bij de aankondiging van het project, twee jaar geleden, stelden ze dat De Slag om de Schelde bij jongeren van nu invoelbaar gaat maken hoe het was om in de Tweede Wereldoorlog te leven.

„Voor tieners en twintigers is dat iets van lang geleden”, zegt De Levita. „Maar mede dankzij de keuzes en daden van de leeftijdgenoten toen leven we nu in een vrij, democratisch land. Er zijn veel Canadese jongens van 17, 18 jaar op de Sloedam gestorven voor onze toekomst.”

De film moest episch worden, in elk opzicht. „Een project van dit kaliber is in Nederland nog nooit gemaakt. Zwartboek uit 2006 had een prijskaartje van 16 miljoen euro, maar we kunnen vijftien jaar later technisch oneindig veel meer. In die film zaten bijvoorbeeld geen spectaculaire veldslagen. Dat heb je wel nodig om jongeren aan te spreken. En die lat ligt dankzij films als Saving Private Ryan en Dunkirk heel erg hoog.”

Netflix als partner

Voor een Engelstalige productie is het relatief eenvoudig om een budget van pakweg 70, 80 miljoen dollar bij elkaar te krijgen. Een Nederlands gesproken film is in de rest van de wereld lastiger te verkopen. Het Vfonds stak als initiatiefnemer veel geld in de film vanwege de viering van het bevrijdingsjaar, ook het Filmfonds leverde een maximale bijdrage. De rest kwam van private investeerders en buitenlandse steunregelingen, met name in België en Litouwen, waar veel is gedraaid. Een andere partner was Netflix, dat alle filmrechten buiten de Benelux kocht.

Lees ook de filmrecensie: ‘De Slag om de Schelde’ is geen statement maar een meeslepend avontuur

De Levita bepaalde met regisseur Van Heijningen hoe het spektakel eruit moest zien en hoeveel budget daarvoor was. „Je bedenkt bij welke scènes je daadwerkelijk een set wilt en kunt nabouwen, zoals de gevechten op de Sloedam. En dan ga je rekenen, want het is een flinke kostenpost.” Andere effecten, zoals het toevoegen van extra vliegtuigen tijdens de luchtstrijd, kosten tegenwoordig nog maar weinig. „Daarvan tover je er tegenwoordig met twee drukken op de knop tien extra uit de computer”, aldus Van Heijningen.

Soms werden er harde keuzes gemaakt, zegt De Levita. „Oorspronkelijk stond in het script de bestorming van Hotel Brittannia in Vlissingen, de inspiratiebron van de weergaloze eindscène van de oorlogsfilm The Longest Day, waar dat zogenaamd in het Franse Caen plaatsvond. Maar dan hadden we dat hele hotel moeten nabouwen, en dat geld was er niet. Heel jammer.”

Hongaarse stuntmannen

De cockpit van een vliegtuig dat neerstort en de Sloedam konden er dan weer wel vanaf. De bestorming van de dam werd gedraaid op een dijk tussen twee visvijvers in Litouwen: in Nederland was er geen gebied om deze grote set te bouwen, en waren de regels voor het gebruik van explosieven strenger.

De choreografie van zo’n gevecht is een gecompliceerd samenspel van de stuntcoördinatoren en de CGI-mensen achter computers, legt regisseur Matthijs van Heijningen uit. „Ik wilde zoveel mogelijk écht in beeld brengen. Met CGI kan nu alles, maar ervaren kijkers voelen toch het verschil. Ikzelf wel in elk geval.”

Voor de stunts werd Tom Struthers ingehuurd, de man die ook verantwoordelijk was voor actiescènes in Dunkirk. Tussen de hoofdrolspelers op de Litouwse Sloedam stonden vijftig Hongaarse stuntmannen die een week eerder nog met regisseur Denis Villeneuve aan het sf-epos Dune werkten.

De Sloedam is een van de hoogtepunten van De Slag om de Schelde. Voor die acht minuten actie had Van Heijningen vier draaidagen. „Het was een kwestie van heel strak plannen. Alain was naast producent ook second unit director, dus hij draaide vaak details terwijl ik met de acteurs en de stuntmensen bezig was. Het is heel fijn als je zakelijke partner meer is dan een man met een sigaar op een kantoortje en samen met jou met z’n poten in de blubber staat.”

Lees ook een reportage vanaf de set van De Slag om de Schelde: De ruïnes in Vlissingen komen er digitaal bij

Rennen tussen explosies

Een hoofdrol was er voor cameraman Lennert Hillege, die eerder actierijke Nederlandse films als Nova Zembla en Prooi draaide. Met name op de Sloedam was het topsport: ingepakt in een safety suit rende hij keer op keer honderd meter met de camera op zijn schouder tussen de acteurs, figuranten en explosies, via een vooraf uitgestippelde route. Hij draaide lange actiescènes bewust met iets oudere lenzen dan tegenwoordig gebruikelijk is. „Een digitaal gedraaid shot voelt al snel afstandelijk. Dat helpt niet om de kijker daadwerkelijk mee te trekken in de doodsangst van de jongens op die dam.”

Omdat er zo weinig opnametijd was, werden de gevechten op de Sloedam dagenlang gerepeteerd, zodat de acteurs exact wisten op welk moment zij welke stap moesten zetten tussen de ontploffingen door. Soms was er stress, als de zon dreigde onder te gaan terwijl dat vitale shot er nog niet was. „Maar de enorme focus die je dan krijgt, dat is juist de kick van filmmaken”, zegt Van Heijningen.