Sanne de Wilde, The Island of the Colorblind,2018.

Foto Sanne de Wilde

‘Eregalerij van de Nederlandse Fotografie’ toont hoe Nederland op camera werd vastgelegd

Fotografie vanaf 1842 Het Nederlands Fotomuseum heropent woensdag met de Eregalerij van de Nederlandse Fotografie. In deze onofficiële canon tonen 99 foto’s hoe Nederland werd vastgelegd vanaf 1842. NRC bekeek de tentoonstelling met fotograaf Hajar Benjida.

Het is bijna 180 jaar geleden wanneer het meisje Charlotte Asser ruim een uur doodstil voor de camera zit, de pijpenkrullen liggen keurig gedrapeerd over haar schouders. Om er zeker van te zijn dat ze niet zal bewegen, houdt ze haar arm vast voor extra ondersteuning. Haar vader, Eduard Isaac Asser (1809 - 1894), was een Nederlandse fotopionier die niet alleen zijn dochter in 1842 op een gevoelige plaat vastlegde, maar van wie ook een zeldzaam familieportret uit 1847 bewaard is gebleven.

Assers portret van zijn dochter is de oudste foto die geselecteerd werd voor de ‘Eregalerij van de Nederlandse fotografie’. Vanaf woensdag zijn 99 foto’s te zien in het Nederlands Fotomuseum die een officieuze canon van de Nederlandse fotografie vormen. Samen geven die 99 foto’s ook een beknopte geschiedenis van de fotografie weer én brengen ze de geschiedenis van Nederland in beeld.

Samen met fotograaf Hajar Benjida (1995), die in januari werd verkozen als een van de twintig internationale FOAM-talenten, bekeek NRC de foto’s die geselecteerd zijn voor de eregalerij.

„Ik vind het bijzonder om dat geduld te zien van Charlotte Asser”, zegt Benjida bij het portret uit 1842. „Alsof ze poseert voor een portretschilder, alleen moest ze nu om technische redenen nog stiller zitten. Dat portret van het hele gezin dat maar een paar jaar later is genomen, straalt al veel meer vertrouwen in de techniek uit.”

Benjida voltooide haar opleiding fotografie in 2019 aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Veel van de foto’s in de eregalerij was ze tijdens haar opleiding al wel eens tegengekomen, maar deze vroege foto’s kent ze niet.

Eduard Isaac Asser, Portret van Charlotte Asser,dochter van de fotograaf,Amsterdam, circa 1842.
Foto Rijksmuseum
Vali Myers, Parijs, 1951Uit Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain Des Prés, 1956/© Ed van der Elsken
Foto Nederlands Fotomuseum
Cas Oorthuys, Stoomsleepboot ‘Europa’ in de havenvan Rotterdam, 1954, Uit Rotterdam Dynamische Stad, 1959.
Foto Nederlands Fotomuseum
Jan Zeegers, Marie Zeegers, Dochter van defotograaf, circa 1912.
Foto Stadsarchief Amsterdam
Linksboven: Eduard Isaac Asser, Portret van Charlotte Asser, dochter van de fotograaf, Amsterdam, circa 1842. Rechtsboven: Ed van der Elsken, Vali Myers, Parijs, 1951. Uit ‘Een liefdesgeschiedenis in Saint Germain Des Prés’, 1956. Linksonder: Cas Oorthuys, Stoomsleepboot ‘Europa’ in de havenvan Rotterdam, 1954, Uit ‘Rotterdam Dynamische Stad’, 1959. Rechtsonder: Jan Zeegers, Marie Zeegers, dochter van de fotograaf, circa 1912.
Foto’s Nederlands Fotomuseum

Spoorbrug over de Lek

Op de oudere foto’s valt op dat wetenschap en techniek interessantere onderwerpen werden gevonden dan de mogelijke kunstzinnige benadering van het medium. Zo legde Pieter Oosterhuis in 1868 de spoorbrug over de Lek bij Culemborg vast. Sterrenkundige Pieter Jan Kaiser maakte een close-upachtige foto van de maan en apotheker Johannes Rombouts maakte in 1873 een microscopische opname van een plantenstengel. Van Rombouts zijn twee foto’s opgenomen in de eregalerij.

Uiteraard ontbreekt in de galerij een foto van kunstenaar-fotograaf George Hendrik Breitner niet, net zo min als de eerste kleurenfoto die Jan Zeegers in 1912 maakte van zijn dochter Marie. Benjida: „Dat je toen al kleurenfotografie had, was niet alleen bijzonder maar ook heel duur. Wat zo opvalt aan deze compositie is dat de jurk past bij de vaas. Hier zie je ook duidelijk dat portretfotografie nog gekoppeld is aan portretschilderijen.”

Van acht fotografen zijn twee foto’s opgenomen en van Cas Oorthuys zelfs drie. Oorthuys’ foto’s zijn niet alleen indrukwekkend om te zien, maar hebben ook onze blik bepaald op historische gebeurtenissen. Zijn foto’s van de Hongerwinter in 1944 zijn gezichtsbepalend gebleken (net als die van het jongetje voor de gaarkeuken die Emmy Andriesse maakte). Ook zijn beelden van de strijd om onafhankelijkheid in Indonesië in 1947 hebben historische waarde.

Dat soort foto’s zijn er meer, zoals van een vrijgekochte slaafgemaakte vrouw uit 1846 of het portret van een Afro-Surinaams gezin uit 1906. Augusta Curiel maakte die, ze is met twee foto’s in de galerij terug te vinden. Curiel dreef begin twintigste eeuw met haar zusje Anna een van de bekendste fotostudio’s van Paramaribo. In die tijd waren er weinig vrouwen die fotografeerden, daarvoor moest je toch buiten Nederland wonen kennelijk. Dat gold niet alleen voor Curiel, maar ook voor bijvoorbeeld Katharina Behrend, die in 1908 in Duitsland haar zelfportret vastlegde.

Het is Paul Citroen die in de jaren dertig speelt met de artistieke mogelijkheden van de fototechniek. In de eregalerij is van hem de collage ‘Metropolis’ opgenomen en een portret van danseres Estella Reed uit 1931. „De collage is eigenlijk meer kunst dan een foto”, vindt Benjida. „Het portret oogt moderner dan 1931: dat komt door de tijdloze outfit van Reed en het heel scherpe afdrukken van Citroen.”

Dat moderne valt haar ook op bij het iconische portret van Anton de Kom door Piet Zwart. „Het verschil zit ’m in de manier van poseren: dat gebeurt hier eigenlijk niet. Ook opvallend: de foto is van bovenaf genomen. De hoek van bovenaf is vaak niet aantrekkelijk, maar werkt hier juist heel goed.”

Carel van Hees, Remy & Suzy, Geerlandthofschool, Rotterdam, 1997.
Foto Carel van Hees
Meryem Slimani, Umi, Schoonhoven, 2020, uit @meryemsfirst, 2019-2020
Foto Nederlands Fotomuseum
Sanja Marušic, Flowers in December, 2015-2016. Uit Figures under the Sun, 2019-2020
Foto Nederlands Fotomuseum
Viviane Sassen, D.N.A., 2007Uit Flamboya, 2008
Foto Nederlands Fotomuseum
Piet Zwart, Portret van Anton de Kom, 1933.
Foto Nederlands Fotomuseum
Linksboven: Carel van Hees, Remy & Suzy, Geerlandthofschool, Rotterdam, 1997. Rechtsboven: Meryem Slimani, Umi, Schoonhoven, 2020, uit @meryemsfirst, 2019-2020. Midden: Sanja Marušic, Flowers in December, 2015-2016. Uit ‘Figures under the Sun’, 2019-2020. Linksonder: Viviane Sassen, D.N.A., 2007. Uit ‘Flamboya’, 2008. Rechtsonder: Piet Zwart, Portret van Anton de Kom, 1933.
Foto’s Nederlands Fotomuseum

Benjida, die zich in haar werk ook veel bezighoudt met portretten, is vooral geboeid door de portretfotografie in de galerij. Of het nu de pasfoto’s van Anne Frank zijn, een liefdesportret van Ed van der Elsken, de „nadrukkelijk geposeerde” foto’s van Erwin Olaf of de strandportretten van Rineke Dijkstra. „Over haar foto’s krijgen we elk jaar les. Een docent maakte een keer een grap voor als we zelf portretten zouden maken: ‘het strand is van Rineke’.”

Bij Koos Breukel, van wie een foto van acteur Michael Matthews is opgenomen uit de serie Hyde (1996), merkt ze op. „Zo’n foto zou nu meer discussie oproepen, deze is heftig doordat het van dermate dichtbij is dat je de huid nadrukkelijk ziet.”

Een foto van Viviane Sassen uit de serie D.N.A. (2008), waarop een Keniaanse man is afgebeeld die op het strand loopt met zijn kind over het hoofd gevouwen, ziet Benjida meer als een kunstfoto van vader en zoon. „Veel kunstenaars doen haar na in de manier waarop ze met schaduw en felle zon werkt. Wat opvalt aan het geheel, is dat je mooi ziet dat het bij sommige foto’s vooral gaat om wat ze vastleggen en minder om de techniek.” En dat is wat Benjida vooral zal bijblijven van deze tentoonstelling: dat fotografen in de beginjaren met zo weinig technische middelen al zoveel konden vertellen met hun foto’s.

De Eregalerij van de Nederlandse fotografie is te zien in Het Nederlands Fotomuseum te Rotterdam. Inl: nederlandsfotomuseum.nl