Medicijnwaakhond VS keurt omstreden alzheimermiddel goed

Geneeskunde Een nieuw medicijn pakt de oorzaak van de ziekte van Alzheimer aan: giftige samenklonterende eiwitten in het brein.

Een Amerikaanse deelnemer aan een studie naar aducanumab krijgt een infuus met dit nieuwe alzheimermiddel.
Een Amerikaanse deelnemer aan een studie naar aducanumab krijgt een infuus met dit nieuwe alzheimermiddel. Foto Kayana Szymczak/The New York Times

Een nieuw middel tegen de ziekte van Alzheimer heeft maandag goedkeuring gekregen van de Amerikaanse geneesmiddelenautoriteit FDA voor gebruik in de VS. Dat is opmerkelijk, want of het medicijn werkt wordt door experts nog hevig bediscussieerd. En ook de FDA houdt die slag om de arm.

Het is voor het eerst in bijna twintig jaar dat een medicijn tegen alzheimer wordt goedgekeurd. Het middel, aducanumab, werkt op een compleet andere manier dan de vier andere middelen die op de markt zijn. Die remmen de symptomen van alzheimer – vaak maar een paar maanden, en lang niet bij alle patiënten.

Het nieuwe medicijn pakt de oorzaak van de ziekte aan, volgens de Amerikaanse fabrikant Biogen. Het is een antistof tegen de giftige samenklonterende beta-amyloideiwitten in het brein die karakteristiek zijn voor de ziekte. Die antistof markeert de klonters zodat het immuunsysteem die kan opruimen. Het middel moet één keer per maand via een infuus toegediend worden en is bedoeld voor mensen met de ziekte van Alzheimer in een vroeg stadium.

Nog niet gepubliceerd

De FDA keurde het middel versneld goed. Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Naar schatting zijn wereldwijd dertig miljoen mensen getroffen. Patiëntenorganisaties dringen daarom aan op goedkeuring van behandelingen. Maar de beslissing is omstreden.

Lees ook: Twijfels over nieuw medicijn tegen alzheimer

Biogen heeft twee zogeheten fase-3-studies met het middel gedaan, met meer dan drieduizend patiënten. Die zijn nog niet gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, de gegevens zijn voornamelijk op congressen gepresenteerd. In beide studies bleek het middel bij patiënten de samenklonterende amyloide-plaques in het brein te verminderen. Maar slechts in één studie had dit ook een positief effect op het denkvermogen en op het dagelijks functioneren. Tot dan toe was nooit aangetoond of het afbreken van amyloid-plaques in de hersenen van dementerenden de achteruitgang in het denkvermogen afremt.

De onafhankelijke adviescommissie van de FDA was dan ook negatief. Normaal gesproken eist de FDA minimaal twee studies die de werkzaamheid laten zien. Biogen moet van de FDA daarom nog wel een nieuwe klinische studie doen. Als daaruit blijkt dat het toch niet werkt, kan de goedkeuring worden ingetrokken.

„Een verrassende beslissing”, vindt Marcel Olde Rikkert, hoogleraar geriatrie en coördinator van het Radboudumc Alzheimer Centrum in Nijmegen. Net als veel experts is hij kritisch. „Het positieve effect van het middel komt alleen naar voren uit een analyse die deels achteraf is gedaan, met de gegevens van de patiënten die een hoge dosis kregen.” Het zou een toevalsbevinding kunnen zijn, meent hij. „Temeer omdat 34 studies met andere middelen die aangrijpen op die amyloïd-plaques allemaal geen effect laten zien op het denkvermogen.” De eiwitklontering is ook lang niet het enige dat de ziekte veroorzaakt, zegt hij. Zo spelen ook veroudering, ontsteking en vaatschade een rol.

Patiënten zullen geen effect merken, denkt Olde Rikkert. „Het gemeten effect op denkvermogen was klein. Tegelijkertijd was bij 35 procent van de patiënten schade door het middel te zien. Eén op de honderd kreeg zelfs ernstige klachten door de ontstekingsreactie in het brein: verwardheid, hoofdpijn, misselijkheid, valpartijen. Daarbij is het erg duur. Dan blijft er weinig over om enthousiast over te zijn.”

Nieuw tijdperk

De Amsterdamse neuroloog Niels Prins is juist positief verrast. Hij is directeur van het Brain Research Center en onderzocht het medicijn bij 34 patiënten als onderdeel van een van de studies van Biogen. Ook aan de vervolgstudie van het bedrijf werkt hij mee. „Die eerste studie toont voor het eerst aan dat een afname in de amyloide-plaques gepaard gaat met een minder snelle aftakeling. Over een periode van anderhalf jaar ging het denkvermogen 23 procent minder hard achteruit, en het dagelijks functioneren zelfs 40 procent minder hard”, zegt hij. Die resultaten waren er bij de groep die de hoogste dosis kreeg.

„Er zijn veel gegevens beschikbaar, de beslissing van de FDA laat zien dat je daar verschillende conclusies uit kunt trekken.” Bij het Europese Medicijnagentschap EMA is de beoordeling van het middel in oktober begonnen. Prins beschouwt het FDA-besluit als de markering van een nieuw tijdperk. „Er worden een heleboel nieuwe vergelijkbare middelen onderzocht. Er zullen steeds betere medicijnen komen, of wellicht cocktails van medicijnen. De oplossing lijkt in zicht.”