Analyse

Links heeft de wind weer even mee in Zuid-Amerika

Zuid-Amerika De gekozen president Pedro Castillo wil Peruanen laten delen in de opbrengst van grondstoffen, een wens die ook in buurlanden sluimert.

Een linkse betoger in Brazilië.
Een linkse betoger in Brazilië. Foto Amanda Perobelli/Reuters

Na de linkse jaren nul en de rechtse jaren tien, begint de politieke pendule in Zuid-Amerika dit decennium weer naar links te slingeren. Met de waarschijnlijke uitverkiezing van Pedro Castillo, kandidaat namens een van oorsprong leninistisch-marxistische splinterpartij, krijgt Peru de komende jaren een uitgesproken linkse leider. De oud-basisschoolleraar en vakbondsleider versloeg zondag de rechtse dictatorsdochter Keiko Fujimori, onder meer met zijn belofte de bevolking meer te laten delen in de opbrengst van bodemschatten.

Castillo’s stembuszege past in een links golfje in de regio. Eind 2019 koos Argentinië al een linkse president na jaren rechts bestuur. In oktober heroverde in Bolivia de socialistische partij MAS na een rechtse putsch de macht. En in Chili wonnen progressieve partijen in mei overtuigend de verkiezingen voor een raad die de neoliberale grondwet gaat herschrijven.

En daar hoeft het niet bij te blijven. Volgens peilingen voor de Braziliaanse verkiezingen van 2022 lijkt de sociaal-democratische ex-president Lula de zittende rechts-populist Jair Bolsonaro ruim te kunnen verslaan. En in Colombia staat de rechtse president Iván Duque al weken onder druk van straatprotesten, nadat hij de rekening van de coronacrisis op de bevolking wilde afwentelen via een gehate, schielijk weer ingetrokken belastinghervorming.

Investeerders reageren nerveus op Castillo’s beloftes. Toen maandag zijn voorsprong in de uitslagen groeide, zakte de Peruaanse sol weg tegen de dollar en groeide de onrust op de toch al volatiele kopermarkt. Hierop suste Castillo nogmaals dat hij heus geen buitenlandse mijnbouwbedrijven gaat onteigenen en de centrale bank met rust zal laten.

‘Geen armen in dit rijke land’

Bij dit opkomende linkse tij lijkt de regio terug aan het begin van de eeuw, toen in een paar jaar tijd in veel landen linkse leiders aan de macht kwamen. Sommigen waren radicaler of autoritairder dan anderen, maar allen speelden in op de brede onvrede over decennia van door het IMF, de Wereldbank en Washington gedicteerde hervormingen en bezuinigingen en de groeiende inkomensongelijkheid.

Vorig decennium slingerde de regio grotendeels terug naar rechts. Dankzij de sterke (Chinese) vraag naar grondstoffen maakten Peru en andere landen wel jarenlang een forse economische groei door. Van die hausse profiteerden de lagere klassen ten dele mee: het percentage Peruanen dat in armoede leeft, daalde van 59 procent in 2011, tot 20 in 2019.

De pandemie heeft dit groeiwonder deels teniet gedaan. De armoede liep vorig jaar op tot 30 procent. Er bleek ook amper te zijn geïnvesteerd in publieke diensten. Peru telde maar 276 IC-bedden en medische posten hadden veel te weinig personeel en apparatuur. In het onderwijs is het niet veel beter, benadrukt Castilo graag.

Hij wil buitenlandse mijnwinsten afromen om dit soort achterstallig onderhoud aan te kunnen pakken: „Geen armen meer in dit rijke land.” Daarmee is hij geen nieuwe Hugo Chávez, meent Castillo. Hij spiegelt zich liever aan de Uruguayaanse oud-president José ‘Pepe’ Mujica (2010-2015), een ex-guerrillero die een braaf sociaal-democratisch beleid voerde. Mujica steunde de afgelopen weken Castillo’s campagne. Uruguay is echter een baken van stabiliteit vergeleken met de vechtcultuur die de Peruaanse politiek al jaren gijzelt en die na deze zeer polariserende campagne allesbehalve geluwd is.

Lees ook: Onervaren linkse docent gaat Peru leiden