Brieven

Innovatie

Italië, de achtste economie, verandert wel degelijk

Foto EPA

De onderliggende stelling van Marc Leijendekker in zijn afscheidsartikel is dat Italië niet verandert en vast blijft zitten in een aantal gebreken (Producent van zowel Botticelli als Berlusconi, 29/5). Daarmee ben ik het absoluut niet eens. Na een diplomatieke loopbaan van 35 jaar, waarin ik mijn land van binnenuit maar ook van buitenaf bekeek, heb ik ingrijpende veranderingen gezien. Dat ligt in de lijn van de Italiaanse geschiedenis: sinds het Romeinse keizerrijk tot nu is het Italiaanse schiereiland een van de zenuwcentra van Europa en van de wereld. Deze positie had niet zo lang voort kunnen duren zonder een groot vermogen tot innovatie. Dit vermogen onderscheidt ons nog steeds. Leijendekker schrijft bijvoorbeeld dat Italië het tweede industrieland van Europa is, een bewonderenswaardig HSL-systeem heeft en dat het bedrijven huisvest die tot de wereldtop behoren. Dat is waar, maar er is veel meer. Italië is de achtste economie van de wereld; het is de vijfde industriële macht; het exporteert goederen ter waarde van bijna 500 miljard euro; het is een van slechts zeven landen ter wereld met een complete ruimtevaartsector; de speerpunten van de Italiaanse industrie zijn hightech-sectoren waaronder vooral de farmaceutische industrie en machinebouw; Italië heeft volgens de Wereldgezondheidsorganisatie een van de meest geavanceerde gezondheidsstelsels ter wereld en geeft daarvan blijk in deze pandemie. Dit alles vindt niet plaats in een vacuüm, maar in een extreem concurrerende wereld, die steeds moeilijker wordt en die door de globalisering ingrijpend verandert, met de opkomst van nieuwe spelers en onverwachte wetenschappelijke en technologische vindingen. Als Italië niet in staat was tot verandering, zou het, in een wereld die iedere dag verandert, nu niet kunnen bogen op deze resultaten.


ambassadeur van Italië in Nederland