Reportage

In Hell’s gate moeten Maasai en gieren wijken voor groene energie

Thermo-energie in Kenia De groeiende vraag naar schone energie zet Kenia’s unieke natuurreservaten onder druk. Klimaat botst met biodiversiteit.

De Masaai klagen over natuur die dood gaat rond boorpunten en leidingen.
De Masaai klagen over natuur die dood gaat rond boorpunten en leidingen.

Een stoffig weggetje kronkelt onder hoge, steile bergwanden. In de lucht zweven aasgieren, beneden zwerven giraffes, buffels, gazelles en wrattenzwijnen. Het weggetje loopt na een uur rijden een kloof binnen, en na de doorgang verschijnt een gebied dat een compleet andere sfeer ademt. Geen roep van vogels, maar sissende stoom. Stoomwolken als watten hangen boven de groene aarde.

Overal zijn tekenen van geothermische activiteit: warmwaterbronnen, geisers, obsidiaanformaties en in de verte rijst een vulkaan. De onderwereld lijkt hier over te koken, niet voor niets heet het gebied met het wildpark Hell’s gate.

Naast de wilde dieren wordt op dit terrein gewerkt aan de toekomst van een schone energievoorziening voor Kenia. Het is het grootste geothermische project van Afrika: een vorm van energieopwekking die de Keniaanse regering aanprijst als groen en duurzaam. Maar er zit een vlek op het brandschone imago.

In het grillige landschap van Hell’s gate wijst Daniel ole Shaa naar een smalle kloof in de aarde, ook wel de toegangspoort tot de hel genoemd. Hij is een Maasai, het volk dat dit gebied Enemeneng’a noemt, ‘daar waar de mensen werden geroosterd’. Er hangt een geur van verrotte eieren over het landschap, zwavel die vrijkomt bij de ontginning van de thermo-energie. „Daar lag voor ik zes jaar geleden dit gebied werd uitgezet mijn kraal. Het klinkt allemaal mooi hoor, die verhalen over schone energie, maar wij Maasai worden weggeschoven”, bromt hij.

Boorpunten

Ole Shaa wijst naar de boorpunten die zijn omgeven door een netwerk van boven de grond aangelegde pijpleidingen. „Zie je dat alle bomen rond de boorpunten dood zijn”, zegt hij. Hij barst uit in een litanie aan klachten, over wilde buffels en vee dat door vergiftigd boorwater loopt, vogels die hun pootjes branden aan de hete pijpen. Verscheidene verzoeken voor commentaar van het staatsbedrijf KenGen en het Ministerie van Energie op zijn aantijgingen, bleven onbeantwoord.

Hell’s gate is woongebied van Maasai. Zij noemen het Enemeneng’a: ‘daar waar de mensen werden geroosterd’.

Foto’s Koert Lindijer

De Keniaanse wildernis heeft wereldfaam. Vóór corona werd het ieder jaar door een miljoen buitenlandse toeristen bezocht, veelal voor safari’s. Maar Kenia heeft behalve wilde dieren ook een snelgroeiende bevolking. Ook heeft het ambitie: het wil in 2030 zijn uitgegroeid tot een industrieland, en tot een middeninkomenland.

Dat vergt de aanleg van wegen, spoorlijnen – en energieprojecten. Veel van die grootschalige infrastructurele projecten breken het natuurlijk erfgoed van Kenia af. „In 2030 wordt het onmogelijk om een regio in ons land ver en afgelegen te noemen”, schrijft de regering in het ontwikkelingsplan Kenya Vision 2030.

Hell’s gate ligt in de Rift Vallei, een zevenduizend kilometer lange, diepe slenk in de aarde die het oostelijk deel van Afrika doorklieft. Er ligt een snoer van meren waar bijzondere vogels leven. En er valt gemakkelijk energie uit de aarde te halen.

Dat werkt zo: de warmte uit het binnenste van de aarde komt omhoog door de dikke aardmantel, naar de aardkorst. „Boven de vallei is de aardkorst uitgerekt, en dus dun. Dat maakt het relatief gemakkelijk om naar ondergrondse reservoirs van met magma verwarmde stoom en heet water te boren”, legt de geoloog Peter Adwok uit. „De aardwarmtecentrales leiden de stoom naar de oppervlakte en laten deze door turbines stromen om elektriciteit op te wekken. Het is een zeer schone manier van energie opwekken”, legt Adwok uit.

Groen land

Kenia is al een groen land als het om stroomopwekking gaat. Het haalt meer dan de helft van zijn energie uit waterkracht, en in het noorden staat het grootste windmolenpark van Afrika. Maar met de toenemende grilligheid van het klimaat wil de regering de afhankelijkheid van regenval doorbreken. In 2006 bijvoorbeeld dreigden de waterkrachtcentrales in het Victoriameer en de Nijl geen stroom meer te kunnen opwekken door de spaarzame regen en laag waterpeil.

De Keniaanse regering is pionier in Afrika op het gebied van geothermische energie. Volgens het staatsbedrijf KenGen komt nu 30 procent van de Keniaanse elektriciteitsproductie uit de geothermie, het merendeel uit Hell’s gate (791 Megawatt). In 2030 wil Kenia in totaal 5.530 Megawatt vermogen aan geothermische energie hebben gebouwd.

Het Keniaanse energiebedrijf KenGen geeft bewoners ter compensatie huizen die voor nomaden aanvoelen als gevangenis.

Alleen al gezien de bevolkingsexplosie is het heel wel mogelijk dat over een kwart eeuw het huidige Nairobi de steden Naivasha en Nakuru heeft opgeslokt. Zo’n metropool heeft meer stroom nodig en de overheid ziet de oplossing in het nabijgelegen Hell’s gate. Alleen: Hell’s gate is geen terra nullius, geen niemandsland, maar woongebied van Maasai en wilde dieren. „Oeioeioei, mijn leven is zo veranderd sinds ze ons het ontginningsgebied uit hebben gezet”, klaagt de oude Maasai Sakayian ole Nkwamasiai. „Ik voel me als een konijn onder de grond.” Hij heeft het over de door KenGen als compensatie verstrekte tweekamerwoning, een onderkomen dat voor een nomade aanvoelt als een gevangenis.

De nabijgelegen meren Naivasha en Nakuru in de Rift Vallei heten in de toeristenfolders ‘het grootste ornithologische spektakel ter wereld’. De hoge bergwand van Hell’s gate zit onder de witte uitwerpselen van roofvogels. Alleen: roofvogels komen niet of nauwelijks meer sinds begin jaren 70 de ontginning begon van de geothermische energie. De bedrading rond Hell’s gate lijkt de boosdoener.

Shiv Kapila runt een revalidatiecentrum voor gehavende vogels langs het meer Naivasha. „Als je een energiecentrale in een nationaal park opzet, vernietig je de natuurlijke omgeving, terwijl nu juist de gedachte achter geothermische of windenergie is dat dit niet gebeurt. Roofvogels hebben met hun wijde vleugels veel wind nodig, ze vliegen waar veel wind is, zoals bij een klif. Dat zijn juist ook de plaatsen waar de bouwers van windparken op azen.”

De elektriciteitsdraden lopen in Kenia bovengronds. Dat betekent vaak een doodvonnis voor roofvogels en andere dieren. „Als grote vogels neerstrijken op de palen waarin metaal is verwerkt en met hun vleugels de draden raken, worden ze onder stroom gezet”, zegt Shiv Kapila. Begin dit jaar raakten in het gebied drie zeldzame Rothschild-giraffes bekneld in laaghangende hoogspanningskabels; ze werden geëlektrocuteerd.

Bedreigde soorten

Roofvogels zijn de vuilnisophalers van de natuur, een essentiële schakel in het ecosysteem. Door karkassen snel op te ruimen, voorkomen ze dat ziekten zoals miltvuur zich verspreiden onder andere dieren – en uiteindelijk mensen. „Een roofvogel eet een dood dier met hondsdolheid in korte tijd op, wordt er zelf niet ziek van en helpt zo verspreiding van ziektes naar mensen te voorkomen”, vertelt Kapila.

Lees ook: Op het Keniaanse platteland wachten ze tevergeefs op een mailtje van de baas De pandemie jaagt veel Kenianen terug naar het platteland

Hell’s gate was beroemd om zijn broedpopulaties van roofvogels, waarvan vele bedreigde soorten: lammergieren, aasgieren, Rüppell’s gieren, Afrikaanse witruggieren, krijgsarenden en gekroonde adelaars. Van deze zes soorten broedt er in het park nu nog één – de gier van Rüppell.

Hell’s gate laat zien hoe in Kenia ontwikkeling boven natuur gaat. Door wildparken of reservaten lopen steeds vaker wegen en hoogspanningsleidingen. Waar vroeger verkeersborden waarschuwden voor overstekende olifanten, plukken nu tussen de weggeworpen pizzadozen alleen nog wat lijzige zebra’s gras uit de berm.

In mei werd een nieuwe haven geopend bij het eens rustieke eiland Lamu in Noord-Kenia. Die aangelegde haven met een honderden kilometers lange corridor van een weg en een spoorlijn over ruw savanneland moet het hart van Afrika – Zuid-Soedan en verder – openleggen. Zo ondergaan Kenia en vele andere Afrikaanse landen een metamorfose met weinig aandacht of eerbied voor wat verloren gaat: ongerept ruraal Afrika.

Shiv Kapila liefkoost een roofvogel met afgebroken vleugel. Hij begrijpt best dat economische vooruitgang prioriteit heeft, maar het gaat hem aan het hart dat veel dieren daardoor dreigen uit te sterven. En hij wil wel gezegd hebben dat het vernietigen van ongerepte natuurgebieden en het opééndringen van diersoorten die ooit allemaal de ruimte hadden, voor de mens niet zonder risico is. Het geeft virussen meer kans. „Als we natuurlijke grenzen overschrijden en het leefgebied van wilde dieren vernielen, dan roepen we rampspoed over ons af”, waarschuwt hij. „Dan krijgen we ebola of corona”.