Het LCH: inkopers in een overkokende markt

Mondkapjesdeal Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen werkte samen met Sywert van Lienden om snel mondkapjes naar Nederland te krijgen. Wat is dat consortium precies?

Rob van der Kolk (links) en twee andere leden van het LCH ontvingen op donderdag 18 juni een zeecontainer vol beschermingsmiddelen in Rotterdam.
Rob van der Kolk (links) en twee andere leden van het LCH ontvingen op donderdag 18 juni een zeecontainer vol beschermingsmiddelen in Rotterdam. Foto Leander Varekamp

In een neoklassiek kantoorpand naast de A28 bij Leusden kwam in de laatste weken van maart 2020 een bont gezelschap samen. Druk bellend en mailend zetelden de ruim honderd ambtenaren, consultants en zorgspecialisten in de kantoren van de Federatie van Technologiebranches, die door de lockdown leegstonden. Als inkopers van grote ziekenhuizen en medische groothandels hadden ze de maanden daarvoor de wereldmarkt voor medische beschermingsmiddelen in rap tempo zien overkoken. Vertegenwoordigers van de ziekenhuizen en GGD’s die aansloten wisten wat dat betekende: acute tekorten aan mondkapjes, spatschorten en handschoenen.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vroeg hen daarom op 19 maart samen te gaan werken in het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). Ziekenhuizen concurreerden met elkaar en met VWS-ambtenaren die in allerijl schaarse mondkapjes moesten veiligstellen op een hen onbekende markt. Wie het snelst veel geld overmaakte, kreeg ze vanuit Azië toegestuurd. Nederland greep vrijwel altijd mis.

Een jaar later is één mondkapjesdeal in de schijnwerpers gekomen: die uit april 2020, tussen opiniemaker Sywert van Lienden en twee compagnons met het LCH. Maandagavond zei voormalig LCH-coördinator Rob van der Kolk in radioprogramma Met het Oog op Morgen dat de deal à 100 miljoen euro wat hem betreft niet had hoeven plaatsvinden: er waren al genoeg mondkapjes besteld. Via Follow The Money bleek al dat het LCH ertegen had geadviseerd. VWS wilde de veertig miljoen mondkapjes toch en drukte door.

Luchtbrug opzetten naar China

Formeel bestaat het LCH niet. Het is geen rechtspersoon en er ligt weinig vast over de werkwijze en onderlinge verhoudingen, concludeerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) eerder dit jaar in een rapport. Wie precies waarvoor verantwoordelijk is, blijft vaak onduidelijk. In de eerste maanden detacheerden ziekenhuizen er hun beste inkopers, zette KLM een luchtbrug op naar China en was het distributiebedrijf Centraal Boekhuis betrokken bij de opslag. Vanuit VWS was topambtenaar Mark Frequin, eigenlijk net met pensioen, verantwoordelijk directeur van het LCH. Met twee coördinatoren rapporteerde hij aan het ministerie.

Waarom de deal met Van Lienden werd gesloten, daar moet een extern onderzoek duidelijkheid over geven

Maar de financiële afhandeling van de inkoop gebeurde door medisch groothandel Mediq, een wereldwijde speler in handen van een Amerikaans private-equityfonds. VWS betaalde Mediq, Mediq kocht de beschermingsmiddelen. VWS sloot daarvoor een garantieovereenkomst af met Mediq voor zo’n miljard euro. De Algemene Rekenkamer noemde die overeenkomst recent „gebrekkig”: „Diverse zaken zijn mondeling afgesproken en in 2020 nog niet geformaliseerd. Zo mist de overeenkomst een bepaling over wie eigenaar van de goederen is en hoe het beheer van de goederen is geregeld.” In totaal besteedde VWS in 2020 voor 1,25 miljard euro aan voorschotten aan Mediq.

Dat voor de garantieovereenkomst geen toestemming van het parlement was gevraagd, schond volgens de Rekenkamer het budgetrecht van de Kamer. En het was een voorbeeld van het „financiële wanbeheer” van het ministerie – volgens de Rekenkamer kenmerkend voor het handelen van VWS. Maar het departement kon niet anders, is het verweer: het was crisis, er moest snel ingekocht worden, als Nederland niet toesloeg gingen de mondkapjes naar andere landen.

Van Lienden en compagnons

Tegen die achtergrond van zowel een daadkrachtige oprichting van het LCH als een chaotische markt en onduidelijke, informele lijnen meldde Sywert van Lienden zich in maart 2020. Onder de naam Hulptroepen was hij samen met twee compagnons ook in de markt voor beschermingsmiddelen gedoken. En hij wilde samenwerken met het LCH en VWS. Ze kochten medische beschermingsmiddelen, die voornamelijk naar kleine zorginstellingen gingen. Die stonden op dat moment juist achteraan bij de verdeling van landelijk ingekochte mondkapjes: veel verpleeghuizen stonden niet op de radar van ziekenhuisnetwerken die beschermingsmiddelen over de zorg verdeelden.

Hulptroepen was op dat moment in feite net als het LCH een samenwerking van bedrijven die samen de zorg aan de schaarse mondkapjes willen helpen. Hulptroepen wilde die parallelle structuur verder uitbouwen in een samenwerking met het LCH, maar dat zag het consortium niet zitten: zij hadden hun eigen, goed functionerende inkooplijnen.

Lees ook het interview met voormalig LCH-coördinator Rob van der Kolk: ‘Deal met Van Lienden was niet nodig’

Maar via het ministerie werd er later alsnog een deal gesloten met Van Lienden en zijn twee mede-ondernemers over een partij van veertig miljoen mondkapjes. Dat gebeurde niet via de non-profitstichting Hulptroepen, maar de net opgerichte bv Relief Goods Alliance. De drie ondernemers verdienden hier zo’n 20 miljoen euro aan, terwijl ze naar buiten toe volhielden zonder winstoogmerk te werken – zoals het LCH deed.

De deal vond half april 2020 plaats, toen het LCH al miljoenen mondkapjes, spatschorten, handschoenen, brillen en meer naar Nederland had gekregen. Omdat veel ziekenhuizen zélf ook bleven inkopen, naderde het einde van de tekorten. In juni 2020 constateerde het LCH dat verdere inkoop gestaakt kon worden. De elf magazijnen van VWS raakten overvol met ruim twee miljard medische beschermingsmiddelen, waarvan ruim 80 procent tot vandaag ongebruikt is.

Waarom de deal met Van Lienden werd gesloten, tegen het advies van de door VWS zelf aangestelde inkopers in – daar moet een extern onderzoek duidelijkheid over geven, maakte minister Tamara van Ark (Medische Zorg, VVD) maandag bekend. In het Kamerdebat vorige week gaf ze zelf al een mogelijke verklaring: het was niet uit te sluiten „dat het feit dat iemand zoveel publiciteit zocht en op zo veel plekken liet weten dat hij het zelf beter kon, een rol heeft gespeeld”.

Correctie (09-06-2021): In een eerdere versie van dit artikel werd Landelijk Consortium Hulpmiddelen in de intro Landelijk Consortium Hulptroepen genoemd. Dat klopt niet en is hierboven aangepast.