Joris (Hary) en de Draak, 1960, reproductiefoto 2019, Gemeentearchief Beesel.

Robin Butter

Een dorpje in de ban van een draak

Mythe Elke zeven jaar spelen inwoners van het Limburgse Beesel de mythe van Joris en de draak na. Fotografe Robin Butter legde het fenomeen vast.

In het midden van de rotonde van Beesel staat, hoog op zijn sokkel, een gigantische, vuurspuwende draak. In de dorpskern staat een keramieken bankje in de vorm van een drakenstaart. En op de markt staat ‘het drakenmonument’. Op deze manier zorgen de Beeselnaren ervoor dat iedereen die hier aankomt weet waar ze terechtgekomen zijn: dit is drakenterrein. Elke zeven jaar is het Limburgse dorp het toneel van een strijd op leven en dood. Een strijd tussen een bloeddorstige draak en de dappere held Joris. Elke zeven jaar, al meer dan driehonderd jaar lang. „Het dorp is nog altijd in de ban van de draak”, zegt fotografe Robin Butter.

Butter ontdekte de traditie in Beesel per toeval. „Ik was net klaar met een boek over schietverenigingen in Nederland, die hun beginselen hebben bij de schutterijen.” Veel van die schutterijen, vrijwillige militia die dorpen beschermden tegen rondreizende rovers en vijandige legers, waren naar de moedige held Joris vernoemd. „Zo kwam ik tijdens een nieuw onderzoek over dit thema uit bij een beeld in Den Haag.” Dat beeld, een gevelsteen op het Toernooiveld, toont een beeltenis van Sint-Joris en de draak. „Waarom hebben we in Nederland eigenlijk een beeld van de beschermheilige van Engeland, vroeg ik me af.”

Ze ontdekte dat de mythe van Joris en de draak innig verbonden was met de schutterijen, die het verhaal regelmatig in processies naspeelden. Maar door de eeuwen heen zijn al deze andere draken allang „een eeuwige dood gestorven”. Behalve in Beesel. „Het drakenvuur is in Beesel nooit gedoofd”, zegt ze. „Ze claimen dat als je daar geboren bent, er drakenbloed door je aderen stroomt.” Ze raakte diep gefascineerd door deze dorpelingen, die intens verbonden zijn met elkaar en de plek waar ze opgroeien. En dat allemaal door een zogenaamd gedeelde geschiedenis, rondom een gebeurtenis die nooit heeft plaatsgevonden.

Joris (Jo) en de Draak, 1967, reproductiefoto 2019, Gemeentearchief Beesel. Robin Butter

De draak steken

De originele legende van Joris gaat als volgt. „De draak komt het dorp binnen en eet alle schapen op. Als alle schapen verorberd zijn en de dorpelingen hem niets meer te bieden hebben, wil hij een mensenoffer”, vertelt Butter. „Er werd een loting gedaan, waaruit de prinses getrokken werd.” Terwijl zij haar dood tegemoet gaat, staat Joris op. Hij springt op zijn paard, trekt zijn zwaard en vermoordt de draak. „Dit is hun gedeelde geschiedenis”, zegt Butter. „De realiteit van de Beeselnaren is dat er elke zeven jaar een Joris opstaat om het dorp van de draak te bevrijden.”

Dat gaat er steeds grootschaliger aan toe. Een enkeling klaagt dat het te commercieel is geworden en dat ze de intieme kleinschaligheid van vroeger missen, maar de meesten zijn trots op het steeds professioneler opgezette evenement. Vroeger werd je gevraagd om Joris te zijn, inmiddels worden er audities gedaan.

„Iedereen wil natuurlijk Joris zijn, het is een gigantische eer”, zegt Butter. Maar, als je Joris wilt zijn, zul je wel uit het dorp moeten komen én moet je een begenadigd paardrijder zijn. „Sinds 1960 zijn er maar negen ‘Jorismannen’ geweest. Dat maakt het extra bijzonder als jij het mag zijn.” Bij alle oud-Jorismannen hangen foto’s aan de muur van hun optreden en liggen er plakboeken vol krantenberichten in de kast. Maar ook bij andere bewoners liggen en hangen er rekwisieten thuis.

„Zwaarden, helmen, amuletten. Iedereen die meespeelt heeft stiekem wel een prop mee naar huis genomen”, zegt Butter daarover. Van de 2.500 inwoners spelen er 400 personen een rol in het stuk. Maar het hele dorp leeft mee.

Komende december vinden, als de coronamaatregelen het toelaten, de audities plaats voor een nieuwe Joris, die in 2023 de draak zal moeten gaan verslaan. Dit najaar worden de kostuums met een katrol vanuit de kerktoren getakeld, waar ze al die jaren worden bewaard. Zo kunnen ze gepast geworden en waar nodig hersteld. Ook dat zal Butter vastleggen met haar camera. Zij blijft het dorp volgen voor haar fotoserie Drakeblood, Limburgs dialect voor drakenbloed, wat uiteindelijk een fotoboek moet worden over het spektakel van Beesel.

En een spektakel wordt het steeds meer, vinden de inwoners. Zo was er vroeger een ‘drakendrager’ nodig voor het kostuum van de draak. „Dan zat er een man in dat pak de hele dag sigaren te roken, zodat de draak rook kon uitblazen”. Dat is nu ondenkbaar, zegt ze. Tegenwoordig worden er vuurspuwende machines voor gebruikt.

De draak steken. In de rest van Nederland is het enkel een spreekwoord, ontstaan doordat het verhaal van Joris steeds potsierlijker werd nagespeeld. Er werd de draak gestoken met het idee van de draak. Het was een mythe, een verhaal, een legende, meer niet. Maar niet in Beesel, daar is het realiteit. Daar hebben de inwoners drakenbloed.

Oud-Joris, Jan met paard, 2020.
Robin Butter
Drakenamulet, 2020.
Oud-Joris, Jan met paard, 2020.
Robin Butter
Robin Butter
Oud Joris Jo met zijn paard, 2019. Jo speelde Joris in 1967
Robin Butter
Het Spick, 2019.
‘Oud Joris, Marc met paard, 2019. Marc speelde Joris in 2002. Marc is de zoon van Jo.
Robin Butter
Oud-Joris, Rene met zijn paard in tuin, 2019.
Robin Butter
Oud-Joris, Rene met zijn paard in tuin, 2019.
Robin Butter
Robin Butter