‘Deal met Van Lienden was niet nodig’

Mondkapjesdeal Rob van der Kolk leidde het consortium dat in de crisis mondkapjes moest inkopen. Een vraaggesprek via de mail.

Rob van der Kolk, coördinator van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen, tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer over het testen en beschermingsmiddelen om het coronavirus te bestrijden.
Rob van der Kolk, coördinator van het Landelijk Consortium Hulpmiddelen, tijdens een technische briefing in de Tweede Kamer over het testen en beschermingsmiddelen om het coronavirus te bestrijden. Foto Sem van der Wal / ANP

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) sprak met partijen in een convenant af om geen winstoogmerk na te streven. Tekende Sywert van Lienden met zijn Stichting Hulptroepen Alliantie dat convenant?

„Het convenant dat Sywert van Lienden uiteindelijk tekende was hetzelfde dat iedereen tekende die meedeed in het Landelijk Consortium Hulpmiddelen. Wat ik alleen niet weet is of hij dat als privépersoon, als Stichting Hulptroepen Alliantie of als bv Relief Goods Alliance tekende.”

Wist u wel zeker dát Van Lienden en zijn compagnons hadden getekend?

„Ik heb deze vraag op 24 maart 2020 ’s avonds bij het verlaten van het LCH aan de mensen van Hulptroepen Alliantie gesteld. Ik vroeg naar ondertekening van het convenant. Zij antwoordden dat zij dit inderdaad ondertekend hadden, maar zoals ook in de Tweede Kamerstukken te zien is, is dit convenant pas op 27 maart definitief geworden. Tot die tijd bestond er alleen een concept dat nog niemand ondertekend had.”

Na 27 maart hebben zij de definitieve versie getekend.

Van Liendens compagnons Camille van Gestel en Bernd Damme werkten vorig jaar kort in uw gebouw. Maar ze moesten vertrekken van u. Waarom?

„Dat was met name omdat zij een concurrerend distributiekanaal wilden maken. En de samenwerking in het LCH was er nu juist op gericht om dat niet te doen. Ze waren overigens vrij om dit distributiekanaal op te zetten, maar dan niet onder de vlag van het LCH.”

Lees ook: Het LCH: inkopers in een overkokende markt

Het LCH had al snel op grote schaal mondkapjes ingekocht. Was de 100 miljoen euro die VWS aan de Hulptroepen van Van Lienden gaf voor inkoop nodig?

„In de ogen van het LCH was dit niet nodig. Wij hadden verschillende scenario’s doorgerekend en er was genoeg ingekocht voor de ziekenhuizen, verpleeghuizen en thuiszorg.

„Als je uitging van het zwartste scenario – hoog afkeurpercentage, levertijdvertraging, hogere vraag bij een mogelijke tweede golf in de zomer – dán kon er een gat ontstaan. Maar de overheid wilde ook dit risico niet lopen.

„De voorspelde vraag was vier miljoen FFP2-maskers per week voor de zorg. De deals met Relief Goods Alliance waren goed voor veertig miljoen mondkapjes à 2,50 euro per stuk, en dus voor tien weken. Vervolgens viel de vraag enorm terug naar onder de 400.000 mondkapjes per week, waardoor er uiteindelijk veel te veel was. Het standpunt van VWS [om elk risico op een tekort uit te sluiten] was vanuit de media-aandacht voor het tekort best te verdedigen.”

Had de 100 miljoen euro die werd overgemaakt beter besteed kunnen worden volgens u?

„Voor 100 miljoen euro houd je een klein ziekenhuis een jaar lang in de lucht.”