Opinie

De Olympische Spelen zijn niet meer van deze tijd

Tokio 2020 Ooit hadden de Spelen nut, maar nu zijn die verworden tot een politiek massaspektakel voor autoritaire regimes en een goudmijn voor olympische bonzen, schrijft .
Illustratie Hajo

Kaori Yamaguchi is een voormalige judokampioen en een vooraanstaand lid van het Japanse Olympisch Comité. Zij deed onlangs een opmerkelijke uitspraak – opmerkelijk voor een olympische bobo. Japan, zei zij, zou geen keus meer hebben. Het land moet de Spelen organiseren tijdens een pandemie: „Waar zijn die Olympische Spelen eigenlijk voor, en voor wie? Zij betekenen niets meer, en gaan toch door. De kans om ze af te gelasten hebben we laten lopen.”

Zij is de enige niet die er zo over denkt. Volgens een vooraanstaande medische expert in Japan zouden de Spelen gemakkelijk kunnen leiden tot een nieuwe golf coronabesmettingen, en is het „niet normaal” om ze onder deze omstandigheden door te laten gaan. Ongeveer 80 procent van de Japanse bevolking vindt dat de Spelen moeten worden uitgesteld of afgelast. Een hoofdartikel in de krant Asahi Shimbun, een van de sponsors van de Spelen, maande de Japanse regering er nog eens goed over na te denken. Veel tijd daarvoor is er niet meer. De Spelen zullen waarschijnlijk plaatsvinden in nagenoeg lege stadions.

Het was een goede vraag van Yamaguchi. Waar zijn de Olympische Spelen eigenlijk voor? De atleten? Die hebben genoeg internationale kampioenschappen om aan mee te doen. De televisiekijkers? Waarom moeten Japanners daarvoor zo’n hoge prijs betalen? Japanse politici die dachten met de olympische eer te strijken? Of gaat het voornamelijk om de bonzen in het Internationale Olympische Comité die vinden dat olympische belangen boven alles staan?

Tussen idealisme en cynisme

De vraag waar de Olympische Spelen toe dienen is al gesteld vanaf het moment dat baron Pierre de Coubertin besloot om in 1896 de Spelen in Athene een nieuw leven in te blazen. De baron maakte zich ernstig zorgen over het gebrek aan mannelijkheid van de Franse bevolking, met name na de smadelijke Franse nederlaag in de oorlog met Pruisen in 1871. Sport, vanouds meer een Britse dan een Franse liefhebberij, zou een uitkomst moeten bieden.

Behalve het opkrikken van de Franse viriliteit (‘rebronzer les Francais’ was de term) had Coubertin nog een ander doel voor ogen. Een internationaal sportevenement zou de wereldvrede bevorderen door mensen uit vele landen bij elkaar te brengen. Net als wereldtentoonstellingen en padvinders-jamborees („In negentien-drie-zeven, dan zal je wat beleven, dan komt de Jamboree in Nederland!”), zouden de Spelen behalve patriottisme ook de vriendschap onder de volkeren stimuleren. In gezonde wedijver zouden de sterksten onder ons samen marcheren naar een betere toekomst.

Lees ook deze reportage: Japanners zien weinig in Spelen, maar protesten slaan niet aan

Dit viel niet overal in goede aarde. Charles Maurras, de ultra-nationalistische ideoloog van de Action Française, vond het hele idee van volkerenvriendschap verwerpelijk. Maar als toeschouwer in Athene begon hij dat anders te zien. Door met elkaar te strijden in stadion en zwembad, zouden de mensen uit verschillende landen elkaar nog meer gaan haten, en dat juichte hij toe.

Noch het cynisme van Maurras, noch het idealisme van Coubertin gaven uiteindelijk de doorslag. De wereldvrede bleef helaas uit, maar oorlogen waren ook niet het resultaat van de Olympische Spelen. Maar hoe voos Coubertins pretenties waren bleek duidelijk uit zijn woorden in Berlijn in 1936. Terwijl zijn bibberende ode aan de eerlijke, sportieve olympische geest door de luidsprekers klonk, zaten Hitler, Göring, en Goebbels te gnuiven in het stadion.

Anachronisme

Toch hebben de Spelen na de oorlog nog wel enig nut gehad. De Spelen in Tokio in 1964 waren voor de Japanners heel belangrijk. Japan was als een respectabele democratie herrezen uit het puin van een catastrofale oorlog. Ze hoorden er weer bij, ook al verloor hun judokampioen van Anton Geesink. (Gelukkig voor ons was Bob Spaak daarbij, om de vaderlandslievende „kijkers thuis” hierover te berichten.)

Even belangrijk waren de Spelen in Seoul in 1988 voor de Zuid-Koreanen. Zij konden eindelijk juichen na bijna een halve eeuw van Japanse overheersing, en verschrikkelijke burgeroorlog, en repressie onder militaire regimes. Zuid-Korea stond aan het begin van een levendige democratie. Er was een sfeer van vreugde, nationale trots en optimisme. Ook de Koreanen waren er weer bij.

Lees ook dit opinie-artikel: De Olympische Spelen in Tokio worden geen vrolijk festijn

Maar behalve in die zeldzame voorbeelden is het nut van de Spelen niet meteen duidelijk. Marcherende mensen in uniformen, vlaggengezwaai, olympische hymnen, heilige fakkels, al dat massavertoon is een laatnegentiende-eeuws anachronisme dat nog voornamelijk wordt gekoesterd in autoritaire landen waar de leiders niet worden gekozen, maar wel moeten worden vereerd.

Noord-Korea is de kampioen in politieke massaspektakels. Maar Vladimir Poetin kan er ook wat van. Zijn Winterspelen in 2014 in Sotsji, een subtropische badplaats bedolven onder kunstsneeuw, was duidelijk bedoeld om zijn absolute leiderschap te vieren. En het opgepompte chauvinisme van China bij de Zomerspelen van Beijing in 2008 ademde ook meer de geest van Charles Maurras dan van baron de Coubertin.

Kolossale business

Armere landen zoals Griekenland (Athene 2004) blijven vaak achter met enorme schulden en verlaten stadions vol onkruid. En rijke landen (Atlanta 1996, Londen 2012) hebben de Spelen niet nodig, behalve misschien om infrastructuur te verbeteren, iets dat toch al had moeten gebeuren.

Tokio heeft in 2021 de Spelen zeker niet nodig. Toch marcheert het olympische leger vrolijk door en vergaart het kapitalen. Het IOC verdiende aan Athene een slordige 985 miljoen euro. Ik zag in 1988 de olympische bonzen komen en gaan in de lobby van een peperduur hotel in Seoul; hoe armer het land dat zij vertegenwoordigden, hoe opzichtiger de gouden horloges die op hun polsen prijkten.

De Olympische Spelen zijn een kolossale business, voor het IOC, voor de sponsors, voor bouwbedrijven en projectontwikkelaars, en voor corrupte politici. Daar zijn de Spelen voor. De bonzen zullen ook in Tokio komen en gaan. En zij zullen Japan achterlaten met dure nutteloze stadions waar niemand wat aan heeft en die nooit hadden moeten worden gebouwd.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.