Opinie

Treinkapers verdienden niet de kogel maar een proces

Gerechtigheid Het Haagse gerechtshof laat in zijn arrest over De Punt te veel ruimte voor dodelijk overheidsgeweld tegen wetsovertreders, meent .
De Punt in Drenthe bij een herdenking van de zes Molukse treinkapers en de twee Nederlandse passagiers die in 1977 de dood vonden.
De Punt in Drenthe bij een herdenking van de zes Molukse treinkapers en de twee Nederlandse passagiers die in 1977 de dood vonden. Foto Kees van de Veen

Teleurgesteld! Omdat ik 44 jaar na het drama van de treinkaping bij De Punt verwachtte dat er eindelijk duidelijkheid zou komen over wat er op de dag van de ontknoping in de trein is gebeurd. Die duidelijkheid was er volgens mij omdat advocaat Liesbeth Zegveld, namens de nabestaanden van treinkapers Hansina Uktolseja en Max Papilaja, voldoende feiten en omstandigheden had aangedragen om de rechters te overtuigen dat sommige mariniers in die trein het een ander hebben gedaan wat niet door de wettelijke beugel kon.

Het hof oordeelde echter anders en hield de Staat niet verantwoordelijk voor het handelen van een aantal van haar ambtenaren. Ik respecteer de uitspraak, maar ik was er bij op de vroege morgen van 11 juni 1977, als een van de bevelvoerende officieren van de Bijzondere Bijstand Eenheid Krijgsmacht (de precisieschutters).

Vijanden

En daarom verbaast me de uitspraak, gezien de officiële opdracht aan de mariniers verwoord in hun initiatiefplan namelijk: „Aan te houden c.q. indien noodzakelijk uit te schakelen.” En: „Indien de terroristen zich duidelijk waarneembaar overgeven mag niet op hen worden gevuurd, doch wordt de (krijgsgevangenen) procedure toegepast.”

Creëert deze stelling de ruimte gijzelnemers te zien als vijanden en hen te doden ongeacht of zij ongewapend en gewond zijn?

Lees ook: Of mariniers terecht kapers doodden, is nu aan het hof

Ik haal punt 8.12 aan van de toelichting bij de uitspraak van het hof. „De geweldsinstructie die voor de bevrijdingsactie aan de mariniers is gegeven moet dan ook niet op zich zelf worden beoordeeld, maar in samenhang met andere bronnen die bepalend zijn voor de geweldsinzet. Bij de beoordeling van de geweldsinstructie moet ook acht worden geslagen op de wijze waarop de doelen van het initiatiefplan en de opdracht aan de mariniers waren geformuleerd, de Algemene richtlijnen inzake het politieoptreden, de (algemene) opleiding van de mariniers en de wijze waarop de mariniers de geweldsinstructie hebben begrepen. Hetgeen mede kan blijken uit de manier waarop uiteindelijk toepassing is gegeven aan het geweld.”

In Nederland is het geweldsmonopolie in handen van de overheid en dat moet zo blijven. Echter, ook worden zij die daar toe geroepen zijn en er deel van uitmaken geacht zich aan de wettelijke ook voor hen geldende spelregels te houden. De toelichting lezend vraag ik mij af of het in de toekomst bij politieel en/of militair gewapend ingrijpen voldoende is dat de geweldsinstructie is begrepen. Dit laat mijns inziens ruimte voor eigen interpretatie.

Bij het afval

De documentaireserie van Coen Verbraak Molukkers in Nederland laat leeftijdsgenoten van gijzelnemers aan het woord. Velen zeiden dat als zij gevraagd zouden zijn, zij ook mee hadden gedaan. En dat kan ik me voorstellen, omdat dit volk al jaren door de regering bij het afval werd gezet.

Wat mij niet verbaasde was dat de geïnterviewden uiteraard het doden van gegijzelden, maar ook het doden van hun vrienden afkeurden. Terecht omdat, gelet op artikel 1 van de Rechten van de Mens, ook zij die gewapend de wet overtreden geen vijanden zijn die gedood moeten worden, maar medeburgers die juridisch gezien een verkeerde keus hebben gemaakt, dat zij gearresteerd moeten worden en voor de rechter gebracht. En dus niet een ‘genadeschot’ moeten krijgen, hun familie en vele anderen met vragen achterlatend.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.