Opinie

Ontdekkingsreis

Marcel van Roosmalen

De eerste tocht met Frida van Roosmalen (0) door het dorpje dat ontwaakte uit een diepe coronaslaap. Bij de ijssalon doken de mensen meteen met die grote hoofden ongevraagd de kinderwagen in.

Zonder mondkap, dat irriteerde nog het meest.

De vrouw van de bakker, die me een dag eerder nog berispte, omdat ik pas toen ik al over de drempel van haar winkel was gestapt mijn mondkap voordeed, hing nu zelf onbeschermd boven mijn pasgeboren kind te constateren dat het heel klein was.

„Wat klein!”

Ik ging ooit naar Artis om naar een pasgeboren olifantje te kijken en begrijp nu hoe vervelend dat geweest moet zijn voor de moederolifant. Allemaal vreemden die constateren dat je pasgeboren kind klein is.

„Ik houd afstand, hoor”, zei een groot hoofd dat met een enorme tong een ijsbolletje met een lik kon halveren. „Niet vanwege corona, daar ben ik echt niet bang voor. De hond is dood, ik ben bang dat ik de ziekte van Weil heb.”

Haar partner, die in zijn korte broek al wel onderweg was naar de kinderwagen, bedacht zich net op tijd.

„Dan heb ik het ook.”

(Note to myself: ziekte van Weil googlen.)

We bleven belangstelling krijgen, bij de slager, in de Vomar…

Zelf had ik nooit de aandrang gevoeld om me in andermans kinderwagen te begraven, maar in deze kleine gemeenschap ben je na de geboorte meteen openbaar bezit. Een vreemde, hij had me weleens gezien op televisie, nam een aanloop en zei: „Even kijken wat voor vlees je in de kuip hebt.”

Dan het commentaar: „Is ze wel van jou? Ze is zo knap.”

Mijn ogen gleden van hem naar zijn dochter achter de winkelwagen en weer terug. Op dezelfde plekken dezelfde mankementen. Een spits antwoord was nog nooit zo makkelijk, maar ik ging de strijd uit de weg. Ik kuierde gewoon door en bekende pas een paar meter verder aan Frida van Roosmalen dat ik was gegroeid. Je kon ook gewoon je mond houden als je werd beledigd.

„Pick your battles”, zei ik in de wieg.

Bij het Kruidvat kwam de vrouw achter haar kassa vandaan. Ze had zelf ook een baby en was sinds kort weer aan het werk. Ik kreeg van haar twee kettinkjes met de tekst ‘Oranje’, de mislukte EK-actie van André Hazes junior en de drogisterijketen. Een meer dan vriendelijk gebaar. Even voelde ik me een ontdekkingsreiziger die aanbeland bij een andere samenleving werd overladen met goede wil en een amulet kreeg omgehangen.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.