‘De machtsverhoudingen in de Tweede Kamer zijn zo onevenwichtig’

Gedragsregels In de Tweede Kamer groeit de roep om onderzoek naar wangedrag aan het Binnenhof. Zeker de nieuwe partijen zijn vóór.

PVV-leider Geert Wilders (links) en fractiegenoot Dion Graus in de Tweede Kamer.
PVV-leider Geert Wilders (links) en fractiegenoot Dion Graus in de Tweede Kamer. Foto Peter Hilz

Zijn de gedragsregels in de Tweede Kamer nog wel van deze tijd? Zaterdag publiceerde NRC een verhaal over de onaantastbaarheid van Kamerleden en andere Binnenhofmedewerkers die hun ondergeschikten (seksueel) intimideren. Het presidium, het dagelijks bestuur waarin de Kamerfracties vertegenwoordigd zijn, blijkt in de praktijk machteloos. Een Tweede Kamerlid wegsturen is vrijwel onmogelijk, ook als het vertoonde gedrag in de ‘normale wereld’ tot ontslag zou leiden.

Lees ook: het NRC-onderzoek naar #MeToo op het Binnenhof

Daar komt bij: Kamerleden nemen elkaar niet graag de maat. Een poging om een Kamerbreed onderzoek te doen naar wangedrag en machtsmisbruik op het Binnenhof strandde in 2018. Na eerdere NRC-onthullingen over misdragingen van Kamerlid Dion Graus van de PVV (van seksuele en financiële aard) bleef het lange tijd grotendeels stil.

Inmiddels is er iets veranderd: er zijn Tweede Kamer-verkiezingen geweest. Een rondgang langs fracties leert dat opvallend veel nieuwe partijen vinden dat er alsnog zo’n onderzoek moet komen. „Ik zou wel willen weten of dit incidenten zijn of dat het gaat om een cultuur”, zegt Caroline van der Plas van BBB. „We hebben als politiek een voorbeeldfunctie”, zegt Sylvana Simons van BIJ1. „Het is belangrijk dat iedereen zich veilig voelt, zowel fractiemedewerkers als ondersteunend Kamerpersoneel”, zegt Laurens Dassen van Volt.

Ook de van FVD afgesplitste Groep-Van Haga, GroenLinks, PvdA, PvdD, de fractie-Den Haan en regeringspartijen D66 en ChristenUnie zouden graag zien dat er, indien mogelijk, een onderzoek komt. „De machtsverhoudingen zijn hier zo onevenwichtig, het risico op dit soort zaken is groot”, zegt Wybren van Haga, die sinds 2017 in de Kamer zit. „Het kan levensgevaarlijk zijn voor jonge ambitieuze jongens en meisjes. En daar is het systeem totaal niet op ingericht.”

Seksuele intimidatie in parlement

De vraag speelt niet voor het eerst. In januari 2018, de internationale #MeToo-discussie woedde volop, vroeg regeringspartij D66 om een onderzoek naar seksuele intimidatie in het parlement en bij ministeries. Tweede Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma (D66) wees erop dat de overheid een van de grootste werkgevers is. „We kunnen niet achterblijven.” Toenmalig Kamervoorzitter Khadija Arib schaarde zich al snel achter het voorstel.

Maar na een paar maanden bleek de animo voor zo’n onderzoek niet groot genoeg. Partijen als VVD en PVV, maar ook de SP, zagen het niet zitten. Het is niet aan de Kamer, maar aan fracties om voor een veilige werkomgeving te zorgen, klonk het. De vraag was ook: kán het presidium wel een onderzoek instellen naar medewerkers die formeel in dienst zijn van fracties, en niet van de Kamer?

Achter de schermen klonk nog een andere zorg: dat fracties er slecht op zouden komen te staan en dat de partijen die tóch al niet meededen, zoals de PVV, de dans ontsprongen. En tot slot: tornen aan de grote bescherming die Kamerleden nu genieten, is een grote stap. Maakt ze dat niet ook kwetsbaar voor valse beschuldigingen? Kunnen ze dan nog wel vrijuit hun werk doen?

Sommige fracties voerden veranderingen door naar aanleiding van de zorgen over de werkcultuur. Zo laat D66 elke twee jaar een onderzoek doen. Bij het CDA begint binnenkort een werkbelevingsonderzoek, na het eerste eind 2018. GroenLinks schakelde een extern bureau in. Bij de SP ging de eigen vertrouwenspersoon aan de slag met de materie. Het presidium, zo blijkt, laat vanaf 10 juni wel een onderzoek doen onder het eigen personeel: bodes, keukenpersoneel, griffiers en andere ambtelijke ondersteuning. Aan bod komen onder meer uitsluiting, pesten en andere ongewenste omgangsvormen.

Symboolpolitiek

Maar fracties aanspreken blijft lastig. Nadat NRC in februari al beschreef hoe Graus een andere PVV-medewerker, zijn ex-vrouw, tot seks met zijn beveiligers had aangezet, deed GroenLinks een oproep aan het presidium de PVV-fractie erop aan te spreken. „Nu zijn we stil. En dat kan niet”, zei toenmalig Kamerlid Kathalijne Buitenweg. Zo’n oproep kwam er nooit, het voorstel bloedde dood.

Lees ook: Voor het eerst doorbreekt een Kamerlid de stilte over Dion Graus en seksueel geweld

Ook nu klinkt er opnieuw scepsis. „We zijn geen OM”, klinkt het resoluut bij FVD. JA21 vreest „het gevaar dat we aan symboolpolitiek doen”. De SGP wijst erop dat Kamerleden en medewerkers al bij vertrouwenspersonen, binnen of buiten hun fractie, terecht kunnen. VVD en CDA wijzen een onderzoek niet volledig af, maar wachten voorlopig liever af tot Kamervoorzitter Vera Bergkamp laat weten of ze verdere stappen zet.

De SP is ook nu niet voor Kamerbreed onderzoek, laat Renske Leijten weten. „Je kunt wel grote conclusies trekken, maar uiteindelijk zal het toch weer aan de fracties zelf zijn om daar iets mee te doen.” Je spiegelt slachtoffers iets voor „dat niet waargemaakt kan worden”. Ze vreest dat er van zo’n onderzoek al snel „een politiek spel” zal worden gemaakt. „En dit is te serieus om het daarin te trekken.”

Niks doen is ook geen optie, zegt Leijten er meteen bij. Over een paar weken houdt de Tweede Kamer het jaarlijkse debat over het eigen functioneren. „Dan zullen we het er zeker over hebben”, zegt ze. Leijten noemt de gedachte dat ze met iemand als Graus in debat zou moeten „vreselijk” en „ongeloofwaardig voor de PVV”, temeer ook omdat die partij zich graag profileert als ‘bevrijder’ van moslimvrouwen, maar het niet wil opnemen voor de vrouwen in de affaire-Graus. Uit het NRC-onderzoek kwam naar voren dat PVV-leider Geert Wilders een in vertrouwen gedeponeerde klacht tegen Graus meteen aan het Kamerlid doorspeelde.

De PVV wilde maandag niet zeggen hoe het denkt over een onderzoek.