Opinie

Media in tijden van pyromanie

Karel Smouter

Koud wordt-ie ervan, zo schreef Joris Luyendijk mij vorige week. Van het idee dat zijn werk „zou hebben bijgedragen aan het paranoïde wantrouwen waarin politieke pyromanen als Trump en Baudet kunnen gedijen”. Deze zomer herlees ik moderne mediaklassiekers om deze in mijn column naast de actualiteit te leggen. Vorige week trapte ik af met Luyendijks Het zijn net mensen, dat deze maand vijftien jaar geleden het licht zag en sindsdien ruim 300.000 maal over de toonbank ging. Hij bracht mediakritiek vanuit de marge naar de massa. Aan het eind van die column vroeg ik me af welke analyse Luyendijk in 2021 zou maken, nu mediakritiek min of meer mainstream geworden is en twee politici die samen ruim anderhalf miljoen Nederlanders vertegenwoordigen journalisten zonder blikken of blozen ‘tuig van de richel’ kunnen noemen.

„Het is werkelijk een worsteling”, reageerde hij over de mail, „met de komst van die pyromanen kunnen onthullingen van ernstig machtsmisbruik, incompetentie en de systeemkritiek daarop worden aangegrepen voor een oproep de boel dan maar af te fikken. (…) Stel dat je iets ontdekt waardoor Macron zou vallen? Dan krijg je waarschijnlijk Le Pen. Dat is een pyromaan die zonder kennis van zaken of inzicht in de gevolgen de Europese integratie wil opblazen, en die erg dicht tegen de kliek rond Putin aanschurkt.”

Op eenzelfde manier kon je jezelf ook afvragen of ruim drie weken nieuws, ophef en speculatie over de miljoenen van Sywert van Lienden geen cynisme in de hand werkt. Is publish and be damned nog wel een houdbaar adagium? Ook daarover kwam Luyendijk te spreken in zijn mail. „Ik geloof dat we absoluut door moeten gaan met onderzoeksjournalistiek, maar ook nazorg moeten gaan plegen. Laten zien hoe een democratisch systeem juist gedijt bij onthullingen van incompetentie en machtsmisbruik, doordat het zichzelf reinigt.”

We lijken enigszins verliefd op eenieder die jong, welbespraakt en lekker contrair is

Breng na de whodunnit kortom óók de howdunnit, zoals ik eerder al eens op deze plek bepleitte. In het geval-Van Lienden zou je bijvoorbeeld wensen dat er net zoveel aandacht komt voor het optuigen van een robuuste crisisorganisatie, die van inkoop tot logistieke organisatie op een pandemie bestand is, als voor de querulanten die wisten te profiteren van het ontbreken daarvan.

Lees ook: Sywert van Lienden roept vooral veel nieuwe vragen op in tv-interview

Bij die nazorg hoort wat mij betreft ook retrospectie. Want waar het (geuzennaam-alert) ‘tuig van de richel’ van de Volkskrant en Follow the Money liet zien hoe essentieel journalistiek is, zijn bij de opmerkelijke opkomst van Van Lienden als mediafenomeen nog wel wat mediavragen te stellen.

Wat doet het bijvoorbeeld met de psyche van een jong mens wanneer je al sinds je eerste mediaverschijning over elk denkbaar onderwerp je licht mag laten schijnen voor een miljoenenpubliek? Zijn mars door de instituties vertoont opvallende gelijkenissen met die andere ‘wonderboy’ van het conservatisme, Thierry Baudet. Er lijkt telkens opnieuw sprake van een zekere verliefdheid op eenieder die jong, welbespraakt en het liefst lekker contrair is. Voor de nieuwe generatie Baudets en Van Liendens is te hopen dat media hen in een eerder stadium tegen zichzelf in bescherming nemen door hen slechts uit te nodigen op thema’s waar ze echt wat vanaf weten. Ook de samenleving zal hen daarvoor danken.