Hè, wat zeg je nou?

Woord Plotseling rolt het woord ‘kwijlebabbel’ weer eens uit de mond van .

Soms hoor je jezelf opeens een woord gebruiken waarvan je het bestaan bijna was vergeten. Op de een of andere wonderlijke manier plopt het opeens tevoorschijn uit de taalkrochten in je hoofd.

„Wat is dat toch een kwijlebabbel”, oordeelde ik onlangs in een gesprek over een publieke figuur. In geen járen, nee in geen decennia had ik dat woord gebruikt, maar opeens rolde het van mijn tong.

Het is ook werkelijk een kwijlebabbel, die man, maar ik had net zo goed kunnen zeggen: wat een kletsmajoor, mooiprater of slijmbal is dat toch. In plaats daarvan werd het dus kwijlebabbel, een woord dat me verbaasde en dat daardoor even bleef hangen.

Natuurlijk heb ik nagekeken sinds wanneer we het gebruiken en waar het vandaan komt. Een slabbetje of kwijldoekje voor kinderen werd vroeger, zeker vanaf het begin van de 17de eeuw, onder meer een kwijlbabbe genoemd (ook wel gespeld quijl-babbe). Kwijlen werd al snel geassocieerd met een overdaad aan woorden die uit je mond sijpelen, wat vondsten opleverde als kwijlebal, kwijlbek en kwijlmuil. Ook ons woord babbelen vind hier z’n oorsprong. Kwijlebabbel is pas aan het begin van de 20ste eeuw opgetekend, in de dieventaal, maar is stellig ouder, want al in 1616 noemde men een veelprater een quijlbab.

Jammer genoeg onthoud je slechts van heel weinig woorden en uitdrukkingen wanneer en hoe je ze hebt leren kennen. Kwijlebabbel zal in mijn jeugd mijn pad voor het eerst hebben gekruist. Wellicht op het schoolplein, als scheldwoord. Maar het zou me niet verbazen als ik het heb opgepikt uit een strip, bijvoorbeeld uit de Pep of Donald Duck, stripbladen die ik als kind heb verslonden. In strips werd en wordt geregeld gescholden, maar doorgaans met kleurrijke, tamelijk onschuldige woorden.

Andere mogelijkheid is natuurlijk dat ik het mijn vader of moeder een keer heb horen zeggen. Dan vraag je als kind: „Hè, wat zeg je nou?” Je lacht om zo’n gek woord en herhaalt het een paar maal, om het te proeven. Vervolgens berg je het op in een laatje in je hoofd, in dit geval in de afdeling maffe scheldwoorden. Met als doel het ooit nog eens te gebruiken, bijvoorbeeld als je met iemand praat over een opportunistische bewindspersoon waarvan vast veel meer mensen zullen denken dat hij toch echt een enorme... nou ja.