Reportage

Het Syrische regime profiteert van de handel in de ‘cocaïne voor de arme man’

Drugshandel Libanese boeren lijden onder de smokkel van de drug captagon via hun land. Het Syrische regime profiteert juist van de handel in de ‘cocaïne voor de arme man’.

Schapen eten de rottende, kostbare ijsbergsla van de Libanese boer Dalloul maar op, nu hij die niet meer mag exporteren naar Saoedi-Arabië.
Schapen eten de rottende, kostbare ijsbergsla van de Libanese boer Dalloul maar op, nu hij die niet meer mag exporteren naar Saoedi-Arabië. Foto Melvyn Ingleby

Een ezel staat te zweten op een zonovergoten akker in de Libanese Bekaavallei. Tussen zijn benen geniet een herdershond van een klein stukje schaduw. Om de zoveel tijd gromt hij naar een voorbijtrekkende kudde schapen, die ongestoord knabbelen aan verrotte kroppen ijsbergsla.

„Dat was mijn duurste product”, zegt boer Saleh Dalloul, die vanaf een landweg toeziet hoe de schapen zijn sla opeten. De 50-jarige werkt al vanaf zijn tiende op deze akkers en praat liefdevol over zijn gewassen. „IJsbergsla is niet zomaar sla”, benadrukt hij. „Deze sla houdt van orde. Je moet de zaadjes in nette rijen planten en de groei goed in de gaten houden. Dat vergt hard werk, maar levert ook veel op.”

Bekaavallei: centrum van captagon-productie

Tot voor kort exporteerde Dalloul zijn ijsbergsla naar Saoedi-Arabië en vandaar naar andere landen in de Golf. Daar kwam abrupt een eind aan toen de Saoediërs eind april een importverbod op Libanese landbouwproducten afkondigden. Sindsdien ligt de ijsbergsla hier weg te rotten, want de Libanezen zelf kopen liever goedkopere slasoorten. „Daarom geven we het maar aan de schapen”, zucht Dalloul. „Dan hebben zij in ieder geval wél te eten.”

Volgens de Saoediërs is het verbod nodig omdat groente- en fruittransporten uit Libanon voortdurend worden volgestopt met drugs. De druppel was een levering granaatappels begin dit voorjaar. In plaats van sappige rode pitjes zaten de vruchten vol met miljoenen lichtgrijze pilletjes captagon, een synthetische drug die razend populair is in het Midden-Oosten.

‘Cocaïne voor de arme man’

Het importverbod is de zoveelste klap voor Libanon. Het land gaat gebukt onder een zware valutacrisis en kent afgezien van de landbouw weinig binnenlandse productie. Bovendien is er bijna een jaar na de explosie in de haven van Beiroet en het aftreden van de regering destijds nog steeds geen nieuw kabinet gevormd. Het wanbestuur en de economische crisis jaagden meer dan de helft van de bevolking onder de armoedegrens, maar in de chaos viert de handel in captagon en andere drugs juist hoogtij.

„Wij zijn het slachtoffer van deze criminelen”, zegt Dalloul, die naar eigen zeggen 200.000 dollar (164.000 euro) aan inkomsten misliep door het importverbod en grote delen van zijn land verkocht om zijn schulden te betalen. Gevraagd wie er achter de drugshandel zit, rolt hij met zijn ogen. „Dat weet ik niet, maar natuurlijk zijn het rijke mensen met macht. Hardwerkende mensen doen zoiets niet.”

Boer Dalloul op zijn land.

Foto Melvyn Ingleby

Captagon wordt ook wel omschreven als ‘cocaïne voor de arme man’. In zuivere vorm bevatten de pilletjes fenethylline, een pepmiddel dat de concentratie verhoogt, angsten wegneemt en slaap onderdrukt. Niet voor niets wordt captagon veel gebruikt in oorlogen en verwierf het een reputatie als de favoriete drug van onder andere jihadistische strijders. Maar in met name de Golfstaten is het gebruik ervan uitgegroeid tot iets heel gewoons, zowel onder feestende jongeren als afgematte arbeiders.

Het epicentrum voor de wereldwijde captagonproductie is Libanons buurland Syrië, vertelt Ian Larson, een onderzoeker verbonden aan het Center for Operational Analysis and Research (COAR), een adviesbureau dat recent een rapport uitbracht over het onderwerp. Hoewel de precieze omvang van de industrie onmogelijk valt vast te stellen, berekende Larson dat de in 2020 onderschepte ladingen captagon uit Syrië een straatwaarde hadden van tot wel 3,46 miljard dollar (2,83 miljard euro).

Veel van dat geld gaat naar het Syrische regime, stelt Larson. Volgens hem wisten president Bashar al-Assad en in mindere mate zijn Iraanse bondgenoot de captagonproductie steeds meer naar zich toe te trekken na het verslaan van de meeste rebellengroepen in 2018. „Het regime zoekt naar alternatieve inkomstenbronnen vanwege internationale sancties en de verwoesting van de reguliere economie”, verklaart Larson. „Captagon is voor Assad een belangrijk overlevingsmiddel.”

Via de haven van de Syrische kuststad Latakia en landroutes door Libanon, Jordanië en Irak stuurt het Assad-regime de pillen de wereld over. Zo werden in de Italiaanse havenstad Salerno vorige zomer 84 miljoen pillen met een straatwaarde van 1 miljard euro onderschept – een van de grootste drugsvangsten ooit. Die kwamen niet van Islamitische Staat, zoals de Italiaanse politie aanvankelijk beweerde, maar uit Syrisch regimegebied, en waren vermoedelijk bestemd voor het eveneens door oorlog verwoeste Libië.

In onderstaande video is te zien hoe de Lebanese Internal Security Forces een lading captagon pillen vinden tussen meubelstukken.

Strijd om drugsroutes

Ook Hezbollah mengt zich in de handel. De Libanese sjiitische militie begon daar al in 2006 mee, na de oorlog met Israël, maar zag tijdens het Syrisch conflict een nieuwe kans haar aandeel in de industrie uit te breiden. Zo waren Hezbollahs militaire campagnes in het Qalamoun-gebergte tussen Libanon en Syrië niet alleen bedoeld om haar bondgenoot Assad te hulp te schieten, maar ook een manier om beslag te leggen op belangrijke drugs- en andere smokkelroutes. „Oorlog en drugs gaan hand in hand”, aldus Larson.

De Syrische drugsindustrie stak zo steeds meer de Libanese grens over, verzucht een Libanese politieman die vanwege protocollen niet met zijn naam in de krant mag. „Libanezen zagen hoe gemakkelijk de Syriërs er geld mee verdienden. Je haalt de grondstoffen uit Europa, zogenaamd voor medische redenen, en maakt er pilletjes van, bijvoorbeeld met een machine uit een oude chocoladefabriek. Vervolgens verkoop je ieder pilletje voor 15 tot 20 euro in de Golf.”

Volgens de politieman heeft de Libanese politie tussen 2017 en 2020 ruim 100 miljoen captagonpillen in beslag genomen. „De criminelen bedenken de meest ingenieuze verstopplaatsen”, vertelt hij. „We vinden de pillen in granaatappels, meubelstukken, zelfs in oude stroomgeneratoren!”

Een douanier is op zoek naar drugs in een lading granaatappels.

Foto Saudi Press Agency/AP

Welk aandeel Hezbollah in de handel heeft, wil de politieman niet zeggen. Volgens hem zijn de meeste smokkelaars onderdeel van georganiseerde maffiabendes of familiestammen in de Bekaavallei, waar naast captagon ook veel hasj wordt geproduceerd. Soms werken ze samen met corrupte politieagenten, erkent hij, maar daar wordt volgens hem hard tegen opgetreden. „Wij zullen nooit toestaan dat Libanon in een narcostaat verandert.”

Toch ligt het volgens Larson juist voor de hand dat de drugshandel in Libanon nog veel grotere vormen aan zal nemen. Hij wijst op het feit dat Hezbollah steeds minder zeker is van de financiële steun van haar bondgenoot Iran, dat geteisterd wordt door Amerikaanse sancties. Bovendien zit Libanon sinds het instorten van zijn bankensector met een nijpend cashtekort en zal de drugstoevoer vanuit Syrië blijven toenemen.

„De verdere ontwikkeling van het Syrisch conflict wordt mede bepaald door competitie over drugs”, stelt Larson. „En nu Syrië onder embargo zit, wordt Libanon steeds belangrijker als doorvoerhaven. De verwoesting van de reguliere economie in Syrië heeft dus gevolgen voor de hele regio.”

Geplunderde akkers

De oplossing, stelt boer Dalloul, is simpel. „Libanon heeft een sterke staat nodig om de orde te herstellen”, zegt hij. „We zijn een klein land. Als je overal langs de grens soldaten neerzet, is het probleem zo verholpen.”

Maar de 50-jarige weet zelf net zo goed dat de orde waar hij naar verlangt in Libanon niet bestaat. Met een schamper lachje merkt hij op dat zijn ijsbergsla er vandaag net zo bijligt als tijdens de Libanese Burgeroorlog (1975-1990), toen rondzwervende milities zijn akkers plunderden. Diezelfde milities bleven na de oorlog feitelijk aan de macht, waardoor een sterk centraal gezag in Libanon ontbreekt.

Voordat hij weer aan het werk moet, wil Dalloul nog graag zijn aardappels laten zien. Met zijn zoontje Adam springt hij in de auto en rijdt naar een andere akker waar de schapen voorlopig nog nergens te bekennen zijn. „Deze aardappelzaadjes komen uit Nederland”, vertelt de boer trots terwijl hij op de bloeiende plantenzee wijst. „Maar bij ons in de Bekaavallei doen ze het veel beter, wij hebben de beste landbouwgrond.”

De aardappelen hebben nog anderhalve maand nodig voor ze geoogst kunnen worden. Dallouls enige hoop is dat de Libanese regering – als er tegen die tijd een nieuw kabinet is – de Saoediërs kan overtuigen het invoerverbod op zijn producten op te heffen.

„Als dat niet gebeurt, is het met mij gedaan”, zegt de boer. „Dit werk is mijn leven, maar we zijn uitgeput. Telkens wanneer we iets proberen op te bouwen, stort het weer in elkaar. Dan komt er een moment dat je beter kunt emigreren. En ik neem mijn zoon mee.”

Lees ook: Tien jaar oorlog in Syrië: ‘Iedere dag is slechter dan die ervoor’