De pizzabakker en de tas met handwapens

Wie: André (51)

Kwestie: bedreiging met vuurwapen, bezit vuurwapens en harddrugs

Waar: rechtbank Den Haag

De Zitting

Wat moet een pizzabakker met een tas met vier vuurwapens, munitie en pillen? Een echt antwoord komt er niet. Hoewel het in theorie natuurlijk niet uitgesloten is dat je zo’n tas daadwerkelijk vindt, drie jaar terug, vlakbij een kinderboerderij. Waarna je besluit die tas mee te nemen en thuis te verstoppen. En je je iedere dag erna afvraagt waarom je dat eigenlijk deed. Want ermee naar de politie gaan, dat durfde André niet.

„Dan wordt het sowieso gevangenis”, zegt André over de politie. Waarna hij zichzelf complimenteert voor z’n verantwoordelijke gedrag. „Zo is er tenminste niks gebeurd”.

De officier vraagt of hij dat zélf eigenlijk gelooft. Zij namelijk helemaal niet.

Maar André wel. „Natuurlijk!”

Ze zal vier jaar cel eisen.

Zo’n tas wordt dan natuurlijk toch gevonden, precies op het verkeerde moment. Wanneer je bijvoorbeeld zelf een stevige ruzie met je onbetrouwbare zakenpartner ziet aankomen en er een wapen uitneemt. Iemand die „veel met Kroaten en Serviërs” doet. Dat gebeurde dus in februari. En nu moet hij aan de rechtbank uitleggen waarom hij dat wapen bij zich stak. André zegt dat hij bang was en niet nadacht over de gevolgen.

Die bleven niet uit. Er ontstond een ruzie, een handgemeen en het wapen werd getrokken. Alleen is de vraag nog hoe. De zakenrelatie verklaarde tegen de grond te zijn geduwd en met het wapen tegen het hoofd te zijn bedreigd. De verdachte erkent „een duwtje” en het „tonen” van het wapen. Er zijn geen getuigen, geen beelden. Bij de politie erkent André de ruzie en het wapenbezit, zij het na aanvankelijke ontkenningen. De politie trof de tas op het dak van de pizzeria waar André het na de ruzie had geplaatst. Waarom, vraagt de rechter. „Voor de politie, om te vinden”, zegt hij, „Het stond vooraan, in het zicht”.

In de tas zaten vier handwapens waarvan Justitie alleen de Glock herkende, ooit ontvreemd bij defensie. Met daarbij een kleine tweehonderd patronen. Plus 400 pillen, waarvan 186 mdma. Om het verhaal van z’n cliënt een beetje body te geven, presenteert Andrés advocaat een rapport waarin deze pillenlijn wordt gedateerd op uiterlijk 2017. ‘Oud dus’. Over André weet Justitie, op wat kleinere misdrijven vóór 2002 na, niets meer dan dat hij 17 jaar lang een pizzeria uitbaatte. Zeven dagen per week, van elf uur ’s ochtends tot elf uur ’s avonds. De zaak ging failliet, André bleef met schulden zitten. Hij wist daarop de zaak voort te zetten met zakenrelaties uit de buurt. Maar dan in loondienst, met een huurcontract en een afgesproken handgeld. Het moest een „constructie voor de curator” worden, waardoor André kon gaan aflossen en de schuldsanering in kon, met uitzicht op het terugkrijgen van de zaak. Alleen betaalden de nieuwe eigenaren André niks, een jaar lang. Werd hij uitgebuit of uitgelokt? Z’n advocaat vindt van wel. Hij wijst erop dat de zaak inmiddels voor 1,2 miljoen te koop wordt aangeboden, als ‘goed lopende pizzeria’. Hoe leefde u dan, vraagt de voorzitter. „Ik at en dronk in de zaak en verder werkte ik alleen maar”.

Procesdeelnemers: mr. A.J. van der Ven, voorzitter, mr. L.K. van Zaltbommel, rechter, mr. F.X. Cozijn, rechter, mr. L.E.M. Wösten, officier, mr. B. van Elst, advocaat

De ruzie ontstond toen z’n nieuwe bazen de deal kwamen opzeggen, de betaalpasjes blokkeerden en André een dag gaven om z’n zaak terug te kopen. Eigenlijk werd zijn cliënt die dag „tot waanzin gedreven”, zegt z’n advocaat. Aan het bewijs kan hij weinig afdoen. Hij vraagt om een lagere straf dan vier jaar, voor een man die jarenlang „snerpend hard werkte”. En het niet verdient om op z’n 55e opnieuw werk te moeten vinden. Wat zijn uw plannen, voor straks, vraagt de rechter. André weet het onmiddellijk. Hij begint weer een pizzeria, met hulp van vrienden. Hoe kijkt hij aan tegen jarenlange celstraf? „Dat is vakantie. Ik werk liever.”

De rechtbank veroordeelt André tot drie jaar cel. Dat hij het wapen heeft ‘getoond’, na een woordenwisseling, levert bedreiging op. Vier jaar cel had gepast bij bedreiging in een publieke ruimte. Maar de pizzeria was bij het incident gesloten. En de wapens werden in een magazijn bewaard, wat evenmin ‘bezit in de publieke ruimte’ oplevert.