Betekenen de G7-belastingafspraken ook iets voor ‘doorsluisland’ Nederland?

Winstbelasting De G7 bereikten dit weekend een akkoord over het internationaal belasten van grote bedrijven. Een doorbraak, volgens de betrokkenen. Maar wat betekenen ze precies?

De ministers van Financiën van de G7-landen maken zich klaar voor een foto tijdens een bijeenkomst van G7-landen over winstbelasting in Londen.
De ministers van Financiën van de G7-landen maken zich klaar voor een foto tijdens een bijeenkomst van G7-landen over winstbelasting in Londen. Foto Andy Rain/EPA

Amazon dat in 2020 welgeteld 0 euro winstbelasting betaalde in Europa. Regeringen die almaar lagere belastingtarieven hanteren om hoofdkantoren aan te trekken. Allerlei multinationals, die met slimme trucs hun winst wegsluizen naar belastingparadijzen als de Maagdeneilanden – al dan niet via Nederland.

Met die race naar de bodem moet het afgelopen zijn, zo vinden de G7-landen. De Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Japan en Canada spraken zich afgelopen weekend uit voor een internationaal minimumtarief voor de winstbelasting van bedrijven. Én ze pleiten ervoor om de winsten van multinationals die over de grens hun producten of diensten verkopen, dáár deels te belasten. Het wordt gezien als een doorbraak in een even taai als beladen internationaal dossier, dat in de kern gaat over een eerlijke verdeling van de welvaart.

1.Wat staat er precies het akkoord van de G7?

Achter de korte tekst van de G7 (één alinea) gaat een wereld van eerdere onderhandelingsrondes schuil. Kern is dat de landen zich achter de plannen scharen van de OESO. Sinds 2013 ijvert de club van industrielanden voor het aanpakken van belastingontwijking, een praktijk die regeringen volgens deze OESO jaarlijks tussen de 100 en 240 miljard dollar aan belastinginkomsten kost.

De G7-landen steunen een minimumtarief voor winstbelasting (de vennootschapsbelasting) voor bedrijven van 15 procent. Bedrijven die hun winsten nu fiscaal stallen in landen die minder dan 15 procent winstbelasting rekenen kunnen – als het plan gerealiseerd wordt – alsnog voor het tarief tot 15 procent aangeslagen worden in hun thuisland. Daarmee wordt het voor bedrijven minder aantrekkelijk om zich te vestigen in landen met geen of heel lage winstbelasting. Het gaat om het ‘effectieve’ (daadwerkelijke) tarief dat bedrijven betalen. In veel landen betalen bedrijven in de praktijk minder dan het officiële tarief, via aftrekposten en andere gaten in de wet.

De tweede poot van het akkoord gaat over het belasten van winsten op de plek waar bedrijven hun producten of diensten verkopen. Met de opkomst van techbedrijven als Google, Amazon en Facebook is dat probleem nijpender geworden. Een bedrijf als Google haalt miljarden omzetten en winsten over de hele wereld, maar veel van dat geld wordt weggesluisd naar plekken waar de winst minimaal belast wordt (in het geval van Google: Ierland, dat 12,5 procent winstbelasting hanteert als officieel tarief). Het verband tussen de locatie van de activiteiten en de plek waar belasting betaald wordt, is zo onder druk komen te staan.

Overigens geldt dat niet alleen voor techbedrijven, ook grote luxebedrijven als LVMH en autobouwers verkopen wereldwijd producten en laten de winsten ‘neerslaan’ op plekken met zo laag mogelijke belastingen. Afgesproken is nu dat „de grootste en meest winstgevende ondernemingen ter wereld”, die meer dan 10 procent winstmarge maken, ten minste een vijfde van de winst boven die drempel toewijzen aan de landen waar die winst gemaakt wordt. Welke bedrijven dat zijn, blijft vooralsnog onduidelijk. Zo krijgen ook landen die nu geen winstbelasting kunnen heffen over bijvoorbeeld de activiteiten van de techreuzen de mogelijkheid een deel daarvan wel naar zich toe te trekken. Met deze maatregel moet een einde komen aan eenzijdige ‘digitaks’-wetten in onder meer Frankrijk en het VK.

2.Wat is hiervan de voorgeschiedenis?

Belastingontwijking is niet iets van de laatste paar jaar. Al decennialang schuiven multinationals hun winsten over de wereld op zoek naar een zo laag mogelijk belastingtarief. Gemiddeld daalde het officiële tarief voor winstbelasting in rijke landen tussen 1990 en 2018 van 38 naar 22 procent, volgens het Internationaal Monetair Fonds. Aan de basis van die race naar de bodem ligt het principe dat over dezelfde activiteit niet twee keer belasting zal worden geheven. Als een bedrijf in land X winstbelasting betaalt, hoeft dat niet meer in land Y.

In de ‘oude’ wereld was er vaak nog wel een verband tussen waar geld verdiend werd en waar dus de winst neersloeg. Met de komst van Google, Amazon en andere techbedrijven werd die scheidslijn tussen activiteit en omzet zoals genoemd veel minder duidelijk. De digitale wereld werd zo de katalysator voor het debat over belastingontwijking.

3.Is dit dé doorbraak in de onderhandelingen?

Dat zal pas later blijken. Het akkoord binnen de G7 is belangrijk, omdat de VS en Europese landen elkaar erin vinden. De regering-Biden wil een internationaal minimumtarief om te voorkomen dat belastinggeld – broodnodig voor de gigantische Amerikaanse herstelplannen – wegvloeit naar belastingparadijzen. Europese landen willen Amerikaanse techreuzen al langere tijd belasten. Beide elementen zitten in het voorstel.

Maar volgens Marlies de Ruiter, adviseur internationale belastingen bij accountantsbureau EY, is het onzeker of uiteindelijk in OESO-verband een breed internationaal akkoord zal worden bereikt. De Ruiter gaf tot 2016 leiding aan een eerder OESO-belastingproject. Aan het OESO-proces doen ook ontwikkelingslanden mee, en opkomende landen als India en China. In totaal zijn het bijna honderdveertig landen. Een vergadering van de G20 in juli is de eerste test voor de G7-deal. De voorgestelde regels kunnen nadelig zijn voor China, zegt De Ruiter. „Dat land kent de nodige belastingvoordelen, voor onder meer innovatie. Het effectieve tarief kan er onder de 15 procent komen, afhankelijk van hoe je het berekent.”

Of ontwikkelingslanden zomaar akkoord gaan met wat de G7 wil, valt ook te bezien, zegt Arnold Merkies van de organisatie Tax Justice NL. „Zij dreigen aan het kortste eind te trekken.” Rijke landen mogen in het plan hun multinationals aanslaan om het belastingtarief van 15 procent te bereiken. Maar weinig geld dat via ontwikkelingslanden loopt, kan volgens de regels die in de maak zijn, dáár worden belast, aldus Merkies.

De Ruiter vermoedt ook lastige onderhandelingen over wélke multinationals belasting moeten gaan betalen op de plek waar ze opereren. Wie gaat vallen onder de definitie „de grootste en meest winstgevende ondernemingen ter wereld”? Vooral Amerikaanse techreuzen? Of ook Europese en Aziatische bedrijven? „Als het te veel over Amerikaanse bedrijven gaat, zal het Amerikaanse Congres dat niet accepteren”, zegt De Ruiter. Dit alles moet nog in OESO-verband worden uitgedokterd en dat zal lastig worden. De Ruiter: „Dit gaat echt om een systeemverandering.”

Lees ook: Kabinet heeft actie ondernomen, maar Nederland blijft ‘doorsluisland’

4.Wat zou dit betekenen voor Nederland?

Nederland heeft de weinig fraaie reputatie van ‘belastingparadijs’. De belastingtarieven lopen op zich niet uit de pas. Nederland kent een vennootschapsbelasting van 25 procent (voor kleine bedrijven: 15 procent). Effectief komt het tarief voor grote ondernemingen neer op gemiddeld 21,7 procent, zegt een woordvoerder van het ministerie van Financiën. Dat laat onverlet dat een bedrijf als Shell in 2018 geen winstbelasting betaalde in Nederland (het bedrijf betaalt wel belasting in landen waar het olie wint).

Nederland is in elk geval een „doorsluisland”, zegt belastingeconoom Arjan Lejour, hoogleraar in Tilburg. Het heeft een aantrekkelijk fiscaal systeem voor bedrijven om geld door te sluizen naar belastingparadijzen. Andere landen, zo berekende hij, lopen daardoor jaarlijks 22 miljard euro aan inkomsten mis.

Lejour verwacht dat Nederland minder ‘doorsluisland’ wordt als de G7-voorstellen door de OESO worden overgenomen. „Belastingontwijking wordt minder interessant als internationaal een minimumtarief gaat gelden.” Merkies van Tax Justice is voorzichtiger. „We weten niet hoe het effectieve tarief zal worden berekend en of het niet toch aantrekkelijk zal blijven om winsten te verplaatsen.” Merkies is er ook niet zeker van dat Shell voortaan wél belasting in Nederland zou gaan betalen. „Het bedrijf drukt de winst door verliezen in het buitenland mee te laten tellen. Als hieraan niks verandert, blijft de winst op papier voor Shell nul of laag.”

Vanwege de voorgestelde winstheffing van grote bedrijven over de grens zou één van de grootste belastingbetalers in Nederland – techbedrijf Booking.com – veel minder belasting in Nederland gaan afdragen. Booking betaalde de afgelopen 25 jaar in totaal 3,7 miljard euro belasting in Europa, waarvan het overgrote deel in Nederland. De inkomsten van de omzet van vrijwel alle hotelkamers die Booking ter wereld verhuurd worden – tot frustratie van tal van buitenlandse belastingautoriteiten – in Nederland belast. Volgens de nieuwe regels moet Booking die belasting straks deels lokaal afdragen. Daartegenover staat dat de winst die Facebook en Google in Nederland halen, voor een deel naar de Haagse schatkist zullen gaan.

5.Zijn de EU- landen het eens over deze voorstellen?

Dat is nog maar afwachten. Bij het G7-overleg zaten maar drie EU-landen (Frankrijk, Duitsland en Italië) aan tafel, terwijl juist lidstaten als Ierland, Cyprus en Hongarije op dit moment de lage winstbelasting kennen waar het akkoord een eind aan moet maken. In een eerste reactie liet de Ierse minister van Financiën Paschal Donohoe al zuinigjes weten ernaar uit te zien mee te praten in OESO-verband en dat een uiteindelijk akkoord aan de behoeftes van „kleine en grote landen” zal moeten voldoen. In aanloop naar het OESO-overleg volgen nog felle Europese onderhandelingen om tot een gezamenlijke positie te komen.

En dan is er nog de afspraak om te werken aan een manier om bedrijven te belasten in landen waar zij hun omzet behalen. Daarmee zou, zo hoopt de VS, een eind komen aan de eenzijdige ‘digitax’ die landen als Frankrijk en Italië op dit moment opleggen aan grote, vrijwel uitsluitend Amerikaanse, techbedrijven. Maar in Brussel wordt op het moment juist driftig gewerkt aan een eigen gezamenlijke Europese ‘digitaks’, waarmee de Europese Commissie voor zichzelf ook een nieuwe inkomstenbron wil creëren. Vooralsnog lijkt Brussel niet voornemens die plannen in de ijskast te zetten – wat de OESO-gesprekken zal bemoeilijken.

6.Kan een bedrijf als Amazon straks nog 0 procent betalen in Europa?

Waarschijnlijk niet. Hoe een internationaal opererend bedrijf als Amazon (jaaromzet: 319 miljard euro) zijn belastingstrategie op dit moment precies heeft opgetuigd, is zelfs voor wetenschappers moeilijk te achterhalen. Het techbedrijf heeft een groot Europees hoofdkantoor in belastingparadijs Luxemburg neergezet, waar alle inkomsten van Amazons Europese vestigingen (nauwelijks) worden belast. Amazon betaalt in Europa überhaupt geen winstbelasting, omdat het voor het uitbreiden van het distributienetwerk zulke grote investeringen doet, dat er onder de streep in Luxemburg geen winst overblijft.

Maar volgens de voorgestelde nieuwe regels moeten bedrijven dus in landen waar ze actief zijn belasting afdragen. Veel zal echter afhangen van de uitwerking van de regels binnen de OESO. Amazon en Facebook reageerden positief op de plannen van de G7. „We zijn blij met deze belangrijke stap voorwaarts”, schreef Facebooks vicepresident Nick Clegg op Twitter. „We willen dat het internationale belastinghervormingsproces slaagt en erkennen dat dit kan betekenen dat Facebook meer belasting moet betalen.” De bedrijven willen duidelijkheid van overheden en hopen tegelijkertijd te zorgen dat die andere vaak geopperde maatregel van tafel gaat: dat de techbedrijven zo groot zijn dat ze moeten worden opgebroken.

Lees ook: De EU krijgt maar geen vat op belastingontwijkend Amazon

7. Wordt dit het einde van de race naar de bodem?

Dat is niet zeker. Als ook binnen de OESO een akkoord wordt bereikt, is nog de vraag hoe goed dit zal werken. Maar het zal volgens De Ruiter van EY toch lastig zijn voor bedrijven om onder de 15 procent uit te komen. Vaak zijn meerdere landen bij belastingconstructies betrokken en er hoeft maar eentje in actie te komen om het bedrijf te belasten voor tenminste 15 procent als effectief tarief.

Hoogleraar Lejour vindt dat goede afspraken moeten worden gemaakt over de definitie van winst. „Met 15 procent leg je wel een minimumvloer, maar de vraag is wel over wélke winst je dat percentage betaalt. Bedrijven drukken hun winst door bijvoorbeeld investeringen af te schrijven.”

Zowel Lejour als Merkies vindt 15 procent aan de lage kant. Ze zien het risico dat landen die nu hoger zitten, hun tarieven gaan verlágen naar 15 procent. „Dit is precies wat je niet wil bereiken, je wilt het tij juist keren”, aldus Merkies.

Hij meent dat alles staat of valt bij transparantie. Er is amper publieke informatie over hoeveel bedrijven precies in welk land betalen. Onlangs werden in Brussel nieuwe regels afgesproken over publieke rapportage door bedrijven, maar die gelden alleen voor EU-lidstaten en voor een kleine groep landen die de EU als ‘belastingparadijs’ heeft aangemerkt. Vanwege het gebrek aan transparantie is ook niet duidelijk wat nieuwe regels per bedrijf gaan betekenen, zegt Merkies. „Eigenlijk ga je nu rijden terwijl je geen goed zicht door de voorruit hebt.”