Wat doet de kroongetuige: praten of zwijgen?

Marengo-proces Komende vrijdag wordt de eerste moordzaak besproken waarbij Nabil B. zelf betrokken was: hij is dan niet alleen getuige maar ook verdachte.

De zwaarbeveiligde rechtbank, ofwel De Bunker, in Amsterdam-Osdorp waar het Marengo-proces plaatsvindt.
De zwaarbeveiligde rechtbank, ofwel De Bunker, in Amsterdam-Osdorp waar het Marengo-proces plaatsvindt. Foto Robin Utrecht/ANP

Praten of zwijgen? De verdachten in de strafzaak Marengo hebben de voorbije weken bij de bespreking van vier moorddossiers voor optie twee gekozen. Zelfs dat woordje ‘zwijgrecht’ laten ze aan hun advocaten over met als argument dat de media geluidsopnamen mogen maken van de zitting: ze willen niet dat hun stem voor de eeuwigheid terug te horen is via sociale media.

Ook kroongetuige Nabil B. heeft zich in het rijtje van zwijgende verdachten gevoegd, en dat is opvallend. Hij heeft juist een deal gesloten met het OM om te praten. Maar omdat hij ontevreden is over de beveiliging van zijn gezin, heeft hij zijn medewerking opgeschort. Hoewel de rechtbank hem vragen wilde stellen als getuige, is hij gewoon niet komen opdagen.

De rechtbank heeft dat geaccepteerd, tot ongenoegen van meerdere advocaten. „Het lijkt erop dat de kroongetuige de orde in de rechtszaal dicteert”, zo stelde advocaat Juriaan de Vries. Zijn verzoek, woensdag, om de kroongetuige aan te laten voeren, wees de rechtbank af. Dat is in lijn met het standpunt van het OM, dat opmerkte dat ook alle andere verdachten zich op hun zwijgrecht beroepen. Het is een gelegenheidsargument: de kroongetuige moet verklaren en een verdachte niet, maar het OM raakte wel een teer punt. Het zwijgen maakt de feitelijke behandeling van de kern van de zaak – zes moorden en een serie pogingen daartoe – tot een tussensprintje in een megazaak vol procedurele gevechten die al ruim drie jaar loopt en vermoedelijk pas volgend jaar wordt beslecht met een vonnis.

Ridouan Taghi is de enige die het zwijgen nog wel eens wil doorbreken. Ook hij zwijgt over de feiten, maar soms kan hij zich niet inhouden. Zo sneerde hij dat de rechtbankvoorzitter „paranormale gaven” heeft omdat hij op enig moment in een zitting zou hebben gezegd dat hij aan Taghi’s gezichtsuitdrukking kon aflezen dat hij de kroongetuige kende. Na diens uitleg dat hij het niet zo bedoelde, antwoordde Taghi: „Wat denk ik nu dan?” Zo krijgen toehoorders af en toe een stukje te zien van zijn persoonlijkheid: ad rem én licht ontvlambaar.

Afgelopen donderdag schiet hij één keer echt uit zo slof, zo noteert een verslaggever van Het Parool, als de rechtbank vraagt naar zijn neef Anouar, die volgens het Openbaar Ministerie nog altijd verdachte is in de strafzaak rond de moord Derk Wiersum, de in september 2019 doodgeschoten advocaat van kroongetuige Nabil B. „Ach, het OM zit hier zoveel leugens te verkondigen. Net zoals die jongen achter me die hier onschuldig zit.” Taghi doelt daarbij op medeverdachte Zakaria A., die net als Taghi zelf wordt beschuldigd van betrokkenheid bij de moord op misdaadblogger Martin Kok eind 2016. „Die wordt hier een oor aangenaaid door de K3-dames”, waarmee Taghi doelt op de drie vrouwelijke officieren van justitie die namens het OM de Marengozaak leiden. „Wat ik bedoel mag je zelf interpreteren”, zegt Taghi op de vraag van de rechter. „Ik geef u een antwoord en daar mag u een conclusie uit trekken.”

Zwijgen doorbroken?

Vrijdag wordt de eerste moordzaak besproken waarbij Nabil B. zelf betrokken was: hij is dan niet alleen getuige, maar ook verdachte. En verdachten, zo heeft de rechtbank bepaald, moeten verschijnen. Het gaat om de vergismoord in januari 2017 op Hakim Illi, de bijnaam van een lid van een invloedrijke Utrechtse onderwereldfamilie die Nabil B. goed heeft gekend. Nabil B. is bij de voorbereiding betrokken geweest en is vlak daarna met de politie gaan praten over zijn deal, uit vrees voor zijn eigen leven.

Grote vraag: blijft Nabil B. ook komende vrijdag zwijgen? Als het aan de verdediging van Mo Razzouki ligt niet. Hij is tot op heden de enige verdachte met een actieve verdedigingsstrategie. Razzouki beroept zich niet standaard op zijn zwijgrecht en heeft een alibi voor de beschuldiging van de kroongetuige dat hij betrokken was bij een moord in 2016.

Nu de inhoudelijke behandeling van de strafbare feiten waarvan Razzouki wordt verdacht aan de orde is, stelt zijn advocaat Nico Meijering desgevraagd, dat hij er weinig voor voelt zijn ondervragingsrecht op te schorten. Onderhandelingen over veiligheid horen niet thuis in de strafzaak, verwijst Meijering naar de wet.

Daarin is geregeld dat een kroongetuige twee afspraken maakt. De eerste gaat over de ‘dealfeiten’: de strafbare feiten waarover de kroongetuige alles moet vertellen omdat hij daarbij zelf betrokken is. In ruil voor die verklaring krijgt de kroongetuige strafkorting: in het geval van Nabil B. is dat twaalf jaar. Naast dit openbare deel is er een tweede, besloten deel van de deal dat gaat over de bescherming van de kroongetuige en afspraken over de vormgeving van een nieuw leven na het uitzitten van de opgelegde straf.

De ratio achter deze splitsing is dat de wet ervan uitgaat dat tegenover een belastende verklaring alleen strafkorting mag staan en geen enkele andere vorm van (geldelijke) beloning. Om te voorkomen dat officieren die de strafzaak aan de rechter voorleggen toch toezeggingen doen, gaan zij niet over het tweede besloten deel van de deal.

Op papier klinkt die scheiding logisch maar kroongetuigen houden zich er in de praktijk niet aan. Door de dreiging van Nabil B. om zijn medewerking op te schorten, vanwege veiligheids- én geldkwesties, gebruikt hij de openbare rechtszitting voor zijn onderhandelingen met het OM over geheime afspraken. En Nabil B. is niet de eerste kroongetuige die dat doet, in de grote liquidatiezaak Passage heeft Peter la Serpe precies hetzelfde gedaan.

Rico de Chileen

Toch heeft de kroongetuige niet al te veel ruimte om te manoevreren, zo blijkt uit een vonnis in de strafzaak tegen Rico de Chileen. Hij is vorige week onder andere veroordeeld als leider van een criminele organisatie die samenwerkte met Ridouan Taghi. In dat vonnis gaat de rechtbank in op het gebruik van PGP-berichten als bewijsmiddel, en daarvan zijn er heel veel in de Marengozaak. Dat kan, zo concludeerde de rechtbank, als die berichten maar ondersteund worden door ander bewijsmateriaal.

Een PGP bericht over een moordaanslag wordt, simpel gezegd, bruikbaar bewijs als de informatie daaruit overeenkomt met andere feiten en omstandigheden over de moord in het dossier. Van dat soort bewijs is er in overvloed, zo is de afgelopen weken gebleken. Zo wordt in een PGP-bericht gesproken over een aangehouden schutter vanwege een kapotte fiets, onderwereldlingo voor een vluchtauto. Uit ander materiaal blijkt dat er na de moord ook iemand is aangehouden en er een kapotte auto met wapens is gevonden.

Beperkte onderhandelingsruimte

Tegen dit soort bewijsmateriaal is ontkennen dat je de gebruiker van een PGP-adres bent een van de weinige opties. Vanwege het kruisverband met de zaak tegen Rico is het recente vonnis relevant: de rechtbank accepteert de wijze waarop de recherche de gebruikers van de anonieme PGP-adressen heeft geïdentificeerd. Dat geldt voor Rico maar óók voor Taghi.

Lees ookHoe 50 jaar war on drugs de generatie-Taghi voortbracht

Dit vonnis leert ook dat de onderhandelingsruimte van de kroongetuige beperkt is: voor een veroordeling van de hoofdverdachte zijn de verklaringen van Nabil B. niet echt meer nodig. Vrijdag wordt duidelijk of hij inbindt of op zijn strepen blijft staan in zijn strijd met het OM. De ultieme prijs voor het echt opzeggen van zijn deal: twaalf jaar extra celstraf.