Reportage

Door enorme klodders zeesnot wil niemand meer zwemmen in de Zee van Marmara

Zee van Marmara De pandemie is nog niet voorbij of sommige Turkse badplaatsen zien de volgende problemen alweer opdoemen: zeesnot dreigt nu de zomer te vergallen.

Het algensnot drijft deels op het zee-oppervlak, maar onder water zit vaak nog veel meer.
Het algensnot drijft deels op het zee-oppervlak, maar onder water zit vaak nog veel meer. Foto Erdem Sahin/EPA

Aan het oppervlak van de Zee van Marmara drijven grote wolken beige slijm. Het wordt zeesnot genoemd: microscopisch kleine algen die als vlokken in het water dwarrelen. „Het is vluchtig spul, je kunt het niet vastpakken en uit zee halen”, zegt Serco Eksiyan, een duiker op het eiland Büyükada, dat ten zuiden van Istanbul in de Zee van Marmara ligt. „Het blijft ook niet op één plek, het beweegt mee met de stroming en de wind. En het bevindt zich niet zozeer aan de oppervlakte. Hoe dieper je gaat, hoe meer ervan is.”

Eksiyan zit in de kleine haven van Büyükada. Vroeger lagen hier visserskotters, tegenwoordig vooral plezierbootjes van eilandbewoners en jachten van de elite uit Istanbul, die graag de zomer doorbrengt op de Prinseneilanden waartoe Büyükada behoort. Tussen de boten in de jachthaven wemelt het van het zeesnot, dat uit zee is aangespoeld en een groenbruine kleur heeft gekregen. Op een jacht staat een man met een tuinslang de boeg schoon te spuiten.

Volgens experts is het zeesnot een teken dat de Zee van Marmara ernstig ziek is. Sommigen zeggen zelfs dat de Turkse binnenzee, die de Zwarte Zee en de Egeïsche Zee met elkaar verbindt, aan het doodgaan is. De wildgroei aan algen wordt veroorzaakt door opwarmend zeewater en decennia zware vervuiling. Een groot deel van de Turkse industrie is gevestigd aan de Zee van Marmara, in steden als Izmit en Bursa. Ook Nederlandse multinationals, zoals AkzoNobel, hebben daar fabrieken staan.

Lees ook: Onderzoeksverhaal over vervuiling in Dilovasi

Het zeesnot verstikt een groot deel van de flora en fauna in de Zee van Marmara. „Het is een ecologische ramp”, zegt Eksiyan. „Op vijftien tot dertig meter diepte zijn er zoveel algen dat je geen hand voor ogen ziet. En delen van de zeebodem zijn volledig bedekt met snot, waardoor koraal, anemonen en schaaldieren op grote schaal dreigen te verstikken.”

Zeekomkommers zonder zuurstof

Het slijm werd in 2007 voor het eerst geregistreerd in Turkije. Daarna was het te zien in de Zee van Marmara en in de Egeïsche Zee. Dit jaar is de omvang van de algenplaag groter dan ooit, en hij duurt veel langer dan voorgaande jaren. De Unie van Kamers van Turkse Ingenieurs en Architecten waarschuwt dat de plaag de hele zomer kan duren. Dan zullen er nog veel meer dieren sterven. Want de algen houden zonlicht tegen en veroorzaken zuurstofgebrek in de zee. Op verschillende plaatsen aan de kust zijn duizenden dode vissen aangespoeld.

Vissersboten in de Zee van Marmara omringd door zeesnot. Foto Erdem Sahin/EPA

Eksiyan beschrijft de doodsstrijd van zeedieren die hij tijdens recente duiken zag. Zoals een grote steekmossel, waarvan de schelp tachtig centimeter groot kan worden. „Hij was half uit zijn schelp gekropen, want hij kon niet ademen en zich niet voeden. Ook zag ik een zeekomkommer die op een laag slijm aan het zeeoppervlak was gekropen, zodat hij kon ademen.”

Het zeesnot bedreigt het economisch herstel van de toerismesector op de Prinseneilanden, die toch al te lijden heeft onder de pandemie. Dit weekend was de aftrap van het zomerseizoen, wat duizenden toeristen naar Büyükada trok, naast Turken veel Arabieren en Perzen. „Mijn belangrijkste inkomstenbron is het entreegeld dat mijn gasten betalen voor het strand”, zegt Turan Arli, eigenaar van strandclub Kumsal. „Maar door het slijm wil niemand zwemmen. Ondanks Covid-19 hadden we vorig jaar genoeg inkomsten om onze kosten te dekken. Dit jaar komt er helemaal geen geld meer binnen.”

Niemand wil mijn vis nog. Ook niet als ik die gevangen heb op open zee

Arli doet er alles aan om de baai voor zijn club vrij te houden van zeesnot. Zijn werknemers hebben een enorm net gespannen van het ene naar het andere einde. „Hierdoor is het een stuk minder geworden.” Het resterende snot halen ze met de hand weg. Elke ochtend loopt zijn personeel twee uur met grote netten door de baai. Arli hoopt dat het toerisme de komende weken aantrekt. „Het seizoen is pas net begonnen. Na alle lockdowns staan mensen vast te popelen om weg te gaan.”

Dumpzee

Ook de visserij in de Zee van Marmara is hard getroffen. „Door het slijm kunnen we niet meer met netten vissen”, zegt Muhsin Ayas, die al vijfentwintig jaar werkt als visser op Büyükada. „Want het slijm vult de gaten in onze netten, waardoor het water erin blijft zitten en ze te zwaar zijn om omhoog te halen. Daarom zijn we overgestapt op lijnvissen. Dat is veel moeilijker en tijdrovender. Maar we kunnen onze extra arbeidsuren niet doorberekenen in de prijs.”

Ayas – grijze snor, sigaret in zijn mondhoek – staat onder een parasol voor de moskee vis te verkopen. Voor zijn voeten liggen vier plastic teiltjes, waarvan er één gevuld is. „Ons grootste probleem is niet het slijm, maar het feit dat mensen geen vis meer kopen. Ik heb deze vis met de lijn gevangen, op open zee, in helder water. Daar zijn op sommige plaatsen wel wolken zeesnot te zien, maar niet overal. Ik zou deze vis normaal gesproken uren geleden al hebben verkocht. Nu wil niemand mijn vis hebben.”

Wetenschappers zeggen dat overbevissing heeft bijgedragen aan het probleem. Hierdoor neemt het aantal vissen die leven van plankton af, waardoor de algen meer ruimte krijgen om zich voort te planten. De experts roepen de Turkse regering op om dringend actie te ondernemen tegen het op grote schaal lozen van zware metalen en ander industrieel afval in de Zee van Marmara en de rivieren die daarop uitkomen.

Het ministerie van Milieu organiseerde vrijdag een workshop via Zoom over het slijmprobleem en mogelijke oplossingen. De burgemeesters van alle steden rond de Zee van Marmara waren uitgenodigd. Ze kregen videobeelden te zien die Eksiyan had gemaakt met zijn onderwatercamera. Of zijn beelden een verschil zullen maken? Eksiyan rolt met zijn ogen. „Er wonen 25 miljoen mensen in zeven grote steden rond de Zee van Marmara. Het is het industriële hart van het land, waar alles in zee wordt gedumpt. Als de autoriteiten de benodigde maatregelen nemen dan kan er wellicht verbetering optreden. Maar daar gaan tientallen jaren overheen.”

In de vijftig jaar dat Eksiyan hier duikt, heeft hij de Zee van Marmara langzaam achteruit zien gaan. „Ik kan me nog herinneren dat het onder water wemelde van de vissen en zeedieren, de ene nog kleuriger dan de andere. Als ik nu duik, zie ik niets meer en raak ik van streek. Mensen vragen me vaak: kunnen we nog zwemmen in de Zee van Marmara? Kunnen we de vis die daar wordt gevangen nog wel eten? Dan antwoord ik: rot op met je vis. De Zee van Marmara is stervende.”