Recensie

Recensie Theater

Janine Jansen schittert in energiek muziektheater van Stravinsky

Livestream Janine Jansen speelde met leden van het Concertgebouworkest Stravinsky’s Histoire du soldat. Acteur Vincent van der Valk gaf de vertelling urgentie.

Janine Jansen schitterde in gloedvolle solo’s
Janine Jansen schitterde in gloedvolle solo’s Foto Milagro Elstak

Janine Jansen en het Koninklijk Concertgebouworkest vormen een droomtandem, maar door corona kwam er niet veel van terecht van Jansens seizoen als artist in residence bij het orkest: geen vioolconcert van Sjostakovitsj, geen nieuw dubbelconcert van Sally Beamish (dat ze vorige maand wel in Zweden speelde). Vrijdag ging Stravinsky’s Histoire du soldat gelukkig wel door, gestreamd vanuit de lege Grote Zaal, in een slimme regie van Ria Marks en met een topbezetting van orkestmusici, acteur Vincent van der Valk en danseres Carolyn Bolton.

Jansen is een bevlogen kamermusicus – over een maand is ze weer te zien in haar eigen Kamermuziekfestival Utrecht – en Stravinsky’s klein bezette melodrama noemde ze vooraf „een supercool stuk”. Dat is het zeker: vijf jaar na zijn grootschalige ballet Le sacre du printemps kookte Stravinsky uit volksmuziek en Amerikaanse nieuwlichterij een pezig en energiek muziektheater, vol catchy melodieën. Jansen en co voerden het uit in de vertaling van Carel Alphenaar.

Lees ook: Stravinsky in de polder

Het libretto van C-F Ramuz is een kruising tussen de Faustlegende en een Russisch sprookje. De soldaat ruilt zijn oude viool voor een boek met financiële voorkennis, wat een funeste deal met de duivel blijkt: alle rijkdom, maar geen liefde. In het tweede deel keren de zaken ten goede, wanneer de soldaat zijn geld opzettelijk verspeelt en met zijn vioolspel hand en hart van een prinses wint. Maar als hij haar wil meenemen naar zijn oude leven gooit de duivel opnieuw roet in het eten. Moraal: je kunt niet alles hebben. ‘Eén geluk is alle geluk. Twee geluk maakt alles stuk…’

Flemerige duivel

Acteur Vincent van der Valk vertolkte álle rollen en deed dat virtuoos, spelend met de camera. De dialoogjes tussen de plat-Amsterdamse soldaat en de flemerige duivel, allerlei passanten, de prinses: het flitsende schakelen was druk en veel, maar door Van der Valks koele beheersing – een stravinskiaanse kernwaarde – kreeg de carrousel van vette typetjes een muzikale urgentie.

De rol van danseres Carolyn Bolton kwam aanvankelijk minder goed uit de verf – je zag haar alleen in overzichtsshots of in de achtergrond van een close-up. Als schaduw van de soldaat bewoog ze in blauwgrijs over de tribunes. Maar in de slotscènes ontpopte ze zich eerst tot prinses, die in haar gele glitterjurk en rode sokken schalks bij de soldaat op schoot kroop, en verbeeldde vervolgens de woeste dans van de duivel. Het crescendo van Boltons aanwezigheid gaf de voorstelling ook visueel stuwkracht.

Muzikaal was de uitvoering voortreffelijk. Janine Jansen schitterde in gloedvol gespeelde solo’s en het ‘Petit concert’ dat Stravinsky in het stuk verwerkte. De terugkerende mars bleef boeien, dankzij het subtiele spel van slagwerker Mark Braafhart, de ploppende fagot van Helma van den Brink en knetterende fanfares van Jörgen van Rijen (trombone) en Omar Tomasoni (trompet).