Historisch akkoord over een minimum belastingtarief is een klassiek compromis

Winstbelasting Op de G7 in Londen is dit weekend een akkoord bereikt over het belasten van grote bedrijven. De hoop is dat in juli de G20 het overneemt.

Vertegenwoordigers van de G7-landen gaan zaterdag in Londen voor de pers op de foto.
Vertegenwoordigers van de G7-landen gaan zaterdag in Londen voor de pers op de foto. Foto Henry Nicholls/AP

De zeven grootste economieën ter wereld, verenigd in de G7, hebben dit weekend op een top in Londen een historisch akkoord bereikt over het mondiaal belasten van ondernemingen. Zij bereikten overeenstemming over een internationaal minimumtarief voor winstbelasting van 15 procent en spraken tevens af dat bedrijven meer belasting gaan betalen op de plek waar ze ook hun activiteiten hebben.

Daarmee willen de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Italië, Duitsland, Frankrijk en Canada het voor multinationals lastiger maken hun inkomsten te blijven verschuiven naar landen met extreem lage belastingtarieven. Onderhandelingen hierover lopen al sinds 2013 en met het akkoord van dit weekend is de weg vrij om in juli op een G20-top in Italië daadwerkelijk een mondiaal akkoord te sluiten.

Een wereldwijde winstbelasting is belangrijk omdat veel multinationals nu op zoek gaan naar landen waar de winstbelasting zo laag mogelijk is. Daar vestigen zij hun hoofdkantoor en laten zij alle winst via dat land lopen. Zo lopen landen met hogere winstbelasting jaarlijks miljarden aan inkomsten mis. Gekende landen met lage winstbelasting zijn onder meer Ierland (12,5 procent) en Bulgarije (10 procent). Ter vergelijking: in de VS bedraagt de winstbelasting nu 21 procent. Biden wil die verhogen naar 28 procent. In Nederland is de winstbelasting voor grote bedrijven 25 procent, voor kleine bedrijven is het 15 procent.

Klassiek compromis

Het nu bereikte akkoord, bestaand uit twee zogenoemde ‘pijlers’, is een klassiek compromis. Dat kwam in beeld nadat president Joe Biden eerder dit jaar bekendmaakte in te stemmen met een minimumtarief aan winstbelasting voor bedrijven, de tweede pijler. De VS hadden zich tot dan toe verzet tegen de eerste pijler: een systeem om bedrijven belasting te laten betalen op de plek waar omzet en winst behaald wordt, in plaats van op de plek waar het hoofdkantoor (fiscaal) is gevestigd.

Met name grote techbedrijven, zoals de Amerikaanse giganten Google, Amazon en Apple, zouden daardoor meer belasting buiten de VS moeten gaan afdragen. Zij halen immers forse omzetten overal ter wereld via hun diensten. Het gaat niet alleen om techbedrijven, ook bijvoorbeeld grote modemerken als LVMH, die wereldwijd omzet en winst maken, moeten zich eraan houden.

Namens de regering-Biden stemde minister van Financiën Janet Yellen daar dit weekend alsnog mee in. Afgesproken is dat „de grootste bedrijven ter wereld” die meer dan 10 procent winstmarge hebben in elk geval eenvijfde van hun winst moeten laten neerslaan in de landen waar die winst behaald wordt. Wat precies verstaan wordt onder de „grootste bedrijven”, is niet bekendgemaakt.

In ruil voor die concessie kon Yellen het mondiale minimumtarief afdwingen. Er is volgens persbureau Reuters nog lang gesproken over de exacte hoogte van het minimumtarief, met name Frankrijk zou een hoger tarief willen. Verwacht wordt dat de VS een van de grootste profiteurs is van deze verhoging van het belastingtarief, omdat veel Amerikaanse bedrijven nu minder belasting betalen in het buitenland en die route dankzij het minimumtarief minder aantrekkelijk wordt.

Lees ook: Frankrijk gaat techreuzen als Google en Facebook belasten

Alleingang

Met het akkoord van de G7 lijkt een Alleingang van Europa op het gebied van belasting van digitale diensten voorlopig van de baan. Met name Frankrijk, het VK en Italië dreigden bij het uitblijven van een mondiaal akkoord zelf een vorm van ‘digitax’ in te voeren, gericht op de Amerikaanse techreuzen.

Paul Tang, PvdA-Europarlementariër en voorzitter van de Belastingcommissie van het Europees Parlement, zegt in een verklaring: „Door zich duidelijk uit te spreken voor een minimumbelasting van ten minste 15 procent, heeft de G7 een sterk signaal gegeven: de tijd waarin multinationals konden profiteren zonder bij te dragen, is voorbij.” Tang verwacht dat het op weg naar de G20-top in juli spannend wordt of ook landen als India en China zich in het akkoord kunnen vinden. „Hun toetreding zou geweldig zijn, maar is niet essentieel. Met een brede coalitie van landen die een minimumtarief invoeren en dat toepassen voor activiteiten wereldwijd, doorbreken we de dynamiek van constant dalende belastingtarieven”, aldus Tang