Recensie

Recensie Theater

Gisèle Vienne pijnigt kijker in haar radicale ‘L’Etang’

Holland Festival De Franse theatermaker Gisèle Vienne laat in het familiedrama L’Etang alle rollen spelen door twee actrices. Zo wordt elke vorm van identificatie zorgvuldig vermeden.

L’Etang van Gisèle Vienne.
L’Etang van Gisèle Vienne.

Kunst mag best een beetje pijn doen, vindt de Franse theatermaker Gisèle Vienne. En dus schroeft ze het aantal decibellen tijdens muzikale passages flink op in haar voorstelling L’Etang. De harde dreunen en schrille, lang aangehouden tonen doen enkele toeschouwers hun vingers in hun oren stoppen.

Niettemin zijn het opwindende stukken, omdat je als toeschouwer wordt opgenomen door het nietsontziende sound design, dat ook goed de radicale kijk op theater van Vienne illustreert. Precies wat je hoopt en verwacht op het Holland Festival, als zelfbenoemde gids in de internationale avant-garde, met Vienne als ‘associate artist’.

Tragisch verhaal

Toch is L’Etang (Robert Walser, 1902) geen geslaagde voorstelling. In dit tragische verhaal voelt een jongen zich genegeerd door zijn ouders. Bij wijze van morbide wanhoopskreet zet hij zijn dood in scène. Zijn ouders geloven dat hij is verdronken – in de vijver uit de titel.

Dit familiedrama kun je op veel manieren vertolken, maar Vienne kiest zoveel afstand dat elke emotie verpulvert. Het decor is een klinische witte doos. Het openingsbeeld zet de situatie neer: een groep jongeren hangend en liggend op en rond een bed. Het zijn poppen, die vervolgens worden weggedragen.

Twee actrices spelen alle rollen, van familie en vrienden, waarbij ze dialogen veelal solo spelen, door steeds van stem te wisselen. Elke vorm van identificatie of psychologisch realisme wordt zo zorgvuldig vermeden. Ook in de enscenering: de vrouwen bewegen alleen in slow motion, wat afsteekt bij de (normale) snelheid waar ze spreken.

Dat zou prikkelend zijn als vorm en inhoud in L’Etang niet volledig op zichzelf zouden staan. De vraag die opkomt is waarom Vienne dit verhaal wil vertellen aan de hand van deze stijloefening. Verbeelden de geluidsmuren de afstand tussen ouders en kind, hun verwaarlozing of zijn innerlijke razernij?

Nog lastiger te duiden is de keuze voor vertraagde bewegingen. Wil de regisseuse iets zeggen over onze tijdsbeleving? Maar de zielepijn van de jongen is daar op geen enkele manier mee verbonden en dat maakt elke aanname over de bedoeling arbitrair. Los daarvan doet in deze coronaperiode – waarin we allemaal erg bedreven zijn geraakt in de relativering van tijd – elke bijstelling van ons tijdsbesef overbodig aan. Kortom: de radicaliteit van L’Etang is te opgelegd om echt te boeien.