Lessen voor de onderhandelingstafel

De buitendeur bij de Stadhouderskamer ging op vrijdagochtend open en Mark Rutte maakte ineens haast: net voordat D66-leider Sigrid Kaag een stap over de drempel kon zetten, was híj al binnen. Ze waren samen aangekomen, ze waren samen uitgenodigd door informateur Mariëtte Hamer. Maar nu leek Rutte heel even vooral aan zichzelf te denken.

Een paar dagen eerder had SGP-medewerker Menno de Bruyne, die met zijn 37 jaar ervaring op het Binnenhof geldt als het politieke geheugen van de Tweede Kamer, precies dát genoemd als eerste les voor partijen die willen meeregeren. „Let goed op jezelf.”

Al bedoelde hij natuurlijk niet dat je een andere politieke leider niet moet laten voorgaan bij een deur. De Bruyne vond vooral dat je als partij over jezelf moest nadenken: „Overschat jezelf niet”, zei hij, in zijn piepkleine werkkamer in de SGP-gang. „Denk niet te snel: ze kunnen toch niet om ons heen.”

Zo was, zei De Bruyne, het CDA in 1994 de mist ingegaan. „En toen kreeg je het eerste paarse kabinet.” Zónder het CDA.

Les twee: „Laat je niet onder druk zetten.” Het is een veelgebruikte tactiek in Den Haag van partijen met veel zelfvertrouwen: in onderhandelingen aan anderen opdringen dat er háást is. Waardoor die soms niet goed luisteren naar de eigen achterban en een compromis accepteren waar ze later mee in hun maag zitten. „Onder druk wordt alles vloeibaar”, zegt De Bruyne. „Maar hoe verloopt daarna het stollingsproces?” Heel belangrijk, zei hij: „Je moet steeds voeling blijven houden met je kiezers.”

En nóg een les: „Je moet niet te graag willen. En als je wel heel graag wil: laat dat niet merken.”

‘Zeer grote verschillen’

Voor GroenLinks komt die tip ruimschoots te laat. Van Jesse Klaver weet het hele Binnenhof al heel lang dat hij niets liever wil dan meedoen. Dus wat doet GroenLinks wanneer CDA’er Wopke Hoekstra, zoals afgelopen dinsdag, zegt dat de verschillen tussen zijn partij en de PvdA en GroenLinks „zeer groot” zijn? Dan gaat GroenLinks na hoeveel overeenkomsten er zijn met het CDA. Hou jij niet van mij? Ik wél van jou.

Het lijkt dus nu al zeker dat GroenLinks aan de onderhandelingstafel, als het zover komt, veel zal toegeven om daar tot het eind toe te kunnen blijven zitten. Het CDA en de VVD, die allebei een voorkeur hebben voor alléén de PvdA als linkse partij in de regering, zijn gewaarschuwd: denk niet dat Klaver zich zomaar laat wegpesten.

„De dirty tricks”, zei SGP’er De Bruyne deze week. „Daar zit ik zelf wat minder goed in.”

Hij weet nog wel hoe zijn eigen partij in de formatie van 2003 werd „uitgespeeld” tegen D66. Het CDA wilde graag de ChristenUnie en de SGP aan de onderhandelingstafel hebben, de VVD wilde D66. „Maar D66,” zegt De Bruyne, „had altijd gezegd: wij willen niet met CDA en VVD.”

VVD’ers moesten niets hebben van de ideeën van de SGP. „En ook de ChristenUnie,” zegt De Bruyne, „had stekeltjes die voor de liberalen voelden als vergif.”

Prominente VVD’ers spraken zich op tv uit tegen een kabinet met die twee kleine christelijke partijen, en D66 wilde opeens toch samenwerken met CDA en VVD.

Wopke Hoekstra heeft nog helemaal geen zin om van gedachten te veranderen over de PvdA én GroenLinks als links ‘blok’ in een kabinet. Hij vindt dat Mariëtte Hamer eerst maar eens moet nagaan of er andere mogelijkheden zijn. Met de ChristenUnie, net als in Rutte III, of met JA21 of Volt.

Rutte en Kaag zaten vrijdag tweeënhalf uur bij de informateur. En daarna zag je: Rutte dacht nog steeds aan zichzelf. Hij kwam ruim voor Kaag naar buiten en had een boodschap die vooral was bedoeld voor zijn eigen kiezers. Hoekstra had de hele week veel aandacht getrokken met zijn afkeer van de PvdA en GroenLinks, maar híj dacht er net zo over: „Die partijen staan politiek ver van ons af.”

Rutte kon niet anders. ’s Ochtends had De Telegraaf geschreven over „opstand” in de VVD tegen samenwerking met GroenLinks.

Misschien moet Rutte ook eens langsgaan bij Menno de Bruyne?

Petra de Koning