Opinie

Een pluriforme samenleving biedt ruimte aan wie afwijkt van de norm

Woonwagenbewoners

Commentaar

Kun je in Nederland nog afwijken van de norm? De vraag dringt zich op bij het beluisteren van het verhaal van woonwagenbewoners Melanie en Bernadet Duister, vorig weekend in een artikel en een podcast van NRC. De zussen bewonen al hun hele leven een familiekamp in Heesbeen, een dorp in de Noord-Brabantse gemeente Heusden, waar zij nu met hun partners beiden een eigen woonwagen willen betrekken. Hiervoor hebben ze twee standplaatsen op het oog die leeg bleven na vertrek van twee neven, maar de gemeente weigert de plaatsen te verhuren.

Het geval past in het beeld dat de Nationale Ombudsman afgelopen maart opnieuw schetste. In 2017 deed hij al uitgebreid onderzoek naar de situatie van woonwagenbewoners in Nederland. Hij constateerde toen dat de decentralisatie van het woonwagenbeleid in 1999 had geleid tot een verslechtering van de positie van woonwagenbewoners. Veel gemeenten voerden sindsdien een ‘uitsterfbeleid’, wat inhield dat vrijkomende standplaatsen werden verwijderd. Hierdoor verdwenen 750 van de 9.600 standplaatsen, en dat terwijl het aantal aspirant-bewoners steeg. Sinds het rapport is het uitsterfbeleid officieel van tafel, maar toch kwamen er sindsdien amper nieuwe plekken bij. Om precies te zijn 26, zo meldde demissionair minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken, D66) vorige maand in een Kamerbrief. Ollongren noemde dit aantal in de brief „teleurstellend” en beloofde samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een steunprogramma op te zetten.

Twee maanden eerder, in maart, had de ombudsman in een brief zijn onderzoek uit 2017 weer in herinnering gebracht. De papieren werkelijkheid is verbeterd, aldus de ombudsman, maar de praktijk nog niet. Als oorzaken hiervoor noemt hij onder andere dat de grond schaars is en dat gemeenten woonwagenbewoners „een lastige doelgroep” vinden. Het beleid is primair gericht op handhaving, vooral sinds vierhonderd politieagenten in 2004 het woonwagencentrum Vinkenslag in Maastricht binnenvielen en daar allerlei hennepplantages aantroffen.

Uit angst voor dit soort onverkwikkelijke taferelen grijpen gemeenten graag naar regels. Dat ze daarin ook kunnen doorslaan, bewijst het geval van de zussen Duister. Daar ging het de gemeente eerst om de brandveiligheid: de door Melanie en Bernadet gewenste standplaatsen zouden te dicht bij elkaar staan en dus niet aan de veiligheidsnormen voldoen. Vervolgens verwees de gemeente naar nieuwe geluidsnormen, volgens welke de standplaatsen onverantwoord dicht bij een drukke weg zouden liggen. Dat de zussen er al hun hele leven wonen, deed niet terzake. Dat een leven buiten het kamp voor de zussen ondenkbaar is evenmin.

De meeste Nederlanders wonen graag in een bakstenen rijtjeshuis. Zij worden op hun wenken bediend, want de ene na de andere identieke nieuwbouwwijk verrijst momenteel om de woningnood te bestrijden. Sommige huizen komen zelfs kant-en-klaar uit de fabriek, tot afgrijzen van architecten die vrezen voor monotonie, zoals afgelopen maandag te lezen viel in de Volkskrant. En door voortgaande prijsstijgingen en gentrificatie slaat die monotonie ook toe in de binnensteden, waar volgens essayist Arjen van Veelen de „geest van suburbia” neerdaalt.

Dat er toch mensen blijven bestaan die een ándere vorm van leven willen, zou gezien moeten worden als iets moois. Ook dat is immers diversiteit. Maar ook om een andere reden verdienen de woonwagenbewoners meer toeschietelijkheid: simpelweg omdat zij er recht op hebben hun leven op hun eigen manier te leiden. Het kernwoord is hier het gelijkheidsbeginsel. De Ombudsman wees er in 2017 al op dat dit verkeerd werd geïnterpreteerd. Gemeenten behandelden woonwagenbewoners hetzelfde als andere burgers: standplaatsen werden dus ook aangeboden aan mensen van buiten de eigen groep. Maar volgens diverse mensenrechtenverdragen hebben woonwagenbewoners het recht op bescherming van hun culturele identiteit: oftewel, ongelijke gevallen moeten ongelijk behandeld worden. De Ombudsman noemde dit geen voorkeursbehandeling, maar „uitvloeisel van een mensenrecht”.

Dit was mooi gezegd, maar het heeft nog te weinig opgeleverd. Veel gemeenten spannen zich onvoldoende in de woonwagenbewoners aan een standplaats te helpen. De herhaalde oproep van de ombudsman was dan ook een welkom signaal aan de gemeenten én de landelijke overheid. En hij bevat ook een bredere boodschap: een pluriforme samenleving moet het recht waarborgen om af te wijken.