Brieven

Brieven 5/6/2021

Janssen

Grotelijks belazerd

De Gezondheidsraad adviseert mensen onder de 40 niet in te enten met Janssen (Luxeprobleem: er zijn zoveel vaccins dat 40-minners geen Janssen meer krijgen, 3/6). Ze kunnen beter de beste vaccins krijgen met de minst mogelijke bijwerkingen. Dat kan ik best begrijpen. Maar waarom kom ik daarvoor niet in aanmerking, als 60-plusser? Toen ik half april de uitnodiging voor vaccinatie met AstraZeneca kreeg, was er geen alternatief. Dus doen, die spuit. Nu blijkt dat leeftijdsgenoten die toen geweigerd hebben alsnog Pfizer kunnen krijgen. Ik niet, vertelt een vriendelijke GGD-dame me. Want er is nog onvoldoende onderzoek naar effecten van de combinatie van verschillende vaccins. Ik krijg geen nieuwe uitnodiging en moet het doen met een schamele 60 procent bescherming tegenover 95 procent van Pfizer. Kortom: ik voel me grotelijks belazerd door de overheid. Voortschrijdend inzicht noemt men dat. Ik zeg: overheid, behandel al je inwoners met evenveel respect. Ook de mensen van 60-64 jaar.

Beverwijk

Het gesprek

Online ambiguïteit

Emma Bruns betreurt dat digitale communicatie de plek heeft ingenomen van echte gesprekken (Een gesprek voeren zijn we verleerd, 29/5). Ze vindt digitale communicatie in WhatsApp-groepen, podcasts, sms en e-mail minder waard dan praten, dat gekenmerkt wordt door (lange) stiltes, ‘eerlijke’ vragen en ‘oprechte’ antwoorden. Bruns verheerlijkt hiermee mondelinge communicatie en miskent de subtiliteiten en ambiguïteiten die we in digitale communciatie net zo goed benutten als in gesprekken. Op basis van micro-analytisch onderzoek naar digitale communciatie weten we dat communicatie via Tinder-chat, Twitter, sms en online fora net zo goed gekenmerkt wordt door ambiguïteiten en subtiliteiten als een mondeling gesprek. Sterker nog, stiltes kunnen in WhatsApp-communicatie een cruciale rol spelen en het ‘luisterend oor’-gehalte van online fora is ongekend. Het is de hoogste tijd dat we dat waarderen en er meer oog voor hebben, want digitale communicatie zal zeker niet afnemen. Net zoals we niet moeten treuren over leenwoorden en andere taalverandering (‘beter als’), kunnen we interactie via digitale communicatiemiddelen dus beter gedetailleerd bestuderen dan aannemen dat we er iets door verliezen.


docent Language and Communication Radboud Universiteit

Het gesprek (2)

Praat tijdens afwas

Emma Bruns schrijft over het voeren van een gesprek en dat we dat „verleerd” zijn. Dat brengt mij naar de jaren zeventig. Ik begeleid gezinsverzorgsters. Van hen leer ik dat de beste gesprekken tijdens de afwas ontstaan. Problemen met een van de kinderen, zorgen over de ziekte, spanningen in de relatie: daarover praten is zoveel makkelijker met een theedoek of afwaskwast in de hand. En vooral natuurlijk doordat je elkaar daarbij niet aan hoeft te kijken en je de vaatwerkzaamheden altijd nog als afleiding kan gebruiken. Na de baan in de gezinszorg rol ik in het mbo-onderwijs. Zo kan ik deze praktijkwijsheid mooi doorgeven aan leerling verzorgenden. Mocht de afwasmachine het eens af laten weten, weet dat je dan altijd nog een goed gesprek kunt voeren.

Delft

Treinkaping

Zelfverdediging

Advocaat Liesbeth Zegveld is verbijsterd dat de rechters hebben geoordeeld dat de staat bij de treinkaping door Molukse jongeren niet onrechtmatig heeft gehandeld (‘Tegen militairen sta je met 10-0 achter’, 2/6). Ze stelt dat de rechter „uit alle feiten en omstandigheden wel een conclusie [moet] durven trekken. Als je dat niet durft hebben militairen vrij spel”. Zegveld trekt wel vaker een grote broek aan als ze van de rechter geen gelijk krijgt maar waar ze niet aan wil is dat de rechter de situatie meent niet goed te kunnen beoordelen. Ze wil er niet aan dat een feitelijke en rationele benadering niet voldoende is. Het ging om een treinkaping. De kapers waren goed bewapend. Onschuldige burgers werden gevangen gehouden. De militairen hadden een uiterst moeilijke zo niet onmogelijke opdracht. Zij moesten een einde aan de kaping maken en zorgen dat de gijzelaars bij de bestorming niets zou overkomen. De militairen hebben deze opdracht met gevaar voor eigen leven uitgevoerd. Ze moeten stijf van de adrenaline hebben gestaan. Starfighters vlogen over. Mitrailleurvuur, explosieven die tot ontploffing werden gebracht etc. Helaas zijn ook gegijzelden omgekomen. Dat zegt wel wat. Om dan nu te stellen dat geen sprake kon zijn van zelfverdediging omdat bij een kaper geen wapen lag is onzinnig. Al je zintuigen staan op scherp, je kan ieder moment doodgeschoten worden en je weet een ding zeker: je kan niet eerst nagaan of de kaper geen enkel gevaar meer kan opleveren. Wat Zegveld doet is redeneren als een patholoog anatoom bij een post mortem en is dan verbaasd dat de rechter hierin niet meegaat.

Maastricht

Overton-venster

Middenpartijen?

Na de rest van Nederland is ook de Haagse redactie in coronatijd flink aan het klussen geslagen, zo blijkt uit het artikel Complexe formatie ‘in impasse’ (3/6). Uit het stof en het zaagsel verschijnen CDA en VVD plots als „middenpartijen” en is een coalitie van die partijen met D66 en de gemarginaliseerde fracties van PvdA en GroenLinks opeens „over links”. In mijn herinnering hing het Raam van Overton voor deze grote verbouwing een stuk centraler, waren rechtse partijen toen gewoon nog rechts en kandidaatcoalities met niet meer dan een postzegeltje links nog iets als ‘centrumrechts’. Ik vermoed dan ook dat een dergelijke coalitie voor Kaag en D66 helemaal niet, zoals de auteurs stellen, een droom is, maar hoogstens de in hun ogen enig haalbare manier om de ontstane bouwput nog wat leefbaar te houden.

Het zou die leefbaarheid ongetwijfeld ten goede komen als NRC voornoemd venster terugplaatst op zijn oude, vertrouwde en veel verhelderender plek.

Amsterdam