Opinie

Vrij onderzoek

Column Wordt vrij wetenschappelijk onderzoek nog wel gewaardeerd, vraagt Eveline Crone zich af. Of kijken we vooral naar economische groei?

Eveline Crone

Het is evident; de samenleving staat voor grote uitdagingen die om een oplossing vragen, zoals de gevolgen van Covid-19, klimaatverandering en economisch herstel. Natuurlijk wordt er naar de wetenschap gekeken voor antwoorden. Maar hoe organiseer je dat?

Het kabinet maakt hiervoor graag gebruik van strategisch onderzoek. Dat wordt gedaan op basis van politieke of economische motieven en richt zich op de problemen van nu. De tegenhanger, vrij onderzoek, wordt gestuurd vanuit wetenschappelijke nieuwsgierigheid: op zoek naar de randjes van de kennis met originele en vernieuwende methodes, onafhankelijk van of er op dat moment politieke interesse in is. De Nederlandse wetenschapsfinancier NWO geeft op dit moment twee keer zoveel geld uit aan strategisch onderzoek als aan vrij onderzoek. Prachtig, zou je denken, maar wetenschappers zeggen dat het niet houdbaar is, omdat er steeds meer voorwaarden zijn en steeds minder ruimte voor eigen vragen. Denk aan een verplichte samenwerking in een consortium, verwachte opbrengsten, of de voorwaarde dat bedrijven geld bijleggen.

En gelooft u niet dat de politiek invloed heeft op het onderzoek dat hier wordt uitgevoerd? Lees dan een brief van 17 mei aan de informateur, daarin schreef NWO: „In de afgelopen kabinetsperiode heeft NWO investeringsplannen voor onderzoek uit het regeerakkoord vertaald van beleid naar concrete onderzoeksprogramma’s en projecten.” En dit systeem wankelt.

Jaren van nieuwsgierigheid

Er schuilt een gevaar in volledig inzetten op strategisch onderzoek. Een eerste probleem is dat oplossingen voor grote problemen vaak uit onverwachte hoek komen. De inmiddels beroemde wetenschapper Ugur Sahin, de grondlegger van het onderzoek naar het BioNTech/Pfizer mRNA-vaccin tegen Covid-19, werkte al 20 jaar aan de mRNA-methode om een vaccin te vinden voor de behandeling van kanker. Het is overduidelijk dat zijn ontdekkingen van enorme waarde zijn geweest voor de samenleving, maar er ging jaren van nieuwsgierigheid en doorzettingsvermogen aan vooraf voordat dit product gebruikt kon worden voor een doel waar het in eerste instantie niet voor bedoeld was. Paradoxaal genoeg kunnen strategische ‘missies’ dus verlammend werken, door al het beschikbare budget op een richting in te zetten en wetenschappers minder vrijheid te geven om nieuwe wegen in te slaan.

Lees over de mRNA-techniek: Zijn dit vaccins die de wereld veranderen?

Een tweede probleem is dat strategisch onderzoek vaak eenzijdig streeft naar economische groei. Het Nationaal Groeifonds bijvoorbeeld stimuleert innovatief wetenschappelijk onderzoek met als voorwaarde dat de uitkomsten de economie aanjagen. Natuurlijk is er geen twijfel dat nieuwe technologieën belangrijk zijn voor de economie en de samenleving. Maar we zijn ook wanhopig op zoek naar nieuwe ideeën over hoe burgers invulling kunnen geven aan duurzaam leven. We hebben meer doordachte visies nodig op bestuur en ethiek. We hebben de wijsheid nodig van andere samenlevingen en culturen om te begrijpen wat het betekent gemarginaliseerd te worden. Begrijpen wat het effect is van schoolsluiting op kinderen, is net zo belangrijk als meten hoeveel CO2 we uitstoten. We hebben een rijkere kennisbasis nodig over wat het betekent om mens te zijn, en om niet vast komen te zitten in een eendimensionale weg naar technologische vernieuwing.

Emotionele ontwikkeling

Wordt de potentie van vrij onderzoek voor beleid onderschat? Ik heb mezelf regelmatig de vraag gesteld; wie ben ik als wetenschapper? Ik ben altijd gefascineerd geweest door hoe de hersenen ontwikkelen in de adolescentie. Hierdoor weten we nu meer over emotionele en sociale ontwikkeling van jongeren. Mijn lab doet onderzoek naar hersenontwikkeling en werkt met jongerenpanels. We geven workshops aan jongeren en advies aan beleidsmakers. Welk label past daarbij? Ben ik een fundamenteel of toegepast onderzoeker? Ben ik een psycholoog of een neurowetenschapper? Ben ik een populair-wetenschappelijk schrijver of het hoofd van een lab? Zijn deze labels belangrijk? Veel interessanter is de vraag: wat probeer ik als wetenschapper te doorgronden? De vragen die wetenschappers onderzoeken zijn uniek, en vragen hun eigen unieke aanpak.

Strategische missies zijn goedbedoeld. Maar er zit een belofte ingebakken, bijvoorbeeld dat problemen ook daadwerkelijk in de komende vijf jaar worden opgelost. En wie bepaalt eigenlijk wat belangrijke strategische missies zijn? Zijn fieldlabs belangrijker dan onderzoek naar probleemwijken? Hebben economische groeiprogramma’s meer opgeleverd dan onderzoek naar mentale gezondheid?

Wat nu strategisch onderzoek heet, is vaak al eerder door wetenschappers op de kaart gezet, lang voordat politici er ooit van hebben gehoord. Kennis over klimaatverandering komt niet uit de lucht vallen, hier is decennia aan vrij onderzoek aan vooraf gegaan. Wetenschappers werken niet in silo’s en hebben zelf voelsprieten waar de urgente problemen worden opgepikt. Strategisch onderzoek kan verbinden maar ook benauwen. Gezonde systemen moeten wetenschappers het vertrouwen geven om onbekende vragen van de toekomst, in vrijheid, te onderzoeken, met partners die passen bij de specifieke vraag. Het is de beste manier om de samenleving maximaal te laten profiteren van de wetenschap.

Eveline Crone is hoogleraar ‘Developmental Neuroscience in Society’ aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.